PlusAchtergrond

Parijs-Roubaix: na 2,5 jaar hunkert iedereen naar de Hel van het Noorden

Eindelijk is er zondag weer een Parijs-Roubaix – en dat kan heel goed een natte worden. Het wielrennen heeft de afgelopen 2,5 jaar wel een ander aangezicht gekregen.

Renners van Alpecin-Fenix verkennen het parcours van zondag (vlnr): Tim Merlier, Mathieu van der Poel en Senne Leysen. Beeld BELGA
Renners van Alpecin-Fenix verkennen het parcours van zondag (vlnr): Tim Merlier, Mathieu van der Poel en Senne Leysen.Beeld BELGA

Parijs-Roubaix 2019 is in vele opzichten een echo uit het verleden. Voor de juichende Philippe Gilbert op de wielerbaan leken in april van dat jaar vijf monumenten – alleen Milaan-San Remo ontbrak nog op zijn palmares – opeens binnen handbereik. Maar inmiddels heeft Gilbert zijn wielerpensioen aangekondigd, per eind volgend jaar, en winnen heeft hij na 2019 nooit meer gedaan.

Een week na de zege van Gilbert in Roubaix zou Mathieu van der Poel naar de winst in de Amstel Gold Race rijden: het officieuze begin van het tijdperk-MvdP. In de zomer die volgde, won Wout van Aert zijn eerste Touretappe. Inmiddels staat hij op zes. Het is niet overdreven om te stellen dat sinds de laatste Parijs-Roubaix het wielrennen een ander aangezicht heeft gekregen.

“Team Sky bestond nog. Ik stond er ook even van te kijken toen ik dat besefte,” zegt Dylan van Baarle, die in 2019 voor datzelfde Team Sky 21ste werd. Zondag staat hij als de vice-wereldkampioen in een Ineosshirt aan de start in Compiègne. Van Baarle: “Je kunt wel zeggen dat vanaf toen een jongere generatie is opgestaan.”

Of zoals Mike Teunissen, zevende en beste Nederlander in de vorige editie, het zegt: “Wielrennen is een beetje veranderd. Met het jaar breken steeds meer en jongere renners door. Mathieu won in 2019 de Amstel, Wout brak definitief door, Bernal won dat jaar de Tour en het jaar erop pakte Pogacar zijn eerste.”

Nu de corona-epidemie beheersbaar begint te worden, is de zwaarste van alle klassiekers dan eindelijk terug. De kasseienspecialisten hunkeren ernaar, al had Teunissen baat bij het lange uitstel. “Ik heb twee jaar pech gehad met blessures, twee keer is er geen Roubaix gereden. Geluk bij een ongeluk.”

De laatste Nederlandse winnaar, Niki Terpstra, moest vanwege een val in 2019 zelfs dik drie jaar wachten. “Natuurlijk heb ik het gemist. Maar met de omstandigheden die we gehad hebben, was het normaal dat zulke dingen niet doorgingen. Nu wordt het een kasseienklassieker met publiek en we rijden hem in het najaar. Apart, maar misschien niet eens gek. Dat geeft wel cachet. Ik kijk het meest uit naar de finish. Het is zo’n heroïsche wedstrijd, zo speciaal. Maar ook eentje die je maar één keer per jaar wilt rijden. Het is bizar zwaar, want in principe slaat het nergens op om met een racefiets over die kasseien te beuken.”

Pippi Langkous

Van der Poel heeft de Helleklassieker nog nooit gereden en debuteert met het credo van Pippi Langkous: ‘Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan’. Al verschijnt hij als gevolg van een rugblessure niet in zijn beste vorm aan de start. “Ik kijk er wel naar uit. Het is iets nieuws. Het zou iets zijn wat me wel ligt. Ik hoop een wedstrijd te rijden zoals het WK, maar dan met iets meer overschot in de finale te komen.”

De kans is groot dat Parijs-Roubaix zondag terugkeert op een zeldzaam vertoonde manier: nat. De laatste keer was in 2002 en zelfs Terpstra, die gaat voor zijn twaalfde deelname, reed altijd droog. “Het lijkt me sterk dat er in het huidige peloton iemand is die het wel heeft meegemaakt. Nat zal heel speciaal zijn, maar ik sta er niet om te springen. In mijn goede dagen wilde ik het absoluut niet. Dat zou de pechfactor alleen maar groter maken. En ik wist: zonder pech zal ik ver komen. Aan de andere kant: waar veel pech is, kan ook veel geluk zijn. Dat zou me nu goed uitkomen.”

De hang naar een natte Parijs-Roubaix is vooral een huiskamergedachte. In het peloton is amper iemand te vinden die zich verheugt op natte kasseistroken. Simpelweg omdat de risico’s op valpartijen en blessures toenemen.

Grootste nachtmerrie

“Een natte Roubaix is een van mijn grootste nachtmerries,” zegt Van Baarle, die net op tijd hersteld was van een breuk in zijn bekken om het WK te rijden en tweede te worden. “Het klinkt en oogt misschien episch, maar het wordt er geen leukere koers door. Renners die een natte editie willen, snappen de gevaren niet.”

De generatie kasseienspecialisten van nu is opgevoed met herinneringen aan en televisiebeelden van natte heroïek. “Maar eigenlijk is het doodeng,” zegt Teunissen. “Nat zal voor mij of Wout van Aert niet slecht zijn, gezien onze crosservaring. Dan weet je misschien net iets beter hoe die fiets kan reageren. Als ik het genuanceerd bekijk: het lijkt me leuk, maar of het veilig wordt, betwijfel ik. Het is wachten tot het misgaat als je met 180 man over die spekgladde kasseien moet, met iedereen die vecht om elke centimeter of iemand die op het verkeerde moment zijn rem aantikt. Mensen op de bank willen zo veel mogelijk spektakel. Maar ga zondag na de finish maar eens vragen, aan de mensen die het gehaald hebben, maar vooral aan zij die het niet gehaald hebben, of het nat nou echt zo leuk was als iedereen dacht.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden