Paul Dogger in 1988 in actie tegen Emilio Sánchez op de Dutch Open op ’t Melkhuisje in Hilversum.

Plus Interview

Oud-tennisser Paul Dogger: ‘Niemand is zo ontspoord als ik’

Paul Dogger in 1988 in actie tegen Emilio Sánchez op de Dutch Open op ’t Melkhuisje in Hilversum. Beeld ANP

Ooit was Amsterdammer Paul Dogger (48) het grootste tennistalent van Nederland. Ziekte, dwarsheid en drugs leidden tot een fiasco. Nu is er zijn boek, dat leest als een trein. ‘Er gaat van alles mis, maar je kunt niet zeggen dat ik niet mijn best doe.’

Amper zijn ze bekomen van het scootertochtje door de kou, of daar is het boek. In het Frans ­Otten Stadion krijgt Paul Dogger, de 48-jarige oud-tennisser, het eerste exemplaar van de uitgever. Trots geeft hij het aan dochter Elly: “Dit is papa’s boek.” Al is dat misschien opvoed­kundig niet slim bij een meisje van dertien. Tussen het omslag is het een en al seks, drugs en andere racketloze lol. Vooral drugs.

Voor wie hem niet (meer) kent: Paul Dogger is in 1987, als 16-jarige, een groot tennistalent, nóg succesvoller dan boezemvriend Richard Krajicek. Hij wint dat jaar de Orange Bowl in Florida (een prestigieus juniorentoernooi) en een jaar later een proftoernooi in Porto. Ook maakt hij Ivan Lendl, nummer 1 van de wereld, gek met dropshots in een demonstratiepartij in Ede. Maar al snel gaat het fout. Hij trekt zich de aftakeling van vader Fred, die in 1996 aan multiple sclerose zou overlijden, ernstig aan, is zelf ziek en geblesseerd en krijgt een hekel aan reizen. Terwijl Krajicek Wimbledon wint en miljonair wordt, raakt Dogger verslaafd en bankroet.

Zijn dieptepunt, opgebiecht in de biografie: in 1999 rijdt de politie hem op een avond klem na een cocaïnedeal. Hij weigert de naam van de dealer te noemen, wordt vastgezet en mist de volgende dag de bruiloft van Krajicek. Nood­gedwongen belt hij zijn moeder (wel aanwezig op de bruiloft) om te zeggen waarom hij er niet is. ‘Dit is een moment,’ zegt Dogger in het boek, ‘waarop het hard en rauw bij haar binnenkomt: zo drugsverslaafd is mijn zoon dus.’

De door Peter Zantingh opgetekende monoloog vol verkwist talent lees je in één ruk uit. Het boek doet denken aan Open, de bestseller van voormalig nummer 1 van de wereld Andre Agassi. Wat betreft smeuïge anekdotes overtreft Dogger hem zelfs.

Paul Dogger (l) en Richard Krajicek in 1985 tijdens een jeugd-WK in Zuid-Frankrijk. Beeld Dick Coersen/ANP UITGEVERIJ unieboek/ het SPECTRUM BV

Zijn openhartigheid is ongekend, ook deze avond in het Frans Otten Stadion. Direct zegt hij: “Ik heb weer problemen met mijn meissie.” Niet Elly, maar vriendin Anette. Juist degene, zo is te lezen in het boek, die voor rust leek te zorgen na zijn scheiding van de Amerikaanse Gina (met wie hij ook zoon Nakai kreeg, die in de VS bij zijn moeder woont).

Er volgt nu weer een monoloog, allereerst over de verstoorde vriendschap met Krajicek. Die ‘lange lul’, die hem 80.000 gulden gaf in zijn tijd als junk, een vijfde van zijn schulden opgelopen als drugsverslaafde. “Van die breuk heb ik echt spijt,” zegt Dogger, roerend in een longdrinkglas thee met veel melk. “Ik kan wel roepen dat Richard soms stug is, maar ík heb het verpest. Een tijdje geleden stuurde ik een mailtje, uit de grond van mijn hart, over wat ik hem heb aangedaan. Maar geen antwoord. We zijn uit elkaar gegroeid. Tegelijk waardeer ik dat in Richard: als het op een zeker moment klaar is, dan is het klaar.”

“Alleen, weet je, ik werk al twintig jaar elke week zeven dagen, ook ’s nachts. Er gaat van ­alles mis, maar je kunt niet zeggen dat ik niet mijn best doe. Mijn schulden waren alleen te hoog. Richard dacht dat hij me aan een schone lei hielp, maar steeds was er weer wat, weet je wel. Hoe lief ook, het was hulp aan een verslaafde. Dweilen met de kraan open. En nu, nu ik al lang niet meer gebruik en me de pokken werk, nu zou ik met een fractie van wat hij toen gaf structureel opnieuw kunnen beginnen. Dat is de ironie. Ik heb een hoop mensen verdriet gedaan. Nooit bewust, maar het gebeurde. Dat met Richard, dat raakt me een stuk meer.”

Wat was uw bedoeling met het boek?

“Tja, mijn dochter zei al: ‘Papa, wie wil dat nou lezen?’ Sterker, ze noemde me ‘een fossiel’. Maar ik werd voor de derde keer gevraagd. Al zei ik steeds: ‘Mijn geheugen is aangetast door drugs. Het beroerdste wat ik kan doen, is mijn biografie schrijven.’ Ik wil er ook niet per se tienduizend verkopen. Als het er maar geen honderd worden, dan sta ik helemaal voor lul.”

“Mensen kunnen er iets uit leren. Of je nou een tennistalent bent of wat anders, er staan ­interessante dingen in. Sowieso grappig dat ík, terwijl ik nu nóg niets op orde heb, met iets kom waarvan mensen kunnen leren. Niemand uit een tennisschool afkomstig is zo ontspoord als ik.”

Uw verhaal lijkt op dat van Agassi, alleen ­zonder happy end.

Lachend: “Dat boek komt nog, dat is deel twee! Echt, mijn leven ontwikkelt zich nog. Sinds ­gisteren heb ik dus weer problemen met mijn meissie, zit ik in de depressieve mood. Het is hard werken, zij laat als eerste Paultje nergens mee wegkomen. Ik moet de beste versie van mezelf zijn, maar wil haar niet kwijt. Ik ontdekte veel over mezelf dat moest veranderen, weet je. En dat iedereen daaronder lijdt, dat inzicht is van dit jaar. Uit onvrede met mezelf en mijn leven schop ik dan soms alles omver.”

“Die financiële stress ook. Ik heb een kind in Amerika, waar ik niet heen kan vanwege het geld. En Elly heeft van alles nodig. Kleren, een fiets. Die kan ik niet geven. Nu is haar telefoon stuk. Ze zal drie weken moeten wachten, op een tweedehandsje van Marktplaats. Als het al lukt.”

“Ik werk nu hierachter bij een autoverhuur­bedrijf, Drive Yourself. Wereldbaan, heel leuk. Kwam totaal onverwacht. Ik moest van de schuldsanering 40 uur in loondienst werken. Als tennisleraar is dat bijna niet te doen. Anette ging verhuizen en huurde een busje. Die man zei: ik heb iemand nodig. Nou, ik was dood­nerveus, voor het eerst ging ik mijn geld verdienen zonder tennisballen. Maar ik heb de grootste lol met hem. Ik werk er zes dagen, op de zevende geef ik nog tennisles.”

Dus tennis speelt nog een rol in uw leven?

“Anderhalf jaar geleden heb ik een racket met nieuwe bespanning geleend en op Amstelpark gespeeld. Ik had een week spierpijn, maar won zonder setverlies. Versloeg iemand die dat jaar 400 in de wereld stond en in de halve finale de nummer 60 van Nederland. Ze hadden me daar twintig jaar niet gezien. Da’s ook het leukst: ­gewoon weer twintig jaar niet meedoen. Niet de week erna weer, dan is de lol eraf.”

“Ik moet ook eerst rust in mijn leven hebben. Niet elke drie weken een crisis. Als ik het financieel op de rails heb, ga ik veteranentoernooi­tjes spelen. Nu ben ik gesloopt na mijn werk en moet ik in godsnaam ook nog een goede vader en man zijn.”

“Op tv kijk ik Federer en Nadal, meer niet. Vroeger had je Borg, de koele Zweed op de ­baseline, tegen McEnroe, de idioot die aanviel. Daarna de flamboyante Agassi tegen de saaie Sampras en nu al lang de tegenpolen Federer en Nadal. Het mannentennis is veertig jaar lang verwend. Als je nu voortaan Djokovic ­tegen Cilic krijgt, wordt het net zo saai als bij de vrouwen. Evert tegen Navratilova was leuk, maar nu heb je huppelepup-ova tegen nog een -ova… Natuurlijk, Kiki Bertens is wel leuk. Een godszegen voor het Nederlandse tennis. Robin Haase, supergozer, werkt hard, maar spreekt niet aan. En voor de rest is er niets.”

Ondertussen lacht dochter Elly om oude foto’s in het boek. Even later zegt Dogger over de ­meningen van anderen: “Het interesseert me niets wat zij vinden. Mijn moeder? Eh, dat kun je beter over een paar dagen vragen. Zij houdt haar hart vast. Het boek is er nu, ze kan aan de bak. Het is niet niks. Ze is altijd op mijn gedrag aangesproken. Maar wat mijn verhaal betreft: ik beschadig niemand. En ik had altijd de gunfactor. Enerzijds niet goed, maar anders was het misschien helemaal fout gelopen. Zelfmoord, vermoord, zoiets. Ik leef met de gevolgen van drugs, maar ben er nog wel. En als ik eerlijk ben: dit boek doet mij best iets.”

Peter Zantingh: Paul Dogger, Spectrum, €21,99.

Beeld Uitgeverij Spectrum
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden