Orlando Smeekes: ‘Ik ben niet meer zo beïnvloedbaar als vroeger.’

PlusInterview

Oud-profvoetballer Orlando Smeekes is nu kickbokser

Orlando Smeekes: ‘Ik ben niet meer zo beïnvloedbaar als vroeger.’Beeld Marie Wanders

De voetbalwereld is een haaienwereld, vindt Amsterdammer en oud-prof Orlando Smeekes (38). Hij staat nu in de kickboksring. Emoties uit zijn turbulente leven dienen als brandstof.

Het is een lied dat je niet vaak zult horen in de kickboksring. Maar als Orlando Smeekes opkomt tijdens het Rings Gala in sporthal De Bloemhof in Aalsmeer, klinkt Ik voel me zo verdomd alleen, uit Ciske de Rat. Dit gevecht, half november, is het tweede in zijn kickbokscarrière. De tegenstander is Flores Waalewijn.

Zijn eerste gevecht, in oktober tegen Tamas Kossenberg, won Smeekes na veertig seconden. Dit keer verliest hij. Van vermoeidheid kan de oud-voetbalprof van clubs als Telstar en Volendam na een paar rondes bijna niet meer op zijn benen staan. Overmoedigheid, zegt Smeekes ­later. “Ik was eigenwijs, wilde doorpakken, maar had niet voldoende getraind. Kickboksen is als het leven. Vallen en opstaan.” In februari gaat hij opnieuw de ring in.

Zijn gedachten schieten soms terug naar nachten in de dug-out bij amateurclub Neerlandia, inmiddels opgegaan in FC Blauw-Wit Amsterdam. Wanneer niemand aanwezig was op sportpark Sloten, besloot Smeekes daar te gaan slapen. Hij was contractspeler van toen nog Stormvogels/Telstar, negentien jaar geleden. En hij was dakloos.

Boerderij

Van vriendinnetjes die bij McDonald’s werkten, kreeg Smeekes weleens salades, friet en hamburgers toegestopt. “Telstar was niet op de hoogte van mijn leefsituatie, tot ik eens van de honger out ging in de kleedkamer. Ze pikten mij elke ochtend voor de training in een busje op bij station Sloterdijk. Dan had ik soms niet gegeten of geslapen. Af en toe kon ik bij vrienden slapen, als hun ouders niet thuis waren. Vaak sliep ik bij Neerlandia en zwierf ik over straat. Ik was achteraf nog niet klaar om op eigen benen te staan na mijn jaren bij Gertjan.”

In de drieënhalf jaar ervoor woonde Smeekes op de boerderij van voetbaltrainer Gertjan Verbeek in het Friese Jubbega. Verbeek was niet alleen jeugdtrainer van Smeekes bij Heerenveen, maar van zijn veertiende tot achttiende verjaardag ook zijn voogd. Smeekes’ biologische ­ouders konden door hun drugsgebruik niet voor hem zorgen.

Via kindertehuizen en familieleden kwam Smeekes op zijn zevende bij pleegouders in Emmeloord. Zij meldden hem aan bij voetbalclub Flevo Boys en een turnvereniging. In 1991 werd Smeekes als Orlando van Wijk, zoals hij op dat moment heette, Nederlands kampioen springen voor jongens tot twaalf jaar.

Toen zijn pleegouders hem meenamen naar een talentendag van Heerenveen, bleken de scouts van de club onder de indruk. Hij mocht aansluiten in de jeugdopleiding. “Gertjan werd bij de C’tjes mijn trainer en we hadden direct een klik. Misschien omdat we allebei einzel­gängers zijn. Gertjan had gezag, dat had ik nodig. Als we naar een toernooi in Duitsland gingen, moest ik met Gertjan op de kamer. Ze waren bang dat ik kattenkwaad zou uithalen. Nee, ik was geen makkelijke puber. Kon mijn emoties niet goed kwijt. Veel mensen kregen geen grip op mij, Gertjan wel.”

De voornaam van Verbeek, ex-trainer van onder meer Heerenveen, Feyenoord en AZ, staat op de nek en de arm van Smeekes getatoeëerd. “Hij is als een vader voor mij, een engel. Dat hij mij in huis vroeg toen ik in een internaat zat, had ik niet verwacht. Dat vond ik heel bijzonder. Er was niets te doen in Jubbega, voor mij kwam dat goed uit, haha.”

“Als Gertjan weg was, dan paste ik op het huis. Ik wilde zijn vertrouwen niet beschamen. Ik werd door Gertjan rustig in mijn hoofd, er kwam structuur in mijn leven. Zijn tips voor krachttraining en voeding gebruik ik nog. Door Gertjan kom ik vrijwel nooit meer ergens te laat. Als ik de bus naar Heerenveen miste, liet hij mij ruim tien kilometer lopen.”

Alleen op de wereld

Boos werd Verbeek eigenlijk nooit, zegt Smeekes. “Hij was duidelijk in afspraken, zoals geen drank en drugs in huis. Hij wilde geen tattoos tot mijn achttiende. Dat heb ik wel ruimschoots ingehaald, haha. Ik heb nog een keer zijn Mercedes in de sloot gereden. Die werd door iemand uit het dorp met een trekker eruit getrokken. Gertjan bleef rustig, altijd. Ik mocht ook daarna nog in zijn auto rijden.”

In aanloop naar zijn achttiende verjaardag kreeg Smeekes steeds meer de drang om naar Amsterdam terug te keren. Er kwam een aanbieding van Telstar en Smeekes vertrok uit Friesland. Hij besloot zijn biologische vader op te zoeken. Bij hem kon hij terecht, maar na een middag in de stad bleek zijn tas met kleding verdwenen. “Mijn vader had alles verkocht. Hij had geld nodig.”

“Ik heb als baby lang in het ziekenhuis gelegen, omdat ik de drugs van mijn ouders in mijn lijf had. Ik moest dus ontgift worden. Zo’n start van het leven wens je niemand toe. Dat laat sporen achter. Ik heb me lang Remi uit Alleen op de wereld gevoeld.”

Psychose

Op 10 september 2001, een dag voor de aanslagen op de Twin Towers in New York, kreeg Smeekes een auto-ongeluk, samen met zijn Telstarploeggenoten Melvin Holwijn, Germaine Levant en Jean-Pascal Biezen. Het viertal kwam op weg naar Amsterdam in botsing met een ­tegenligger. Smeekes kon het ziekenhuis snel verlaten, maar belandde vervolgens in een psychose. “Dat ongeluk bleek de laatste druppel in een emmer vol problemen. Ik werd opgenomen en gelukkig stond ook toen Gertjan weer voor mij klaar. Hij bood mijn toenmalige vriendin, ons dochtertje en mij onderdak. Daarna kreeg ik mijn leven weer beter op de rit.”

Zestien jaar was Smeekes profvoetballer en hij speelde in de eredivisie, in de eerste divisie en in Duitsland en Zuid-Afrika. “Nu wil ik nooit meer iets met voetbal te maken hebben, het is een haaienwereld. Voetbal was niet mijn passie, maar ik verdiende er mijn geld mee. Er waren leuke tijden, zeker in het buitenland, maar in Nederland heb ik ook huilend op het veld gestaan. Dan zongen ze weer over mijn moeder. Dat raakte mij altijd diep.”

Smeekes zag zijn moeder rond zijn twintigste pas voor het eerst. “Zomaar op straat in Amsterdam, ik liep daar met mijn broer. Zij rende weg. Heftig was dat. Dan gaan wonden die bijna zijn geheeld opnieuw open. Ik heb haar later nog in een ziekenhuis opgezocht, nadat ze een hartaanval had gehad. Ze zit nu in een instelling in Geuzenveld. Hopelijk vindt ze daar haar rust.”

“Mijn vader is onlangs overleden. We hebben helaas geen laatste woorden meer kunnen uitwisselen. Hopelijk is hij bevrijd. Ik neem mijn ouders niets kwalijk. God wilde dat ik op aarde kwam en dat kon via hen. Dat ze meer dan dertig jaar junkies waren, is triest en zielig. Niemand kiest voor zo’n leven. Iedereen kan door een scheiding, sterfgeval of ontslag in de put terecht­komen en er niet meer uit komen. Iedereen heeft engeltjes nodig in zijn leven, die ben ik ook tegengekomen.”

Smeekes heeft meerdere relaties gehad en is vader van zes kinderen. Hij woont alleen in het centrum van Amsterdam. “Ik vergeet mijn kinderen zeker niet en ik heb ze allemaal lief. Ik heb mij nog nooit zo happy gevoeld als nu. Kickboksen is mijn passie geworden, ik kan er mijn emotie en energie in kwijt. Ik ben nu nog wel meer een vechter dan een kickbokser. Ik moet tactischer worden, punten leren pakken,” zegt Smeekes zittend aan een tafeltje bij Fit For Free Amsterdam Arena. Over een uur moet hij weer trainen.

Ruim een half jaar geleden werkte Smeekes zijn eerste kickbokstraining af. Hij ontmoette iemand die hem aan een baan hielp bij Fit For Free en daar gaf Smeekes aan te willen kickboksen. Trainers zagen direct potentie in zijn atletische lichaam, zijn explosieve trap. Nu wil hij binnen twee jaar A-vechter worden.

Prestatiegericht

“Ik ben 38, maar voel me 25. Ik ga voor the max. Gertjan, met wie ik nog veel contact heb, was niet direct voorstander van mijn besluit om wedstrijden te gaan vechten. Hij kent als voormalig amateurbokser het vechtsportwereldje. Maar ik ben niet meer zo beïnvloedbaar als vroeger en train in goede gyms met fijne mensen. Ik voel me er meer thuis dan in de voetbalwereld.”

Voor zijn eerste gevecht kwam Smeekes op met een hardstyle remix van Waarom van André Hazes. “Ik herken veel in zijn muziek. Hazes was een man van het leven. Net als ik. Toen ik op straat leefde, merkte ik pas hoe iedereen met zichzelf bezig is. Kijk de fietsers in de stad, ze rijden met oogkleppen op. We leven in een hectische, prestatiegerichte maatschappij.”

“Door de shit die ik heb meegemaakt, kijk ik anders naar de wereld, naar junkies. Ik snap hun leed. Er zijn veel mensen die hun geen blik waardig gunnen. Amsterdam wordt steeds meer een stad van gelukszoekers, maar ik voel me Amsterdammer en beschouw deze stad als eentje van de vrije zielen. Dat ben ik ook. Ik ga waar de wind mij brengt. En dat is nu naar de kickboksring.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden