Plus

Oud-Ajacied Alistair Dick: ‘Na een wedstrijd sloeg ik een paar biertjes achterover’

7 oktober 1986: Alistair Dick, in dienst van Tottenham, passeert Stan Cummins van Sunderland. Beeld ANP

De Schot Alistair ‘Ally’ Dick (54) won, voor blessures zijn loopbaan kortwiekten, in de jaren tachtig een Europese beker met zowel Tottenham Hotspur als met Ajax. 

Alistair Dick gold ooit als de hoop van het Schotse voetbal. Vrijwel alle grote clubs probeerden hem vast te leggen. Als scholier schitterde hij in een jeugdelftal op Wembley. Geen speler debuteerde op jongere leeftijd in de competitie voor Tottenham Hotspur dan de watervlugge aanvaller. Hij deelde een kleedkamer met grootheden als Ossie Ardiles en Glenn Hoddle. En zijn faam was zo groot dat Johan Cruijff hem als trainer naar Ajax haalde.

Ruim dertig jaar later duikt zijn naam voor­namelijk op in pubquizzen. Zelfs zijn tienerdochter heeft weinig weet van zijn wonderbaarlijke loopbaan. De halve finale in de Champions League tussen zijn twee oude clubs bracht daar enige verandering in. “Ze wilde weten wie toch die Cruijff was waar jongens in haar klas over praatten,” vertelt hij in zijn woning in Stirling, een stad ten noorden van Glasgow. “Toen heb ik haar beelden van de Cruijff Turn laten zien.”

De beroemde schijnbeweging kan Dick niet meer maken. Gehavende gewrichten vormen de reden dat hij snel in de vergetelheid raakte. Verdriet over zijn in de knop gebroken carrière heeft de Schot niet. Trots overheerst. Dick won met Tottenham Hotspur, waar hij zes jaar speelde, de Uefa Cup. Bij Ajax schreef hij de Europacup II op zijn naam. Met Jong Schotland werd hij Europees kampioen.

Biertjes na de wedstrijd

Zijn samenwerking met Cruijff in 1986 kwam door toeval tot stand. Dick stond op het punt de Spurs te verlaten voor Glasgow Rangers. Dat de protestantse club nog nooit een katholieke speler had vastgelegd, vormde volgens coach Graeme Souness geen bezwaar. “Ik vertelde dit per ongeluk aan een vriend. De vader van zijn vriendin kende weer iemand bij de krant. De volgende dag stond op de voorpagina: ‘Rangers sign Roman Catholic.’ Toen liep het stuk.”

Drie dagen later kreeg Dick telefoon uit Nederland. Of hij naar Ajax wilde komen. Cruijff had een tip uit Glasgow gekregen. “Ajax wilde international Davie Cooper halen, maar Rangers wilde hem onder geen beding laten gaan. Souness zei: ‘Toevallig probeerden we net iemand vast te leggen die heel erg op hem lijkt.’ Een dag nadat Ajax de beker had gewonnen, meldde ik me in Amsterdam voor een stage. Vijf dagen later tekende ik een contract.”

Alistair Dick in zijn tijd bij Ajax Beeld VI Images / VI Archive

Dick betrok een maisonnette in de Bijlmer. Marco van Basten, die hij kende van internationale jeugdtoernooien, haalde hem de eerste paar weken thuis op. Met John van ’t Schip, Frank Verlaat en de piepjonge Dennis Bergkamp kon hij ook goed opschieten. Aan de cultuur moest hij flink wennen. “Na een wedstrijd sloeg ik een paar biertjes achterover. Dan keken ze me allemaal gek aan.”

De spartaanse trainingen zorgden voor een grotere schok, evenals het karakter van Cruijff. “Niet vaderlijk. Niet warm. Niet vriendelijk. Er heerste geen sfeer van: die Schotse jongen spreekt de taal niet, we gaan goed voor hem zorgen. Maar het spel van Ajax sprak me meteen aan. De bal moest zo snel mogelijk naar de vleugels. Een man passeren werd gestimuleerd. Dat was perfect voor mij.”

Gevoelloze knie

Dick, klein en mager, won aan kracht. Cruijff liet hem meteen spelen in de eredivisie en de tienersensatie, bij Spurs geplaagd door fysieke problemen, leek de verwachtingen in te lossen. Totdat in De Meer in de tweede ronde van de Europacup II tegen Olympiakos (4-0) een tackle verkeerd uitpakte. De kruisband in zijn linkerknie scheurde af bij het bot. “Dat was na vier maanden.”

Na een loodzware, uiterst pijnlijke revalidatie haalde hij tot zijn teleurstelling de finale van de Europacup II tegen Lokomotiv Leipzig net niet. Het besef nooit meer de oude te zullen worden, daalde langzaam in. De frêle voetballer, door Spurs als de toekomstige opvolger van Hoddle gescout, kon zijn been niet meer volledig strekken. “Het voelde alsof ik de knie van een ander had. Er zat geen gevoel meer in.”

Alistair Dick
25 april 1965, Stirling (Schotland)

1981-1986 Tottenham Hotspur, 17 competitieduels, 2 goals
1986-1988 Ajax 11 (1)
1991-1993 Heidelberg United 10 (4)
1995-1996 Seven Stars (onbekend)
1996-1997 Alloa Athletic 1 (0)

Prijzen Dick won in 1984 de Uefa Cup met Tottenham Hotspur, in de tweede finalewedstrijd tegen Anderlecht viel hij in. Met Ajax won hij in 1987 de Europacup II, maar hij miste de finale tegen Lokomotiv Leipzig. Een jaar later zat hij op de bank bij de Europacup II finale van Ajax tegen Mechelen (0-1 verlies).

Na zijn loopbaan werd hij onder meer jeugdtrainer.

Zorgen over zijn gewricht en de opkomst van talenten als Bryan Roy en Rob Witschge deden hem een cruciale vergissing maken. Toen hij in Schotse kranten las over interesse van Celtic, besloot hij Cruijff om toestemming te vragen. “Het voelde als het juiste moment om terug te gaan. Ik zei: ‘Als dit klopt, dan ben ik geïnteresseerd.’ Een grove fout. Je moest nooit tegen Cruijff zeggen dat je hart niet meer bij Ajax lag.”

Dick kreeg van hem geen kans meer. Toen Cruijff in januari 1988 naar Barcelona ging, volgden toch nog twee hoogtepunten. “Ik zat op de bank in de verloren Europacupfinale tegen KV Mechelen. En in de aanloop naar het EK speelde we met Ajax een oefenduel met Oranje. Het werd 1-1. Gullit scoorde voor het Nederlands elftal. Ik voor Ajax. Onze namen stonden onder elkaar op het scorebord. Helaas heb ik daar geen foto van.”

Die zomer verliet Dick Amsterdam met stille trom. In Engeland probeerde hij tevergeefs een contract af te dwingen. “Ik kreeg telkens hetzelfde te horen: eerst helemaal fit worden. Dat was het probleem. I was chasing fitness, struikelde van de ene in de andere blessure.” Hij wrijft over zijn knie. “Heel raar eigenlijk. Ik was ineens weg bij Ajax. Heb ook nooit echt afscheid genomen. Ik wist dat het klaar was.”

Dick speelde nog wel in Australië en voor enkele clubs in Kaapstad, zoals bij Seven Stars, eigendom van een voetbalkennis uit zijn Londense periode en voorloper van Ajax Cape Town.

Voorkeur voor Spurs

Met een knik beaamt Dick, die wat mank loopt, dat zijn loopbaan mooier had kunnen zijn. “Maar wat heb ik bereikt, maakt me trots. Ik heb bij Spurs de laatste Europese prijs gewonnen. Bij Ajax de Europacup II. En met Cruijff gewerkt. Ik heb zoveel van hem geleerd.” Zijn voorkeur in de tweestrijd van de Champions League gaat mede door de afstandelijke houding van de maestro niettemin naar de Spurs uit.

“Zonder enige twijfel. Daar voelde ik me onderdeel van een familie. Ik was gek van die club. Maar iedereen is onder de indruk als je zegt: ik heb bij Ajax gespeeld. Door Cruijff. Hij was zo goed.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden