Plus

Oranjevrouwen schrijven historie met hun overwinning

Op een klamme zomeravond in Lyon presteerden de voetbalvrouwen dinsdagavond wat niemand vooraf voor mogelijk had gehouden. Dankzij een 1-0 overwinning op Zweden staat Oranje aanstaande zondag voor het eerst in de historie in een WK-finale.

De speelsters van Nederland vieren de overwinning op Zweden. Beeld ANP

Haar teamgenoten hadden de laatste weken vaak tegen haar gezegd dat ze eens iets meer op doel zou moeten schieten. Op goed geluk dan maar, dacht Jackie Groenen tien minuten in de verlenging, toen ze de bal van haar rechtervoet lanceerde. Wat volgde was een gevoel van trots, blijheid en ongeloof. Wie had gedacht dat zij, degene die zelden scoorde, Nederland naar de finale van een WK zou schieten.

Vier jaar geleden maakte het Nederlands vrouwenelftal haar debuut op het wereldkampioenschap in Canada. Het is onvoorstelbaar wat er sinds die tijd is gebeurd. Van het winnen van de Europese titel in 2017, de uitverkochte stadions, de stijgende kijkcijfers en nu het binnenhalen van een Olympisch ticket en het behalen van de finale op een wereldkampioenschap. Een knappe prestatie, gezien het spel dat Nederland tot nu toe vertoonde in Frankrijk.

Gelijk op 

Ook in de halve finale, in een redelijk gevuld Parc Olympic Lyonnais, was het af en toe kommer en kwel, in een wedstrijd die redelijk gelijk op ging. Nederland begon sterk, met een schot op doel van Vivianne Miedema en twee goede acties van Lineth Beerensteyn, die van de bondscoach de voorkeur had gekregen boven Shanice van de Sanden. Daarna viel Oranje terug in een oude gewoonte door de bal achterin rond te spelen, in plaats van vooruit, in een tempo om moedeloos van te worden. Het viel niet te vergelijken met de avond ervoor, toen Amerika en Engeland van hun halve finale in hetzelfde stadion een waar spektakel hadden gemaakt.

De Zweden kwamen een aantal keer gevaarlijk langszij, met name aan hun rechterkant waar Sofia Jakobsson linksback Merel van Dongen een lastige avond bezorgde. Keeper Sari van Veenendaal voorkwam met twee cruciale reddingen dat haar team met een achterstand de rust in ging.

In de tweede helft kwam Nederland, met een sterk invallende Jill Roord voor de geblesseerde Lieke Martens, er beter uit. Bepalend was ook de komst van Van de Sanden, die een nieuwe impuls gaf aan de ploeg, zoals Beerensteyn dat in voorgaande wedstrijden deed. Een hoofdrol was er ook voor keeper Sari van Veenendaal die een inzet van Nilla Fischer licht toucheerde waardoor de bal op de paal belandde. Acht minuten later zorgden de vingertoppen van haar Zweedse collega aan de overkant, Hedvig Lindahl, ervoor dat een snoeiharde kopbal van Vivianne Miedema de lat raakte.

Vertrouwen

Terwijl de bijna vijftigduizend aanwezige fans, onder wie bondscoach Ronald Koeman, bij het begin van de verlenging op het puntje van hun stoel ging zitten, groeide bij Oranje het vertrouwen dat ze zouden scoren. Het was bijna alsof ze er plezier uit haalden. Zoals een roofdier met zijn prooi speelt, lang genoeg tot die is uitgeput en dan toeslaan. Oranje had het al eerder gedaan in de kwartfinale tegen Italië. “We hebben de afgelopen jaren geleerd hoe we wedstrijden moeten winnen,” zei aanvoerder Van Veenendaal. “Op het EK veranderde alles wat we aanraakten in goud, dat is op dit moment niet zo. Maar we weten, hoe langer een gelijke stand, hoe groter de kans is dat we scoren.”

En zo geschiedde, in de honderdste minuut, toen Groenen na een schitterende aanval Oranje op een 1-0 voorsprong zette. Het was haar derde doelpunt voor Oranje en meteen het belangrijkste uit haar carrière, tot nu toe. In plaats van in te zakken werd Nederland, beduidend fitter dan de Zweden, alleen maar sterker. Stefanie van der Gragt, die de hele wedstrijd al achterin ballen aan het opruimen was, wist van geen ophouden. Dominique Bloodworth herstelde haar eigen fout met een sterke sliding in de zestien. Daniëlle van de Donk gooide haar hele lichaam in de strijd, de gele kaart nam ze voor lief.

Vechtlust 

Wat dat betreft verdient het team alle lof voor de manier waarop het zich naar de finale heeft geknokt. Het Oranje van nu is een ploeg die, ook al speelt het niet zijn beste wedstrijd, kan terugvallen op mentale weerbaarheid en een enorme dosis vechtlust. De manier waarop speelsters voor elkaar door het vuur gaan, elkaar zelfvertrouwen geven op het moment dat het nodig is, is geen toeval. Er is de afgelopen jaren onder leiding van bondscoach Sarina Wiegman intensief gewerkt aan teambuilding.

Daarbij hoort ook dat persoonlijke teleurstellingen tijdens het toernooi op de achtergrond worden geschoven, niemand is immers belangrijker dan het team. Symbolisch daarvoor was het gedrag van Van de Sanden toen ze mocht invallen. Vooruit geduwd door het gejuich vanaf de tribunes rende de aanvaller, die dit toernooi veel kritiek te verduren heeft gekregen, op haar feloranje schoenen de longen uit haar lijf. Nadat ze van de bal was gezet door een Zweedse verdediger, zweepte ze in afwachting van de corner de groep Oranjefans achter het doel op. Haar arbeid betaalde zich nog bijna uit in een doelpunt, maar een beetje overmoedig schoot ze de bal met buitenkant rechts naast het doel.

Het laatste verzet kwam van Zweden, maar de voorzet werd uit de lucht geplukt door Van Veenendaal, die zich met de bal tegen de borst geklemd op de grond liet vallen en na het fluitsignaal bleef liggen tot ze bedolven werd onder uitzinnige teamgenoten. Daarna kwamen de tranen. “Wij, Nederland, in de finale. Ik kan het nog steeds niet beseffen,” zei de aanvoerder na afloop. 

Wiegman hield het tot haar eigen verbazing droog. “Dat zal vast later nog komen. Ik denk dat het besef er nog niet helemaal is. We gingen naar dit toernooi om te winnen, hoewel we wisten dat die kans niet zo heel groot is gezien de historie en de fase waarin we zitten.”

Jackie Groenen van Nederland schiet de 1-0 langs Hedvig Lindahl van Zweden. Beeld ANP

Ook bij de speelsters, die haast verdoofd leken bij het passeren van de rijen nationale en internationale pers, was het besef er nog niet. “Puur ongeloof,” zei Jill Roord hoofdschuddend. Tijdens de medische verzorging voor een Zweedse speelster, vlak voor tijd, had ze zich bij het groepje met Sherida Spitse, Van de Sanden en Van de Donk gevoegd. “We zeiden tegen elkaar: wow, we staan gewoon in de WK-finale. Dat was wel een mooi moment.” 

Uitblinker Van der Gragt, met de Nederlandse vlag hangend om haar schouders, kon het nog moeilijk bevatten. “Dit is ons tweede WK en dan sta je gewoon in de finale. Ik ben zo blij. We hebben echt gevochten als leeuwinnen. Ik vind het enorm sterk van ons dat we dat tot en met de laatste minuut kunnen volhouden. Aan de bal kon het misschien beter, maar wat maakt het uit, we staan in de finale.” 

“Ongelooflijk,” zei Bloodworth. “Dit is iets waar je als klein meisje van droomt.” Voor het bespreken van de uitkomst van die finale, de Europees kampioen tegen de huidige wereldkampioen, was het dinsdagavond nog te vroeg. “Eerst genieten en lekker slapen,” zei Van Veenendaal. “Ik ben zo moe, eigenlijk wil ik het liefst naar bed.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden