Oranje-aanvoerder Nimir Abdelaziz: ‘Weer Estland-uit in de European League, daar heb ik niet heel veel zin meer in.’

PlusInterview

Oranje-volleyballer Abdelaziz: ‘Er is een kleine kans op de Spelen, daar gaan we voor’

Oranje-aanvoerder Nimir Abdelaziz: ‘Weer Estland-uit in de European League, daar heb ik niet heel veel zin meer in.’Beeld EPA

Hij geldt als de beste Nederlandse volleyballer van het moment: Nimir Abdelaziz. In Milaan praat hij over zijn leven in Italië, het olympisch kwalificatietoernooi (OKT) van volgende week en zijn eigenzinnige agendabeleid. ‘Hoe laat ik overmorgen train? Geen idee.’

Het lijf van Nimir Abdelaziz (27) geeft zijn achtergrond prijs. Op zijn linker­onderarm is aan de ene kant een panter getatoeëerd – de betekenis van zijn voornaam in Tsjaad – en aan de andere kant een kompas. Daarin is Tsjaad afgebeeld, het land van zijn ­vader, en ook Namibië, het land waar hij de eerste vier jaar van zijn leven heeft doorgebracht.

Nederland is zijn thuis. Bij zijn moeder in Sliedrecht of in Amsterdam, waar hij in de zomer een huis huurt tijdens zijn periode met het Nederlands team. Het grootste deel van het jaar verblijft hij echter in Milaan, waar hij als diagonaalspeler uitblinkt in de competitie van volleybalnatie Italië. Daar beleeft Abdelaziz inmiddels zijn derde clubseizoen. Hij heeft een appartement in het centrum, op slechts een paar minuten rijden van de trainingshal. En hij heeft zijn vaste adresjes, zoals een koffiebar waar de eigenaar hem nu ook weer joviaal ­begroet voordat hij een espresso neerzet.

“Ik ben al vaak van club gewisseld. Overal had ik het naar mijn zin, maar nergens zat ik zo lang als nu,” vertelt Abdelaziz. Hij houdt van het stads­leven. Van de mogelijkheden die een wereldstad biedt. “In Milaan heb je alles wat je wilt. Ik vind het fijn, die drukte om me heen.” Bovendien gaat hij hier behoorlijk anoniem door het ­leven. Ook wel fijn.

Vaderfiguur

Op zijn vierde scheidden zijn ouders, die elkaar in Namibië hadden ontmoet toen zijn Nederlandse moeder daar werkte in een ziekenhuis. Zij kreeg de voogdij over Abdelaziz en zijn broertje en ging met hen terug naar Nederland. “Ik weet vrijwel niks meer van die periode. Daarom lijkt het me leuk om een keer terug te gaan, maar daar heb ik nu te weinig tijd voor. Ik wil niet voor een weekje gaan.”

Uiterlijk lijkt hij het meest op zijn vader. “Mijn moeder is blank en blond, van mijn vader heb ik de kleur, de lengte en het fysiek.” De volleyballer van 201 centimeter heeft zijn vader sinds de scheiding niet meer gezien. “Mensen vragen weleens of ik daar moeite mee heb. Of ik geen vader­figuur mis. Maar zolang ik me kan herinneren, ben ik met mijn moeder en broertje en dat is voor mij prima zo. Ik ben het gewend. Hoe kun je iets missen wat je niet kent?”

Tegendraads

Door zijn sportcarrière, die hem van Italië naar Turkije en via Polen en Frankrijk weer naar Italië voerde, spreekt hij meerdere talen. Clubs bieden soms taalcursussen aan, maar Abdelaziz daagt zichzelf uit. “Ik vind het niet fijn als ik niet kan communiceren als ik ergens ben. En ik vind het leuk om talen te leren. Het is fijn om zonder hulp dingen te kunnen doen. Dat de teammanager niet mee hoeft als ik naar de bank wil.”

Leren uit een boek is aan hem niet besteed. “Dan ben ik er na vijf minuten klaar mee. Leg mij niet te veel vast, dan word ik tegendraads. Als iemand nu vraagt om over een paar weken uit eten te gaan, dan zeg ik: ‘Ik laat het je dan wel weten.’ Misschien heb ik de dag ervoor wel geen zin. Vandaag is vandaag, morgen is weer een nieuwe dag. Hoe laat ik overmorgen train? Geen idee. Zo leef ik een beetje, dat werkt voor mij. En ja, dat vinden mensen weleens vervelend.”

In Nederland werd Abdelaziz onlangs verkozen tot speler van het jaar. In Italië valt hij op met indrukwekkende cijfers, al zegt hij nooit zijn eigen statistieken na te kijken. “Het gaat erom of het team wint of verliest, dat is alles.”

Zijn contract bij Powervolley Milano, waar Oranjebondscoach Roberto ­Piazza sinds de zomer ook zijn clubtrainer is, kan worden open­gebroken. Hij heeft een zogenaamde buy-out: als een andere club een bepaald bedrag betaalt, kan hij weg. “Er zijn clubs geïnteresseerd. Wij volleyballers spelen ongeveer tot ons 35ste. Als er een team komt dat meedoet voor alle prijzen, of met veel geld, dan moet ik een keuze maken. Ik zit nu sowieso goed.”

Niet om de prijzen

Voor het eerst in jaren weet Abdelaziz nog niet hoe zijn komende zomer eruitziet. Als Nederland zich volgende week in Berlijn niet plaatst voor de Spelen, wat gezien de zware tegenstand op het olympisch kwalificatietoernooi (OKT) voor de hand ligt, dan weet hij nog niet of hij zich weer een volledige zomer bij Oranje aansluit. Ook omdat zijn wedstrijdkalender al erg vol zit.

“Bij de club verdien ik mijn geld. Wil ik de hele zomer doorgaan? Hoe lang wil ik überhaupt nog doorgaan? De laatste dag dat ik opstond zonder ergens last te hebben, kan ik me niet herinneren. Aan de andere kant hebben we een mooi leven en is het natuurlijk een eer om voor Oranje te spelen. Ik wil ook graag naar de Spelen. Er is een kleine kans, daar gaan we voor. Maar als het niet lukt... Ik zit nu bijna tien jaar bij het Nederlands team, heb vier EK’s en een WK gespeeld. Leuk, maar we speelden niet echt om de prijzen. Voor de honderdste keer Estland-uit in de European League, daar heb ik niet heel veel zin meer in.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden