PlusAchtergrond

Oranje mist onomstreden topkeeper: ‘Tijdperk Van der Sar was uitzondering’

De ene keeper van Oranje is bankzitter, de volgende worstelt met een vormdip en de derde speelt op het tweede niveau. Wat zegt dat over de Nederlandse doelmannen? ‘Kun je twee zwakke interlands van Cillessen opnoemen? Nou dan.’

Tim Krul in het doel tijdens de oefeninterland tegen Mexico.Beeld ANP

Tim Krul zat er best monter bij, woensdagavond laat na het duel tussen Nederland en Mexico, in de verlaten Johan Cruijff Arena. Ja, zei de keeper er voor de vorm bij: de teleurstelling over de 0-1 nederlaag overheerste. “Maar ik ben ook wel een beetje trots dat ik terug ben in het Nederlands elftal.”

Vijf jaar geleden speelde de doelman van Norwich City voor het laatst een wedstrijd in Oranje. Krul worstelde nadien met blessures, werd een paar keer zonder veel succes verhuurd, maar krabbelde in Norwich stilaan toch weer op.

Championship

Woensdag was hij de eerste international sinds 1998 die een interland speelde als speler uit een lagere divisie: het Engelse Championship, na de degradatie van Norwich City afgelopen seizoen. De laatste Oranje-speler die uitkwam op het tweede niveau was Pierre van Hooijdonk met Nottingham Forest.

Dat is prachtig voor Krul, vermaard penaltykiller sinds het WK van 2014, maar in breder perspectief zegt het ook iets over de staat van de Oranje-keepers. Eerste doelman Jasper Cillessen is bij Valencia opnieuw op de bank beland, na jaren als tweede doelman bij FC Barcelona. Derde keeper Marco Bizot schutterde afgelopen weekeinde opzichtig in het doel van AZ, terwijl de loopbaan van Jeroen Zoet (inmiddels bij Spezia, Serie A) uiterst grillig verloopt.

“Maar noem nou eens twee zwakke interlands van Jasper Cillessen in de laatste jaren,” zegt oud-keeper Ronald Waterreus. “Ik bedoel maar, dat lukt je niet. Wat ik wil zeggen: dit is ook een momentopname. Ik geloof niet dat de achterhoede van Oranje zich grote zorgen maakt, omdat we zulke slechte keepers hebben. Dat is namelijk niet zo.”

Maar betekent die relativering ook dat er weinig mis is met onze keepersopleiding, zoals de Nederlandse voetbalschool de laatste jaren vaker werd bekritiseerd? In de eredivisie spelen al een tijdje volop buitenlandse keepers: nog zo’n teken aan de wand. Of is hier bovenal sprake van golfbewegingen van talent?

“De discussie over de opleiding is weer een andere,” vindt Waterreus. “Dan heb je het echt over de wortels van het keepen, van sporten in het algemeen. In mijn ogen is dat bijna een maatschappelijk thema: jonge kinderen spelen lang niet zoveel buiten als vroeger. Duiken op asfalt, spelenderwijs zélf je techniek en motoriek ontwikkelen, zoals wij vroeger deden, het komt bijna niet meer voor. Keepers in Nederland wordt van jongs af aan alles aangeleerd uit het boekje, op kunstgras ook nog eens, in plaats van dat ze eerst zélf het vak ontdekken op een trapveldje.”

Feit is dat Oranje al een tijdje niet kan terugvallen op één absolute en onomstreden topkeeper uit de categorie Jan van Beveren, Hans van Breukelen of Edwin van der Sar. Je zou kunnen zeggen dat bondscoach Frank de Boer en zijn voorgangers konden putten uit een pooltje van prima ‘reservekeepers’ van het niveau Hiele, Waterreus of Menzo, maar een internationale topper zit er niet bij.

Hoge eisen

“Niet iedereen is een Neuer,” zei de ervaren keeperstrainer Frans Hoek onlangs nog, toen het ging over de hoge eisen die er tegenwoordig aan keepers worden gesteld, onder andere in het zogenoemde ‘meevoetballen’. Bovendien kun je zeggen: ook in landen als Engeland, Frankrijk of Italië wordt met enige regelmaat over keepers gemopperd.

De ideale doelman heeft De Boer voor de interlands tegen Bosnië en Herzegovina (zondag) en Italië (woensdag) niet tot zijn beschikking. Meevoetballen is niet echt de specialiteit van Krul, bleek ook in de eerste helft tegen Mexico. Cillessen is daar duidelijk beter in, maar hem wordt vaak verweten ‘persoonlijkheid’ en ‘uitstraling’ te missen in het doel.

“Maar langs welke lat wil je een keeper leggen?,” vraagt Waterreus zich af. “In mijn tijd was Van der Sar de norm: vergeleken bij hem kwam iedereen wel iets tekort. Maar vergeet niet dat Edwin uitzonderlijk was, hè? Een keeper van dat niveau heeft geen enkel land continu, zeker niet decennia achter elkaar. Je hebt altijd tussenfases. Daar zitten wij met Oranje volgens mij ook in.”

De roep om Feyenoord-keeper Justin Bijlow zwol de laatste weken al stevig aan. De 22-jarige doelman speelt uitstekend bij zijn club, wat op zijn minst de vraag opwierp of Bijlow niet méér recht heeft op een kans bij Oranje dan Bizot of Krul. “We volgen Justin heel serieus,” zei De Boer daarover. “Hij doet het goed. Als Justin dat over een langere periode volhoudt, gaat hij zeker zijn kansen krijgen. En bij Jong Oranje is hij eerste keus, daar speelt hij sowieso zijn wedstrijden.”

Stekelenburg

Of in Bijlow een keeper van het kaliber Van Breukelen of Van der Sar schuilt, moet de toekomst uitwijzen. Jarenlang was Maarten Stekelenburg de gedoodverfde opvolger van Van der Sar. Hij speelde de WK-finale van 2010, barstte van het talent, maar Stekelenburgs carrière stokte stilaan bij AS Roma, Fulham en Everton, om deze zomer als reservekeeper terug te keren bij Ajax.

“Het kan heel snel kantelen,” zegt Waterreus. “Óók ten gunste van Oranje, hoor. Cillessen verloor zijn plek bij Valencia door een blessure, dat kan volgende week weer anders zijn. En wie weet is Bijlow over een half jaar zó consequent goed, dat De Boer onmogelijk om hem heen kan. Dan praten we meteen heel anders over onze Nederlandse keepers.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden