Plus Analyse

Opeens haperen de hockeysters. Hoe zorgelijk is dat?

De medaillemachine van de Nederlandse sport vertoont haperingen. Op het EK hebben de hockeysters voor het eerst sinds de zomer van 2016 twee wedstrijden op rij niet ­gewonnen. Is dat reden tot zorg?

De Nederlandse hockeysters voorafgaand aan de wedstrijd tegen Spanje, tijdens het EK. Beeld ANP

1. Hebben de hockeysters, minder dan een jaar voor de Olympische Spelen, een probleem?

Nederland is de regerend Europees en wereldkampioen, de mondiale nummer één. Twee zwakke beurten op het EK zijn niet direct reden tot paniek. De topvorm is er deze week niet, maar Nederland zal zich heus wel plaatsen voor de Olympische Spelen van 2020 en heeft dan nog elf maanden om het niveau op te krikken. Dat is wel nodig, wil de ploeg zich revancheren voor het gemiste goud van Rio in 2016.

2. Ligt het probleem alleen bij het scorend vermogen?

Nee, het veldspel is in Antwerpen ook ondermaats, te slordig en individualistisch. Dan nog krijgt Oranje voldoende kansen, maar het rendement ligt te laag. In de twintig interlands dit kalenderjaar scoorde Oranje 47 doelpunten, een lager gemiddelde dan afgelopen jaren. Bondscoach Alyson Annan legde uit dat er afgelopen half jaar door de nieuwe Hockey Pro League minder kon worden ­getraind op afwerken. Dat klopt, maar dan nog mag van speelsters uit de hoofdklasse – de sterkste competitie ter wereld – meer worden verwacht. Een ander punt: de strafcorner. Specialist Maartje Paumen scoorde 195 keer in 235 interlands, haar opvolgster Caia van Maasakker staat op 57 goals in 187 wedstrijden.

3. Worden de voormalige boegbeelden Ellen Hoog, Naomi van As en Maartje Paumen gemist?

Het afzwaaien van dit trio, na de Olympische Spelen van 2016, leek probleemloos te worden opgevangen: Oranje werd vorig jaar ‘gewoon’ wereldkampioen. Het team heeft echter wel degelijk aan kwaliteit ingeboet. Wie neemt de ploeg op sleeptouw als het niet loopt? Wie zet de ploeg op scherp als dat nodig is? ­Tegen België en Spanje (twee keer 1-1) werd hun leiderschap node gemist, ondanks de honderden interlands aan ervaring in de ploeg.

4. Ruiken andere landen bloed?

Het viel op hoe strijdlustig België en Spanje waren tegen Nederland. Logisch, zou je zeggen, maar vaak genoeg wilden tegenstanders van Oranje vooral de schade beperkt houden. “Iedereen is ontzettend gebrand ­tegen ons,” zei aanvaller Lidewij Welten, zelf ook minder productief dan andere jaren. “Wij zijn al tijden de nummer één, daar wil iedereen een goed resultaat tegen boeken.” Het verschil met andere jaren is dat het nu niet onmogelijk is. Voor de sport zelf is dat overigens geen slecht nieuws.

5. Moeten we nu ook bang worden voor Rusland?

Welnee. Een zege met twee goals verschil is woensdagavond in het derde groepsduel voldoende voor een plek in de halve finale. Rusland is de nummer 23 van de wereldranglijst, dat klusje gaat Oranje klaren. De ploeg is nog altijd favoriet voor de Europese titel en het bijbehorende olympische ticket. Dit EK legt echter wel fijntjes bloot dat er komend jaar nog flink wat werk te doen is.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden