PlusWedstrijdverslag

Noussair Mazraoui: ‘Beb Bakhuys? Nooit van gehoord’

Op de dag dat de Johan Cruijff Arena zijn 25ste verjaardag vierde, won een wervelend Ajax met 5-0 van NEC. En nam Lasse Schöne eindelijk afscheid van de club die hij twee jaar geleden al had verlaten.

Mazraoui leverde zijn fraaie Bakhuysreplica in de tiende minuut af tegen NEC. Beeld Pro Shots / Stanley Gontha
Mazraoui leverde zijn fraaie Bakhuysreplica in de tiende minuut af tegen NEC.Beeld Pro Shots / Stanley Gontha

“Beb Bakhuys? Nooit van gehoord.” Noussair Mazraoui trekt er een veelbetekenend gezicht bij als hem zaterdag na afloop van de wedstrijd wordt gevraagd of hij de naamgever van de duikkopbal kent. Oranje-international Bakhuys introduceerde de zweefkopbal op 11 maart 1934 in een interland tegen België. Zijn unieke doelpunt droeg bij aan een 9-3 zege in de Derby der Lage Landen. Mazraoui: “1934? Vandaar dat ik hem niet ken.”

De rechtsback van Ajax, zaterdagavond sterk op dreef, leverde zijn fraaie Bakhuysreplica in de tiende minuut af. De voorzet was van Dusan Tadic. “Ik zag die bal komen. Ik dacht maar één ding: duiken, ogen dicht en koppen.”

Het was het hoogtepunt van een wervelende eerste helft, waarin Sébastien Haller het bal in de zesde minuut opende na een voorzet van Mazraoui en ook Tadic tweemaal scoorde. Een eigen doelpunt van Bart van Rooij maakte het kwintet treffers vol. De mallemolen van Ajax draaide op volle kracht, het duizelde NEC aan alle kanten.

Beetje mededogen

Je hoeft in de topsport geen medelijden te hebben, maar een beetje mededogen met het gepromoveerde NEC was wel op z’n plaats. Toch baalde trainer Erik ten Hag van het feit dat zijn ploeg na rust de geestdrift verloor en niet meer scoorde. “De eerste helft is het Ajax dat je wilt zien. Ik ben blij dat we de teruggekeerde fans zo hebben laten genieten, maar in de tweede helft hebben we ze tekortgedaan.”

Ruim 32.000 toeschouwers woonden de 25ste verjaardag van de Arena bij. Het stadion is steeds meer het Ajaxstadion geworden, na een moeizame aanloopperiode. Dat AC Milan op de dag van de opening, 14 augustus 1996, met een 3-0 zege aan de haal ging, was een voorteken. Dejan Savicevic maakte het eerste doelpunt in de Arena. De eerste Ajacied die scoorde, was Kiki Musampa, een week na de opening in een moeizaam gewonnen wedstrijd tegen NAC. Maar hij was niet de eerste Nederlander die een goal maakte in de Arena.

Johnny Bosman

Johnny Bosman begint al een beetje te grinniken als de vraag wordt ingeleid. Hij is namelijk de maker van die treffer. Hij was destijds speler van FC Twente. “We speelden een dag na de opening een bekerwedstrijd in de Arena. Het toernooi heette Amstel Cup en begon met poules. Wij waren ingedeeld met Jong Ajax. Op 15 augustus wonnen we met 4-0. Ik maakte de eerste, een kopballetje in de verre hoek langs keeper Fred Grim. Er zit dus toch een Ajaxtintje aan dat doelpunt.”

Bosman is tegenwoordig spitsentrainer bij de hoogste jeugdteams van Ajax. Hij heeft zijn sporen verdiend als topschutter van de club: hij werd kampioen, won twee keer de KNVB-beker en de Europa Cup II. Het oude stadion De Meer was zijn domein, of het Olympisch Stadion. “Het was vreemd toen we 25 jaar geleden met Twente de Arena inkwamen. Het was een groot, modern stadion. Uniek voor Nederland. We hadden een enorme kleedkamer met een bad erin. Maar wat ik ook merkte: de afstand naar de tribunes was groot door die gracht die om het veld liep. En het veld was heel slecht.”

Een eigen geschiedenis krijgen

De gracht is inmiddels gedempt en het veld is de laatste jaren een stuk beter, net als de sfeer. Komt ook door de heroïsche wedstrijden die er zijn gespeeld; een stadion moet gaan leven, een eigen geschiedenis krijgen. De kampioenswedstrijd tegen FC Twente in 2011 is wat dat betreft een ijkpunt: de 3-1 zege, de derde ster voor de dertigste landstitel, het stadion dat drie uur lang op zijn grondvesten stond te trillen.

Lasse Schöne kwam een jaar later naar Ajax. Hij werd in zeven jaar een van de geliefdste spelers bij de supporters. Hij werd drie keer kampioen met de club, bereikte de finale van de Europa League en de halve finale van de Champions League. De goals van Schöne die het meest beklijven: een steenharde vrije trap in de eerste minuut van de klassieker, die rivaal Feyenoord op 2 april 2017 al vroeg op de knieën kreeg, en zijn goal in de achtste finale van de Champions League tegen Real Madrid uiteraard, in Bernabéu, de 1-4. Oók een vrije trap.

“Het was jouw handelsmerk, jouw specialiteit,” zei technisch directeur Marc Overmars zaterdag vlak voor de wedstrijd tegen Schöne, die sinds dit seizoen voor NEC speelt. Het publiek zong hem toe. Overmars, door de microfoon: “Elk jaar dachten we: komt Lasse met het klimmen der jaren op de bank terecht of zou hij het weer flikken? Maar je werd elk jaar beter. Dat zegt iets over je instelling en over je kwaliteiten.”

Tegen Ajax kon Schöne zaterdag overigens niet veel uitrichten, daarvoor was de thuisploeg veel te sterk. Hij werd in de tachtigste minuut gewisseld. De goedgevulde Arena had opnieuw een staande ovatie voor hem over.

Beluister onze Ajax-podcast Branie:

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden