PlusAchtergrond

Niks olympische gedachte: winnen is waar het voor zwemmer Kamminga in Tokio om draait

Arno Kamminga is de snelste schoolslagzwemmer die Nederland ooit heeft gehad. Tijdens de Olympische Spelen mikt hij op twee medailles op twee afstanden, meedoen is in zijn geval niet belangrijker dan winnen.

Kamminga wordt internationaal gezien als een van de sterkste schoolslagspecialisten.   Beeld Getty
Kamminga wordt internationaal gezien als een van de sterkste schoolslagspecialisten.Beeld Getty

De vlag van Japan aan de slaapkamerdeur hangt er niet meer. Verfrommeld en in een hoekje gedonderd. Niet meer nodig. Zijn ambities zijn inmiddels groter dan de symbolische waarde die de vlag had. Het tekent de progressie van schoolslagzwemmer Arno Kamminga (25). Op twee afstanden heeft hij op de Olympische Spelen serieuze medaillekansen.

Jarenlang hing het witte rechthoek met de rode cirkel in het midden er. Elke dag, wanneer de Amsterdammer naast zijn bed stond en de slaap uit zijn ogen wreef, werd hij herinnerd waar hij die nacht over droomde: kwalificeren voor de Olympische Spelen.

Daarom ging die wekker 350 ochtenden per jaar zo vroeg, daarom stond hij zo vaak op met spierpijn in zijn lijf en daarom was hij gestopt met zijn opleiding Informatica, Multimedia en Management aan de Vrije Universiteit. De geboren Katwijker beloofde zijn vader dat het niet voor niets zou zijn.

Door het glazen raam van de slaapkamerdeur valt inmiddels gewoon heen te kijken. De vlag is verdwenen. Meedoen is helemaal niet belangrijker dan winnen, weg met die olympische gedachte. De zwemmer, die dagelijks traint in het Sloterparkbad in Nieuw-West, wil goud delven. Het doel is niet om in Japan te komen, maar om er te winnen.

Kamminga is ongenaakbaar op vaderlandse bodem en wordt internationaal gezien als een van de sterkste schoolslagspecialisten. De twee zilveren medailles, op de 100 en 200 meter, tijdens de Europees kampioenschappen in mei bevestigen zijn status. Zijn concurrenten daar zijn dezelfde zwemmers als in Tokio. Op beide afstanden heeft hij vergelijkbare kansen, al is de Brit Adam Peaty op de kortste van de twee al jaren een klasse apart.

Meten met de wereldtop

Veel dank gaat van Kamminga uit naar Mark Faber, de coach die elke dag langs het water staat om het beste uit zijn zwemmers naar boven te halen. “Als ik binnenkom in het bad ziet hij aan de stand van mijn ogen precies hoe ik me voel,” zegt Kamminga door de telefoon. “Alsof hij een energiebalkje op mijn voorhoofd projecteert. Het fundament van onze samenwerking is de communicatie. Samen durven de trainingsintensiteit op te schakelen of te verminderen.”

Na Pieter van den Hoogenband, nu chef de mission van de Nederlandse delegatie in Tokio, aan begin van deze eeuw is Kamminga de eerste mannelijke zwemmer die zich kan meten met de wereldtop. In Japan maakt hij van de hele zwemequipe de grootste kans op eremetaal. De weg ernaartoe was een geleidelijke.

Als tiener bulkte Kamminga niet van het talent. Hij was soms een beetje lui en kon uren doden met lanterfanten. “Vroeger wilde ik niet voor het zwemmen werken. Ik was echt een exponent van de Nederlandse jongerencultuur, met zo weinig mogelijk moeite zoveel mogelijk halen. Ik miste telkens de kwalificatie voor grote jeugdtoernooi, daardoor werd ik nooit gestimuleerd om wel alles voor het zwemmen te doen.”

De kentering kwam na het overlijden van zijn moeder. Ze werd maar 48 jaar oud. De loodzware tijd maakte de 15-jarige Kamminga sterker en vooral serieuzer. Steeds helderder kreeg hij zijn sportieve doelen voor ogen. Persoonlijke records werden onder de vleugels van Faber jaar na jaar verbroken, steeds een fractie dichter bij de beste schoolzwemmers ter wereld. Eind 2016 verzilverde hij met een strakke race tijdens de Swim Cup Amsterdam een WK-ticket.

Donkere coronajaar

Sindsdien gaat het crescendo. Persoonlijke en nationale records zijn meerdere keren gebroken. Kamminga blijft zichzelf en anderen verbazen. De inkt van de een tijdaanscherping is op zijn cv amper opgedroogd of de schoolslagzwemmer is weer een fractie sneller. Rugslagspecialist Kira Toussaint, die Kamminga dagelijks in de baan naast haar ziet zwemmen, roemt het zelfvertrouwen van haar collega. “Hij gelooft heel erg dat hij alles kan winnen. Dat gegeven helpt hem om alsmaar beter te worden.”

Het donkere coronajaar bracht Kamminga op geen enkele manier van de wijs. Ook al trainde hij, bij een gebrek aan andere schoolslagspecialisten, voornamelijk met zichzelf en tegen de klok. “Dat is eerlijk en confronterender dan een tegenstander die vormwisselingen heeft. Ik durf te stellen dat ik het afgelopen jaar nog sterker en nog sneller ben geworden. Ik daag mezelf elke dag enorm uit, ik heb niemand nodig om te prikkelen.”

Voor Kamminga is het geen enorm drama dat geen publiek aanwezig zal zijn als hij zaterdag begint aan de series van de 100 meter, of dinsdag op de 200 meter. “Ik ben in vorm en ik ga genieten. Als dat lukt, zwem ik altijd hard. Racen is het allermooiste wat er is, dit beest gaat helemaal los.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden