PlusInterview

Niki Terpstra: ‘Het wielrennen gaat dit overleven’

De heilige Vlaamse wielerweek zou zondag beginnen. Eerst de Ronde van Vlaanderen en volgende week Parijs-Roubaix. De week waar Niki Terpstra (35) voor leeft. Door het coronavirus is alles anders. ‘Winnaars heb je in alle leeftijden, dat scheelt.’

Niki Terpstra: 'Het is overmacht. Dan heeft het geen zin om gefrustreerd rond te lopen.'Beeld AFP

Normaal zit Niki Terpstra nú aan het einde van het verblijf in zijn cocon. Maandenlange focus. Rust. Training. Voeding. Slaap. Om tijdens de Ronde van Vlaanderen en Parijs Roubaix, zíjn koersen, als een vlindertje uit te fladderen. Zíjn manier, zijn route. De manier waarop hij de twee grootste zeges uit zijn loopbaan pakte. In 2014 ‘Roubaix’, twee jaar terug voegde hij met ‘Vlaanderen’ zijn tweede wielermonument toe aan de erelijst.

Nu was het dus tijd om uit die cocon te komen. Met een mix van zenuwen en zin. Maar nu is de druk er af, beperkt hij het trainen tot een beetje peddelen op de hometrainer en is hij druk met zijn kinderen. Normaal in april een utopie. De kinderen zijn wel eens ondeugend, maar ook weer niet meer dan anders. Terpstra geniet er juist ook van, gezinstijd. “Maar het is wel gek natuurlijk,” zegt Terpstra telefonisch vanuit zijn woonplaats Bergen. “Je stapt uit een gespannen situatie. Van maandenlang voorbereiden op de klassiekers. En opeens is de druk er af. Geen prestatiedruk, geen wedstrijddruk. Terwijl dat normaal juist zo bij deze maand hoort. Dat zorgt voor een onvoldaan gevoel. Maar frustratie, neuh, dat niet. Het is overmacht. Dan heeft het geen zin om gefrustreerd rond te lopen.”

Nieuwe rol

Een maand geleden interviewden we Terpstra al. In de lobby van het Novotel in Saint-Quentin en Yvelines na de eerste etappe van Parijs-Nice. Met terugwerkende kracht een nog maffere koers dan het toen al leek. Hij praat over zijn liefde voor de koers. Over zijn nieuwe rol als absolute kopman van de Franse ploeg Total Direct Energie. Waar hij niet alleen renner is, maar ook meepraat over het materiaal, waar hij de anderen naar een hoger plan moet brengen. Het bevalt hem wel, die rol. Nog meer verantwoordelijk.

Hij praat over zijn stellige overtuiging dat hij het nog een paar keer kan: als monnik zich voorbereiden om top te zijn in april. Wordt soms een beetje kriegelig als het over het moment van stoppen gaat. Gewoonweg omdat hij nog zoveel wil bereiken. Nog zoveel wil laten (zien). En ach, leeftijd (volgende maand 36) is ook maar een getal. “Valverde werd toch nog wereldkampioen op zijn 38ste? Gilbert won vorig jaar Roubaix. Was hij 36? Dus daar maak ik me niet druk om. Winnaars heb je in alle leeftijden. Maar inderdaad, dat anderen kunnen winnen op leeftijd zorgt bij mij wel voor motivatie. Alhoewel, motivatie. Dat heb ik sowieso, maar ik zie het meer als bewijs: ook ik kan nog grote koersen winnen.”

Wat hij merkt van ouder worden? “Ik ben nog geen veertig hè. Weet je, hard fietsen doet altijd pijn. Ik heb vooral een berg aan ervaring, zo zie ik het maar. Maar ik kan dit nog opbrengen. En zolang ik dat kan, ga ik door. Mijn doelen zijn groot, dan moet je er ook veel voor laten. Lafjes werkt bij mij niet. Pas als de klassiekers klaar zijn, merk je hoe zwaar het mentaal was. Dan ben je kapot. Maar het is ook een fijne periode. Dat je je niet meer druk hoeft te maken om elke stap die je zet.”

In zijn kelder in Bergen staan de twee fietsen waarmee hij Parijs-Roubaix en de Ronde van Vlaanderen won. Daar staat ook de befaamde kassei die de winnaar van Roubaix krijgt. Lachend: “Ik heb een mooie kelder hoor, dus heb het niet weggemoffeld. Maar ik hoef er ook niet elke dag naar te kijken. Het gaat al zo vaak over wielrennen. Kiezen tussen nog een keer Vlaanderen óf Roubaix? Poe, je hebt niet de luxe om te kiezen hè. Maar Roubaix is voor mij nog nét iets specialer. Ruig, klassiek en heroïsch.”

Klappen

Het voelt allemaal zo ver weg nu. Het is vooral een kwestie van gezond blijven. Wachten totdat ‘we weer los kunnen’, zoals Terpstra het zegt. De zomer misschien? Wie zal het zeggen. “Al is dat meer wishful thinking. Natuurlijk hoop ik dat de voorjaarsklassiekers in het najaar verreden kunnen worden. Je moet de meest spraakmakende koersen rijden. Oók in het belang van het wielrennen. Onze sport gaat klappen krijgen, zoals overal. Om de sponsoren nog een beetje waar voor hun geld te geven, moet je de grote koersen nog proberen te rijden. Daar zal iedereen in de wielersport zich aan moeten aanpassen.”

Zelf heeft Terpstra een aflopend contract. Zorgen? “Dat niet echt. Weet je, het is altijd wel een dingetje als je einde contract bent. Normaal gaan de panelen schuiven tijdens de Tour de France. Dat zal nu allemaal later worden. Ik hoop vooral dat iedereen in het najaar nog kan laten zien wat hij waard is. Het wielrennen gaat dit overleven. Relatief gezien is wielrennen niet de duurste sport om te sponsoren. Je krijgt veel voor je euro’s terug, zeg maar. Na de economische crisis van 2008 stapten er ook nieuwe bedrijven in het wielrennen. Dat zou de sport kunnen helpen.”

Want Terpstra is nog niet klaar. Er is nog wel plek voor een tweede kassei in de kelder.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden