PlusInterview

Niets zo leuk als gooien: judoka’s mogen weer

Maandenlang was lichaamscontact uit den boze bij de trainingen. Vanaf woensdag mogen de judoka’s weer, en dat is heerlijk. Van een goede worp voel je niets − behalve de tegenstander natuurlijk.

Kim Polling wint het EK in Tel Aviv in 2018. ‘Een hoge worp is het mooiste. Spectaculair.'Beeld SCS/Soenar Chamid

Op haar 14de stond Kim Polling in de voortuin tegenover haar vader. Ze plaatste haar hand op zijn rug en vroeg: ‘Pap, zal ik je even gooien?’ Dat lukt je toch niet, dacht haar vader, een man van ruim 100 kilo en 192 centimeter lang. “Laat maar zien.” Daarna knalde hij voor het oog van alle ­lachende buren tegen de schommel. Later werd hij geopereerd aan een gebroken meniscus.

In principe is niets zo leuk als mensen gooien, vindt topjudoka Polling (29). Gooien geeft een kick. Strafjes kunnen uiteindelijk ook de winst opleveren, maar niets zo duidelijk en puur als een goede judoworp. “Het is de essentie van het judo,” zegt collega Henk Grol (35). Tegenstander op de rug, wedstrijd over. “Scoren is scoren, maar als ik mijn olympische finale in Tokio op die manier win, word ik gek,” zegt een ander lid van het Nederlands team, Juul Franssen (30). “Met een vol punt in de legendarische Budokan, dan ben je gewoon de beste van allemaal, geen twijfel mogelijk.”

De afgelopen maanden moesten de Nederlandse judoka’s het vanwege de coronarestricties zonder worpen doen, de mogelijkheid tot ­simulaties met verzwaarde poppen op Papendal niet meegerekend. Elkaar vastpakken was al uit den boze, laat staan het gooien van een collega. Grol: “Tuurlijk heb ik dat gemist. Ik vind het knokken leuk, dat fysieke aspect.”

‘Pakken is kwakken’

Woensdag mogen ze weer, voor het eerst sinds maart. Vraag Grol hoe vaak hij in zijn leven mensen op hun rug gooide, en er volgt een soort gesnuif. Onmogelijk te bedenken. In een gewone training komt hij misschien tot een stuk of dertig worpen.

Franssen schat haar totaal tijdens een clubtraining rond de veertig. Polling, die er een ‘schijthekel aan heeft’ als mensen proberen op straffen te winnen en zelf bijna altijd aanvalt, zegt: “Als ik goed ben, gooi ik een paar keer per minuut. Ik stond eens tegenover een Britse in een training. Zonder overdrijven: ik gooide haar elke tien à vijftien seconden.”

‘Pakken is kwakken’ leerde Franssen al vroeg op de judomat. Oftewel: goed vastgepakt? Dan is gooien bijna een garantie. “Maar een tegenstander beweegt nooit op de manier die jij wilt. Daarom moet je door een pakking de ander zo neerzetten en laten bewegen, dat jij jouw wil oplegt. Dat je een moment creëert,” zegt ze. Een goede worp is een combinatie van timing, van het juiste moment kiezen om een worp in te zetten, en ‘finetuning van techniek’.

Franssen: “En dat komt dan in een milliseconde samen. Tuurlijk kan het ook met brute kracht, maar het mooiste is als je eigenlijk niet eens iets voelt.” Daarom vloog vader Polling vijftien jaar geleden verbaasd door de lucht. Zijn dochter: “Je gebruikt de ander en de zwaartekracht om een worp te maken. Het verschil in gewicht maakt dan niet eens uit.”

Een goede worp hoor je niet, die voel je. Al volgt standaard een blik op de scheidsrechter voor ­zekerheid. Franssen: “Als de ander een balansverstoring heeft, een beetje beweegt terwijl ze nog op de mat staat, dan weet ik eigenlijk al: dit gaat ’m worden.” En hoge worpen zijn de mooiste, vindt Polling. “Hoger is spectaculairder.”

Te oud

Er is ook een keerzijde van het gooien: de gevolgen van vallen. Een maand pijn en blauwe benen, schat Franssen. Zelf was ze voor de Zomerspelen van 2012 trainingspartner van judoka Elisabeth Willeboordse (toen 33) en kreeg als aanwijzing: alleen tillen, niet gooien. Franssen: “Ze zei: ‘ik word te oud’. En ik, jong broekie toen, dacht: huh? Nu weet ik beter. Als je ouder wordt, herstelt je lijf minder snel. Ik zweer je dat het heel erg zeer doet, zeker na een periode waarin je het niet hebt gedaan.”

Alles voor de essentie van het judo. Of, zoals Grol zegt: “Je nek schuurt, je handen doen pijn en je rug ook. Dan weet je dat je leeft.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden