Plus

Negen lastige keuzes voor Matthijs de Ligt

Matthijs de Ligt is nog altijd pas 18, maar niet meer weg te denken uit het basiselftal van Ajax. Voor de topper tegen PSV legden we hem negen lastige keuzes voor.

Matthijs de Ligt: 'Als je er stevig ingaat, geef je ook een signaal af. Zo van: hier valt niks te halen.' Beeld Stanley Gontha/Pro Shots

Feyenoord of PSV?

"Ik ben heel erg Ajacied, dus ik wil eigenlijk niet kiezen. Maar als het móet, en ik laat mijn supportershart spreken, dan maar PSV, want onze rivaliteit met Feyenoord is groter. Ik ga niet nu voor Feyenoord kiezen omdat PSV boven ons staat."

"Als collega's van die drie clubs gaan wij overigens prima met elkaar om. Als we elkaar tegenkomen, bij het Nederlands elftal bijvoorbeeld, kletsen we gezellig. Aardige gasten allemaal, maar geen vrienden en we komen niet bij elkaar over de vloer."

"De kracht van PSV is hun rendement. Ze ­hebben relatief weinig kansen nodig om goals te maken. Ons rendement ligt ook veel hoger de laatste weken. Aan het begin van het seizoen hebben we op dat vlak wel wat gemist. Daarom staat PSV boven ons. Tien punten. Het is veel. Maar het is nog niet gedaan."

Barry Hulshoff of Sjaak Swart?

"Grote namen in de Ajaxhistorie. Ik heb met beiden een goede band, maar die met Barry Hulshoff is speciaal, dus ik kies voor hem. Hij was er al voor mij toen ik nog in de B1 van Ajax aan het ploeteren was. Dat vergeet ik niet. Onze relatie is na al die jaren nog steeds goed. We bespreken meer zaken dan alleen voetbal. Het is een soort vriendschap geworden."

"Barry zal me nooit een bepaalde kant op sturen om daar zelf beter van te worden. Hij deelt zijn ervaringen uit de praktijk met mij, praat over de dingen die hij zelf heeft meegemaakt als voetballer. Het zijn adviezen. Als er iets te kiezen is, laat hij dat volledig aan mij en mijn vader. Met mijn vader bespreek ik alles. Sjaak Swart kom ik bijna elke dag tegen op de club en dan weet je ook gelijk wat Sjaak ervan vindt. Die steekt zijn mening niet onder stoelen of banken. Is toch mooi, man."

Een splijtende pass of een geslaagde tackle?

"Geslaagde tackle. Een splijtende pass is ook mooi, maar als verdediger is een bal afpakken toch je corebusiness. En ik moet zeggen, het geeft wel een kick als je met een stevige tackle een tegenstander de bal kan ontfutselen. Dat is soms méér dan een gewonnen duel."

"Als je er stevig ingaat, geef je ook een signaal af. Zo van: hier valt niks te halen. En dat mag bij de andere partij ook best een beetje pijn doen, als je begrijpt wat ik bedoel. Maar een tackle is vaak wel een laatste redmiddel, want als je op je kont ligt, kun je verder niets meer. Ik blijf het liefst op mijn benen staan."

"Ik ben redelijk snel, vooral op de eerste meters, al zou je dat gezien mijn postuur misschien niet zeggen. Juist over grotere afstand kan ik nog meer snelheid ontwikkelen. Daar train ik geregeld op. Net als op die splijtende pass, maar het is voor een verdediger veel moeilijker om een aanvaller weg te steken dan voor een middenvelder. Je komt veel minder in de positie om dat te doen. Het is net als met het maken van een doelpunt: je pikt als verdediger zo nu en dan een goaltje mee, maar je wordt nooit topscorer."

Beeld anp

Daley Sinkgraven of Vaclav Cerny?

"Allebei lang geblesseerd. En allebei volgens mij geopereerd in Augsburg. Ze kunnen misschien voor een deel samen revalideren. Daley en Vaclav trekken in de selectie sowieso naar ­elkaar toe. Ze lijken soms wel broertjes. We missen ze als team, vanwege hun inbreng in het spel en in de sfeer."

"Maar de trein rijdt door. Dat is soms wel moeilijk. Je bent zo gefocust op jezelf, op de wedstrijden, dat je blessures van ­anderen vergeet, terwijl het in een teamsport belangrijk is om er voor elkaar te zijn. In die zin is topsport wel asociaal, een harde wereld. In het wielrennen zeggen ze dan: de Tour wacht op niemand."

Peter Bosz of Marcel Keizer?

"Tjonge, je maakt het me niet makkelijk. Het zijn bijna tegenpolen. Ze hebben weinig haar, maar daar houdt de vergelijking wel op. Als ik dit seizoen nog wil spelen, moet ik Marcel Keizer zeggen, maar ik vind beiden goede trainers. Marcel Keizer onderhoudt graag een goede band met zijn spelers. Hij maakt een praatje, houdt van een dolletje."

"Peter Bosz staat meer boven de groep. Daarin zit een verschil. Onder Peter Bosz heb ik mijn debuut in het eerste elftal gemaakt, daar ben ik hem dankbaar voor. Ik heb me kunnen ontwikkelen als speler. Maar daar heeft Marcel Keizer bij Jong Ajax ook een belangrijke rol in gespeeld."

"Als trainer denken ze verschillend. Onder Bosz was het druk zetten op de tegenstander onze belangrijkste pijler. Opbouwend was het spel niet eens geweldig, maar als we de bal veroverden, waren we weg. We hebben dat element geprobeerd te behouden, maar dat lukt minder goed."

"Onder Marcel Keizer proberen we meer op te bouwen om onze middenvelders vrij te krijgen en hun kwaliteiten aan de bal te benutten. Als je de bal dan verliest, ligt het veld meer open dan onder Bosz en dat maakt ons kwetsbaar. Aan de andere kant: hoe secuurder we aan de bal zijn, hoe minder risico we lopen voor de counter en hoe minder we die omschakeling ook nodig hebben om zelf gevaarlijk te worden. Het is een lang antwoord, maar ik spreek geen voorkeur uit voor een van de twee."

Pep Guardiola of José Mourinho?

"Guardiola. Ik ben een groot fan van hem. Ik heb zijn biografie gelezen en hij is bijna maniakaal in zijn werkwijze. Wat hij daarmee bereikt, is bewonderenswaardig. Manchester City zien spelen, is prachtig. Hij flikt het dus wéér. Dat hij Barcelona zo mooi liet voetballen, vond iedereen logisch. Hij kende de club, hij had Messi en Iniesta en Xavi. Maar daarna zette hij ook Bayern München naar zijn hand. Toen hij daar weg was en Carlo Ancelotti het overnam, zag je het spel langzaam minder worden. En nu draagt ­City ook weer heel duidelijk zijn signatuur."

"Maar ik heb ook groot respect voor Mourinho. Hij wordt vaak afgeschilderd als de slechterik en Guardiola als de held, maar zo zwart-wit zie ik het niet. Mourinho wist met Manchester United precies hoe hij ons moest bestrijden in de finale van de Europa League. Zijn elftal was tot in de puntjes voorbereid. Dat is zijn grote kracht en als je kijkt naar zijn prijzenkast, kun je daar alleen maar waardering voor hebben."

Beeld anp

Barcelona of Real Madrid?

"Ik ben opgegroeid in de jaren dat Barcelona voetballend de wereld veroverde. Ik zat me wekelijks voor tv te vergapen aan hun spel. Maar Real Madrid is ook een schitterende club. Ik ben in beide stadions geweest. In Bernabeu kreeg ik een rondleiding toen we met de jeugd van Ajax een toernooi speelden in Madrid. En vorig jaar ben ik met mijn vriendin in Camp Nou geweest."

"Ik weet dat een Spaanse krant mij onlangs in verband bracht met een overgang naar Barce­lona. Een mooi compliment, het is een van de grootste clubs ter wereld. Maar zolang het geruchten zijn, denk ik er verder niet over na."

"Als zoiets in een krant staat, wil dat niet zeggen dat Barcelona de volgende dag aan de telefoon hangt. Bovendien: élke club in Europa kent élke speler en élk talent wordt gevolgd. Dus dat is op zich geen nieuws. Het wordt pas serieus, als zo'n club contact opneemt en zegt: we hebben een plan met jou. Dat is niet het geval. En bij Ajax heb ik niks te klagen, op één ding na: ik ben nog geen kampioen geworden."

Davinson Sánchez of Davy Klaassen?

"Davinson Sánchez is goed geland bij Tottenham Hotspur, Davy Klaassen niet bij Everton. Het is een veel gestelde vraag aan voetballers: wanneer ben je klaar voor een stap naar het buitenland? Sánchez durfde na een jaartje Ajax de Premier League wel aan. Ik snapte hem wel."

"Hij doet het uitstekend. Hij brengt zijn enorme fysiek mee en hij staat tussen Toby Alderweireld en Jan Vertonghen in. Dat is niet verkeerd. Sánchez wordt echt getest op dat niveau. Hij groeit, wordt beter. Als hij bij Ajax was gebleven, was hij niet zover geweest als nu. Bij Ajax kon hij bij wijze van spreken de bal aan de tegenstander geven, hem inhalen en de bal weer afpakken. Met twee vingers in zijn neus."

"Klaassen was ook klaar voor die stap, maar of die goed uitpakt, is weer een tweede. Het hangt van veel factoren af. Davy zal ook voor trainer Ronald Koeman naar Everton zijn gegaan, maar die is nu weg. En als het team dan niet draait, is juist een teamspeler als Klaassen de pineut. Sánchez kan zijn fysiek in de strijd gooien, maar Davy moet het van kwaliteiten hebben die nu niet tot uiting komen. Het lastige is: vooraf kun je dit allemaal niet voorzien."

2017 of 2018?

"Vaak denk ik aan het eind van het jaar: mooier dan dit jaar kan het niet worden. Dat dacht ik eind 2016 en toen kwam 2017: van de A1 naar Jong Ajax, naar het eerste, mijn interlanddebuut én de Europa Leaguefinale. Verzin het maar. Dus ga ik toch voor 2018. Hopen dat het nóg mooier wordt."

"Ik hoop op een kampioenschap met Ajax. Het liefst de dubbel. Ik weet het, het wordt moeilijk. Maar moeilijk is niet onmogelijk. Het WK gaat aan onze neus voorbij. Dat is zuur, maar ik ben 18 en als het goed is, ­komen er nog meer kansen op grote toernooien. Ik heb bij het Nederlands elftal nog alles te bewijzen. De concurrentie op mijn positie is vrij groot, met Stefan de Vrij, Jeffrey Bruma en Virgil van Dijk. Ik zal in 2018 moeten laten zien dat ik in Oranje hoor. Hopelijk heeft de nieuwe bondscoach vertrouwen in mij."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden