Plus

Neeskens: 'Als je kunt blijven lopen, kun je ook voetballen'

Johan Neeskens (66) is even over vanuit Zwitserland. Voor de oud-international, over wie woensdag het boek Johan Neeskens, Wereldvoetballer verschijnt, draait het bij voetbal vooral om de winnaarsmentaliteit. 'Tegen Brazilië in 1974, dat is de meest intense wedstrijd die ik ooit heb gespeeld.'

Johan Neeskens: 'Dat gezanik over premies en bonussen... Ik wilde zelfs gratis voor mijn land spelen' Beeld Pim Ras

Zit je tegenover een van de beste voetballers die Nederland heeft gekend, gaat het zomaar over twee edities van Sparta-FC Groningen. De ene is van 7 mei 1985 en de andere is recent, van 29 oktober 2017.

Johan Neeskens (66), die tussen 1970 en 1981 speelde voor onder meer Ajax, Oranje en FC Barcelona, kijkt aandachtig naar beelden van twee weken terug.

Schandalige ingreep?
Lars Veldwijk, spits van FC Groningen, is op weg naar het doel van Sparta, diep in blessuretijd. Dan legt de jonge Spartaan Mark Veen­hoven hem neer, gevolgd door de logische rode kaart van Bas Nijhuis.

Was het een schandalige ingreep van Veenhoven of een slimme zet van een profspeler die weet dat het resultaat altijd het belangrijkste is?

Neeskens schiet in de lach. "Deze jongen is te laat, dat is duidelijk," grinnikt hij. "Maar hij heeft niet de intentie om Veldwijk te blesseren. De rode kaart is terecht, maar met dertig seconden op de klok kun je dit best doen, hoor. Ik zou er niet te veel over discussiëren, ik heb ik wel ergere dingen gezien."

Inderdaad, op woensdagavond 3 juli 1974 bijvoorbeeld.

Oranje klopt de regerend wereldkampioen Brazilië in een zinderende wedstrijd met 2-0, Neeskens en Johan Cruijff maken de doelpunten. Het was een veldslag in Dortmund.

"De meest intense voetbalwedstrijd die ik ooit heb gespeeld," zegt Neeskens.

Zwembadincident
Op de dag van de wedstrijd pakte de Duitse krant Bild uit met het beroemde zwembadincident, terwijl Neeskens met Arie Haan op zijn kamer gezellig zit te kaarten. Oranje is ondanks de commotie niet te stoppen. "We speelden geweldig. Die wedstrijd was zo hard en gemeen, bizar gewoon."

"Het was hielentrappen, op de voeten staan, slaan, stompen, haren trekken, op de enkels trappen. Ongelooflijk veel strijd. Ik kreeg een elleboogstoot van Mario Marinho. En Luís Pereira kreeg rood na een wilde tackle op mij. En we maakten twee fantastische goals. Maar in deze tijd zouden er minimaal zes spelers het veld zijn uitgestuurd."

De eerste treffer nam Neeskens zelf voor zijn rekening. De voorzet van Cruijff gleed hij, met een boogje, achter keeper Émerson Leão. Cruijff maakte het karwei later af.

Geweldige sliding
"Mijn treffer is een beetje vergelijkbaar met die goal van Marco van Basten tegen West-Duitsland in 1988," zegt Neeskens. "Bij een sliding moet je jezelf lang maken. Ga je in een hoek en met een klap naar de grond, dan rem je te veel af. Hoe meer gestrekt, hoe minder weerstand. Dat leerde ik allemaal als jonge honkballer. Cruijff had ook een geweldige sliding. Die had ook gehonkbald."

De sliding kwam ook van pas als Neeskens het over een anere boeg gooide. De 49-voudig international, die al jaren in Zwitserland woont, kon als geen ander tegenstanders opjagen en ballen afpakken. Maar hij had ook de gave om er vervolgens zelf iets nuttigs mee te doen.

"Er zijn zoveel spelers die lekker kunnen voetballen," zegt Neeskens. "Maar wat als het een keer voetballend niet lukt? Wat blijft er dan over? Ik hoor dat ze in het huidige jeugdvoetbal liever geen uitslagen meer noteren. Dat kan dus niet. Het draait om winnen. Karakter, met de wil om te overleven, dat zit vaak al in een speler. Maar je kunt het ook ontwikkelen."

Ongeduldig
"Ik was zo vreselijk trots dat ik als jonge speler in Oranje op een middenveld met Willem van Hanegem mocht spelen. Wat de Kromme kon met zijn lichaam, was ongekend. En als er eentje wilde winnen, dan was hij het. Hij gaf geweldige tips."

"Als jonge speler van Ajax was ik ongeduldig, vloog ik er vaak te snel in. Willem vertelde bij Oranje dat ik moest oppassen. Dat hij alleen zijn been hoefde op te tillen en zijn voet moest draaien om mijn scheenbeen te kunnen breken. Zonder een trappende beweging te maken."

"In 1971 speelden we tegen elkaar in de Klassieker. Ik had Willem al een paar keer aangepakt en opeens lag ik met een gebroken neus op de grond. In de tunnel zei hij met een grijns dat hij nou eenmaal waggelde en dan met zijn armen zwaaide. Dat vond ik schitterend, ondanks die botbreuk. Twee weken later had hij zijn amandelen laten knippen en ben ik langsgegaan in het ziekenhuis. Met een zak pindarotsjes. Kon ie wel waarderen."

In 1972 speelde Oranje in Antwerpen tegen België. De kwalificatiereeks voor het WK van twee jaar later in Duitsland verliep nogal stroef. Neeskens en Van Hanegem voerden die avond een waar schrikbewind op het middenveld. "Iedereen liet zijn man maar lopen, Willem en ik gooiden het over een andere boeg. Na afloop kreeg ik de pers over mij heen, omdat we onder anderen Paul Van Himst zo hadden aangepakt."

Gezanik over premies en bonussen
"Volgens mij was het die avond de enige manier om te overleven. Ik was er door dat gezeik even helemaal klaar mee, want uitkomen voor Oranje vond ik zo'n eer. Dat gezanik over premies en bonussen, ik heb me er nooit mee bemoeid. Ik wilde zelfs gratis voor mijn land spelen."

Johan Neeskens scoort zijn befaamde strafschop tijdens de WK-finale van 1974 Beeld anp

Op de vraag welke wedstrijd hij dolgraag over zou spelen, volgt een snel antwoord. "Duitsland, de finale in 1974 natuurlijk," zegt Neeskens. "Zonder twijfel. In 1978 verloren we ook de finale en wederom van het gastland, maar het was bijna onmogelijk om die wedstrijd te winnen."

"Zelfs als die bal van Rob Rensenbrink erin was gegaan. Die wedstrijd kwam wel in de buurt van de intensiteit van Brazilië in 1974. Hard, gemeen, maar ook een vijandige sfeer in en rond het stadion. Na afloop was er zelfs geen escorte meer en die Argentijnen maar duwen tegen de bus. Ik kon van de wedstrijd wel genieten. Het was uitdelen en incasseren."

Winnaarsmentaliteit
"Hun aanvoerder, Daniel Passarella, een fantastische speler, gaf mij een elleboogstoot en mijn boventanden schoten onder mijn onderlip, letterlijk door mijn huid weer naar buiten. Ik begreep precies waarom hij mij die dreun gaf, maar hij had wel rood moeten krijgen. Zijn winnaarsmentaliteit, geweldig. Maar wij beten ook van ons af. Stond Leopoldo Luque bij een corner te wachten, namen Haan en ik hem in de sandwich. Arie duwde hem naar voren, ik zwaaide mijn arm naar achteren. Raak."

"Ik werd dat toernooi zwaar geraakt door Duarte van Peru. Mijn WK leek voorbij met pijnlijke ribben. Voor het duel met Italië vroegen bondscoaches Ernst Happel en Jan Zwartkruis of ik weer kon spelen. Bondarts Frits Kessel heeft toen mijn ribbenkast verdoofd met injecties. Hij voorspelde wel dat de pijn, als de verdoving was uitgewerkt, heviger dan ooit zou zijn."

"Tegen Italië gaf Romeo Benetti mij er meteen een beuk op, ik voelde helemaal niks. Maar na afloop dus wel, haha. Pijn interesseerde mij niets. Als je kunt blijven lopen, kun je ook voetballen."

Allemaal anekdotes
De Nees is in Nederland voor de presentatie van het boek Johan Neeskens, wereldvoetballer, geschreven door Jaap Visser. "Ik wilde eigenlijk geen boek met allemaal anekdotes, maar ik heb een kleinzoon van drie jaar. Djoy Joan, de zoon van mijn dochter Bianca en Ricky van Wolfswinkel, die nu bij FC Basel speelt. Ik ben helemaal gek van dat ventje. Als hij groter is, kan hij dit boek lezen en zien waar opa allemaal heeft gespeeld."

Dan toch nog even terug naar Sparta-FC Groningen, mei 1985. Uw verslaggever, toen 13 jaar oud, zat naast zijn vader op de tribune om Johan Neeskens eenmaal in zijn leven aan het werk te zien. In Rotterdam zongen ze die middag minutenlang 'ouwe lul, ouwe lul'. Neeskens herinnert het zich nog goed.

"Een keertje baldadig, dat moet altijd kunnen. Ik zei in 1974 op Paleis Soestdijk tegen koningin Juliana dat ik van Ajax naar Barcelona ging, omdat ik in Spanje minder belasting hoefde te betalen. Ik schrok er zelf van. De koningin kon er gelukkig om lachen."

Niet in de Arena

Johan Neeskens is een club­icoon van Ajax, maar dat blijkt in 1997 in de Arena even weinig waard. Als Neeskens daar als assistent-bondscoach van Guus Hiddink enkele spelers van Ajax heeft bekeken, probeert hij na afloop nog even met de internationals van gedachten te wisselen. Een steward laat Neeskens niet toe, omdat hij niet over de juiste toegangskaart beschikt.

Mister Ajax Sjaak Swart bemiddelt, maar zonder resultaat. Swart denkt dat de soap voorbij is als Michael van Praag passeert. De voorzitter van Ajax stelt zich echter bijzonder formeel op. Neeskens: "Sjakie werd boos en zei: 'Maar Michael, we gaan hier toch niet moeilijk doen over Johan Neeskens?' Van Praag dacht even na en zei: 'Ik zal eens kijken of er toch iets te rege­len valt'."

Neeskens is er inmiddels wel klaar mee. "Ik heb gezegd: 'Laat maar zitten, ik kom hier nooit meer'."

Hij is sindsdien niet meer in de Arena geweest bij wedstrijden van Ajax. "Alleen bij Oranje en laatst bij World Coaches, het wereldwijde maatschappelijke programma van de KNVB. Maar bij Ajax niet meer."

De huidige directeur, Edwin van der Sar, die vier jaar met Neeskens samenwerkte bij Oranje, nam meteen contact op toen hij van het incident hoorde. Hij voerde een goed gesprek met Neeskens en haalde de kou uit de lucht.

Jaap Visser: Johan Neeskens, wereldvoetballer Kick Uitgevers €29,95 (standaard), €59,95 (luxe)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden