Plus Achtergrond

Nederlandse hockeyers niet automatisch favoriet in Tokio

Bjorn Kellerman scoort 2-1 tijdens de eerste Olympische kwalificatiewedstrijd tegen Pakistan. Beeld ANP

Natuurlijk zijn onze hockeyers er gewoon bij, de volgende zomer in Tokio. Maar de laatste maanden werd wel duidelijk dat dit Oranje er niet automatisch als de grote favoriet zal worden gezien.

De Pakistaanse metropool Lahore, in 1990 nog hockeyhoofdstad van de wereld met 70.000 toeschouwers bij de WK-finale, heeft tegenwoordig precies drie kunstgrasvelden. Alleen al in het Amsterdamse Bos ligt daar een veelvoud van.

Natuurlijk had Nederland de return van het olympische kwalificatietweeluik tegen Pakistan op één van die drie velden in Lahore moeten spelen, in plaats van wéér in een oranjegekleurd Wagener Stadion, daags na het eerste duel. Door een onbegrijpelijke regel van de internationale hockeyfederatie kregen de hogergeplaatste landen het thuisvoordeel. Zij moeten erbij zijn in Tokio, kennelijk.

Moedige Pakistanen

Zo kon Nederland zich één offday permitteren. Na de 4-4 van zaterdag, pas in de slotseconden door Oranje veiliggesteld, was Pakistan zondag opgebrand. Met een ruime zege (6-1) verzekerde de ploeg van bondscoach Max Caldas zich van een ticket voor Tokio.

Twee stunts in één weekeinde was te veel gevraagd voor de moedige Pakistanen. Het gehele jaar hadden ze geen officiële wedstrijd gespeeld. Al jaren kampt de hockeygrootmacht van weleer met geldgebrek, organisatorische chaos en een onveilige situatie in eigen land. Met passie en een effectieve strafcorner werden die problemen zaterdag nog gecamoufleerd, maar over twee duels was Nederland de logische winnaar.

Wereldtitel

Onder volle druk – behalve een olympisch startbewijs stonden interlandcarrières, prestige, geld en wellicht een bondscoachschap op het spel – richtte Oranje zich overtuigend op. Nu werden de duels wel gewonnen, was er wel de wil om te winnen en waren er nauwelijks persoonlijke fouten. Een verschil van dag en nacht.

Natuurlijk hoort Nederland erbij op de Olympische Spelen in Japan. Nummer drie van de wereld, tien maanden geleden in India nog een paar shoot-outs verwijderd van de wereldtitel.

Toch is het verval sinds dat WK niet te missen. Gisteravond, na de 6-1, klonk weer de bravoure bij de spelers. Ze wisten dat het goed zou komen, van zorgen of extra spanning was geen sprake. “Ik heb geen minuut slaap gemist, door de wintertijd heb ik juist langer geslapen,” zei uitblinker Bjorn Kellerman, in beide duels trefzeker. “Omdat we gisteravond goed hebben geanalyseerd welke afspraken niet werden nagekomen. We weten gewoon dat we beter kunnen hockeyen dan zij. En druk? Ik lééf voor dit soort wedstrijden.”

Geen incident

Toch lijkt het raadzaam de 4-4 van zaterdag niet af te doen als een incident en eens nader te bestuderen. Net als de 3-4 tegen Spanje in de halve finale van het EK afgelopen zomer. De ondergrens van dit Oranje ligt te laag. Als afspraken niet worden nagekomen, als een tegenstander wordt onderschat, als te veel spelers uit vorm zijn, blijft er te weinig over.

Kellerman gaat daar maar deels in mee. “Tegen Spanje waren we héél slecht, gisteren verdienden we drie kwarten slechts een 5. Daar moeten we in de aanloop naar Tokio ten minste een 6 van maken. Maar kijk ook naar vandaag: zo goed kunnen we ook zijn.”

Komende zomer is het twintig jaar geleden dat de mannenploeg in Sydney met olympisch goud de laatste hoofdprijs won. Om aan die lange droogte een eind te maken, moet alles kloppen in Tokio. Met negen maanden te gaan zijn er nog wel wat pijnpunten aan het licht gekomen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden