PlusVoorbeschouwing

Nederlanders favoriet bij WK baanwielrennen, maar de Britten naderen

De Nederlandse sprinters zijn favoriet op vrijwel alle onderdelen op de WK baanwielrennen, die woensdag in Berlijn beginnen. Maar de Britten zijn in een olympisch jaar altijd op oorlogspad.

Youri Havik (l) en Jan-Willem van Schip in de finale van de koppelkoers in 2019 in Apeldoorn.Beeld ANP

Zelfs de renners en rensters uit andere landen moeten het Nederlandse volkslied ondertussen kunnen meeneuriën. Bij WK’s, bij EK’s en bij wereldbekers: de afgelopen jaren werd het Wilhelmus grijsgedraaid. Vooral de Nederlandse baansprinters bliezen de concurrentie weg, op de sprint, de teamsprint en de keirin. De voorsprong is groot, het vertrouwen nog groter. Op de WK, die woensdag beginnen in Berlijn, moeten er titels worden verdedigd. En over een paar maanden moet de Nederlandse baanploeg op de Olympische Spelen draaien als een oranje medaillemachine.

Het grootste gevaar komt van de overkant van de Noordzee. De Britten hebben de afgelopen jaren nauwelijks iets laten zien. Maar een blik op de recente geschiedenis leert dat dat weinig zegt. WK’s en EK’s zijn bijzaak; in niet-olympische jaren spelen de Britten vooral verstoppertje. De Olympische Spelen, dat is waar het om gaat.

Twintig jaar geleden ging het roer om, na enkele teleurstellende Spelen. Vanuit de Nationale Loterij werden miljoenen ponden in olympische sporten gepompt, het baanwielrennen voorop. Er werden trainers en coaches aan­getrokken, maar ook wetenschappers die op zoek gingen naar een snellere fiets, naar een sneller pak. (En gezien de testosteronaffaire rond een voormalig arts van British Cycling valt niet uit te sluiten dat er ook werd gezocht naar progressie via niet-geoorloofde middelen.)

Elke vier jaar wordt er zo’n 30 miljoen pond gespendeerd in de zoektocht naar het beste van het beste – een veelvoud van het Nederlandse budget. De resultaten van die zoektocht worden pas in de laatste maanden vóór de Spelen uit de kast getrokken. Het gevolg: de Britten zijn ineens een paar procent beter en de concurrentie krijgt een mentale dreun.

Nieuwe snufjes

De Britten domineerden het baanwielrennen in Peking (7 keer goud), Londen (7 keer goud) en Rio (6 keer goud). Theo Bos: “Ik dacht dat ik goud ging winnen in Peking. Tot ik de Britten in de dagen voor de Spelen zag trainen. Ze waren ineens een paar tienden van een seconde sneller dan daarvoor. In trainingen reden ze al tijden waarvan ik hoopte dat ik ze in de wedstrijd zou halen.” Levi Heimans, lid van de achter­volgingsploeg, omschreef het na de Spelen van Londen als volgt: “Vergeleken met de Britten zijn we allemaal een stelletje amateurs.”

De Britse baanwielrenners wonnen vorig jaar op de WK in het Poolse Pruszków slechts één keer goud. In 2015 pakten ze op de WK in Saint-Quentin-en-Yvelines niet één keer goud. Een jaar later bliezen ze iedereen omver op de Spelen van Rio. Iain Dyer, hoofdcoach van British Cycling, na het afgelopen EK in Apeldoorn: “Iedereen van het Britse baan­programma weet dat er maar één moment is in vier jaar dat telt: dat zijn de Olympische ­Spelen.”

Voor de Britten begint woensdag de laatste rechte lijn naar de Spelen. En dus is het tijd voor nieuwe snufjes. Er is een nieuwe fiets: eentje met een futuristische, wijd uitstaande voor- en achtervork die ervoor moeten zorgen dat de luchtweerstand rond de benen kleiner is. Verder rijden de Britten met nieuwe helmen en met geribbelde ondershirts. Dat laatste is een foefje om de aerodynamicaregels van de UCI te om­zeilen: ribbels óp het pak mogen niet, dan maar erónder.

Beetje fysiek, beetje mentaal

Op dag één van de WK in Berlijn staat de teamsprint op het programma: drie man moeten zo snel mogelijk drie rondjes afleggen. Het is het onderdeel waarin alles samenkomt: het materiaal, de kracht en de onderlinge afstemming.

De Nederlanders (in wisselende samenstellingen met Roy van den Berg, Nils van ’t Hoenderdaal, Harrie Lavreysen, Jeffrey Hoogland en Matthijs Büchli) hadden de afgelopen periode een voorsprong van zo’n halve seconde. Theo Bos: “De Nederlanders steken er fysiek gezien bovenuit, maar de Britten komen eraan. Op de WK gaan we er voor het eerst dingen van terugzien, daarna zetten ze nog een enorme stap richting de Spelen.”

Een beetje fysiek, een beetje materiaal, een beetje mentaal: het is waarschijnlijk dat de Britten naderbij zullen sluipen de komende tijd. Ze proberen in te breken in de hersenpan van hun tegenstanders. Niet toevallig liet Jason Kenny, zesvoudig olympisch kampioen, zich een paar maanden geleden quasi achteloos ontvallen: “Ik denk dat jullie op de Spelen nog nooit het podium hebben gehaald op de teamsprint.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden