Plus Voorbeschouwing

Nederland - Wit-Rusland wordt een hele andere avond dan twee jaar geleden

Nog één overwinning, zondag in Wit-Rusland, en Oranje is vrijwel zeker van zijn eerste grote eindtoernooi sinds 2014. In Minsk wacht weer een taaie klus, maar het vertrouwen is groot. ‘Als team zijn we gewoon heel sterk.’

Oranje-aanvoerder Virgil van Dijk in duel met Craig Cathcart. De zege op Noord-Ierland van donderdagavond was zwaarbevochten. Beeld BSR Agency

Jasper Cillessen, Daley Blind, Ryan Babel, Georginio Wijnaldum, Memphis Depay, Virgil van Dijk. Ze waren er allemaal bij, twee jaar geleden in Wit-Rusland, toen Oranje zich nog in een compleet ander universum bewoog dan nu.

Alleen al de cynische, memorabele busrit van Minsk naar Borisov van destijds. Het Nederlands elftal klampte zich die avond vast aan een laatste sprankje hoop, snakkend naar een soort ultieme ontsnappingsroute richting het WK in Rusland.

Maar onderweg naar het stadion piepte het ene na het andere onheilspellende berichtje binnen. 1-0. 2-0. 3-0. 4-0. Concurrent Zweden bleef maar scoren tegen Luxemburg, een paar uur voordat Oranje zelf zou aftrappen. Het doelsaldo dat Nederland juist in en tegen Wit-Rusland wilde gaan goedmaken, werd een almaar kanslozere missie.

8-0 werd het uiteindelijk voor Zweden, ook dat nog, exact het scenario dat NOS-verslaggever Bert Maalderink voor de voeten van bondscoach Dick Advocaat had geworpen, een paar dagen eerder. “8-0?” reageerde Advocaat bits. “Natuurlijk wordt het geen 8-0. Wat is dat voor domme vraag?”

Heilig geloof

Het was precies de toon die paste in de tijd van toen. Oranje, uiteindelijk moeizaam met 1-3 winnend van de Wit-Russen, was een bolwerk van cynisme, van ergernis. De wet van Murphy was overal. Alles viel verkeerd, omgekeerd evenredig aan hoe het tegenwoordig is.

Zelfs in een oerslechte wedstrijd tegen Noord-Ierland weet de ploeg van Ronald Koeman donderdagavond een late 0-1 achterstand om te buigen. Het fatalisme dat destijds over Oranje hing, is veranderd in een soort heilig geloof.

“Ik heb me in het veld nooit écht zorgen gemaakt,” zei aanvoerder Van Dijk daar na de wedstrijd tegen Noord-Ierland over. “Ook niet toen we achterkwamen. Dat zag je volgens mij ook: het tempo ging omhoog, we gingen meer risico nemen, maar we bleven óók kalm en rustig. We wisten precies wat ons te doen stond.”

De benauwde 3-1 zege op de Noord-Ieren betekent dat Oranje op de drempel staat van zijn eerste grote eindtoernooi in vijf jaar tijd. Winst in Minsk betekent morgen dat het Nederlands ­elftal vrijwel zeker is van het EK 2020, dat gespeeld zal worden in twaalf landen.

Als er al onvrede is rondom dit Oranje, dan zit hem dat in details. Over een al dan niet te late wissel van Koeman, of over de vraag of Donny van de Beek wellicht beter vanaf het begin kan spelen. Van Dijk: “Als team zijn we gewoon heel sterk. We blijven knokken voor elkaar, dat hebben we al vaker laten zien. We zijn er nog niet, maar we willen het heel graag af gaan maken.”

En dus stapt Nederland vanmiddag vastbesloten op het vliegtuig naar Minsk. Oranje speelt er morgen (aftrap 18.00 uur) in het Dinamo­stadion, voorheen een oude Oostblokbak maar onlangs volledig gerenoveerd. Een busrit van dik een uur naar het buitengebied in Borisov, zoals in oktober 2017, blijft Oranje dus bespaard.

Waarschuwing

Toch is ook deze plek in zekere zin historisch. In juni 1995 speelde een kwalitatief ijzersterk Oranje een memorabele interland tegen Wit-Rusland. Met spelers als Edwin van der Sar, ­Clarence Seedorf, Edgar Davids en Marc Overmars, kort daarvoor nog Champions League-winnaars met Ajax, werd op ontluisterende wijze met 1-0 verloren.

Je zou het als een waarschuwing kunnen zien: hoogmoed komt voor de val. Al weet bondscoach Koeman de slechte beurt tegen Noord-Ierland niet aan mentaliteit, arrogantie of gemakzucht. “Je hebt weleens avonden dat een tegenstander het je heel moeilijk kan maken,” zei hij. “Dat het gewoon even niet lukt. Juist dan is het zo belangrijk dat je een resultaat haalt. Dat dat lukt, geeft ook weer vertrouwen richting de toekomst.”

De Roon: ‘Appels en peren’

Marten de Roon begrijpt de discussie, maar kan er verder niet zoveel mee. “Het past vooral heel erg bij de Nederlandse voetbalcultuur,” zegt de middenvelder van Atalanta Bergamo. “In Italië snappen de mensen bijvoorbeeld niet dat Stefan de Vrij niet bij Oranje speelt. In hun ogen een ijzersterke verdediger die je altijd moet opstellen.”

Wat De Roon maar wil zeggen: elk land kijkt vanuit zijn eigen opvattingen naar voetbal. De middenvelder weet waarover hij praat. In Nederland, bij Sparta en Heerenveen, werd hij bestempeld als een nuttige kracht. De echte waardering kreeg hij in Italië, bij Atalanta Bergamo, onderbroken door een seizoen bij het Engelse Middlesbrough. “Ik ben een type speler dat je niet veel tegenkomt in Nederland. Ook niet bij Oranje. Veel jongens zijn hier toch opgeleid bij de topclubs. Veel is daar op balbezit gericht, op techniek, met het positiespel als graadmeter. Daar ligt inderdaad niet mijn grote kracht, dus ik kan me de discussie ook wel goed voorstellen. Alleen is het een beetje appels met peren vergelijken.”

Dat Frenkie de Jong en Georginio Wijnaldum spelen, staat vast. Alleen wie is de derde middenvelder? Door de blessure van Davy Pröpper is het óf De Roon óf Van de Beek.

Counter om de oren

De Roon: “Wij zijn er in de spelersgroep helemaal niet op die manier mee bezig. We zijn ook zo verschillend. Een wedstrijd kan op een bepaald moment meer om een middenvelder als Donny vragen, als we opportunistischer moeten spelen, zoals in de slotfase tegen Noord-Ierland. Dan is het minder nodig om mij erbij te hebben. Dat vind ik totaal niet erg. De kracht van onze ploeg is volgens mij vooral dat we het samen doen. Natuurlijk wil je allemaal spelen, alleen het draait wel om plaatsing voor het EK. Dat is het doel van iedereen, basisspeler of wissel.”

Welke rol De Roon morgenavond in Minsk zal vervullen, is voor de speler zelf nog onduidelijk. De golfbreker van Bergamo, die met zijn duelkracht en inschattingsvermogen een counter van de tegenstander als geen ander onschadelijk kan maken, weet dat de bondscoach zijn kwaliteiten op waarde weet te schatten. “Het is een mooi teken van vertrouwen dat ik tegen Noord-Ierland weer in de basis stond. De bondscoach weet wat hij aan mij heeft en ik denk dat ik wel mijn bijdrage kan leveren.”

“Het is makkelijk om te stellen: we kunnen hem alleen gebruiken tegen grotere ploegen, maar juist tegen kleinere ploegen kan je zo een counter om je oren krijgen. De bondscoach kiest voor het beste elftal waarmee hij het beste resultaat verwacht. Dat zal tegen Wit-Rusland niet anders zijn. Wie er ook speelt, het doel is simpel: winnen. En daarmee een grote stap zetten naar het EK.”

Freek Jansen

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden