Plus

Nederland excelleert op WK sprinten met beheersing

Nederland heeft voor het eerst goud gewonnen op de WK estafette. ‘Ik kan het amper geloven. We proberen al vanaf 2013 mee te tellen op dit nummer.’

Tony van Diepen loopt op de 4x400 meter estafette met een sterk slotstuk naar de wereldtitel. Beeld REUTERS
Tony van Diepen loopt op de 4x400 meter estafette met een sterk slotstuk naar de wereldtitel.Beeld REUTERS

Het is het enige atletiekonderdeel dat in teamverband wordt beoefend. Dat maakt de estafette even mooi als moeilijk. Niet voor niets stelt de Nederlandse bondscoach Laurent Meuwly in het weekend waarin zijn teams historisch presteerde, dat de perfecte race niet bestaat. Het streven daarnaar getuigt volgens hem echter al van grote schoonheid.

Sinds 2014 is er een apart wereldkampioenschap voor estafetteteams. Met het spektakel daarvan hoopt de atletieksport zichzelf te promoten. Vooral de overdracht van het stokje is berucht. Binnen een afgebakend wisselvak – dertig meter bij de 4x100 en twintig bij de 4x400 – moet de ene atleet het stokje aan de volgende overhandigen. Het is de kunst om allebei op hetzelfde moment dezelfde vaart te hebben. Een soort synchroonlopen bij een snelheid van rond de tien meter per seconde.

Hoe lastig dat is, illustreerden de Nederlandse kwartetten gisteravond in de finales op de 4x100. Hoe magisch het samenspel tussen individuen kan zijn, onderstreepten de mannen op de 4x400 met de eerste Nederlandse wereldtitel op een WK estafette. Jochem Dobber, Liemarvin Bonevacia, Ramsey Angela en Tony van Diepen grepen in het Poolse Chorzow het goud, al moet daarbij worden aangetekend dat enkele toplanden verstek lieten gaan vanwege corona.

Meer concentratie nodig

Estafettelopen is sprinten met beheersing. Je moet je hoofd gebruiken en het geduld kunnen bewaren om op het juiste moment te starten. “Een gewone sprint is bijna een automatisme. Je hoeft alleen te reageren op het startschot en zo hard mogelijk te lopen”, verklaart Marije van Hunenstijn, die zaterdag nog als slotloopster het olympische ticket voor de 4x100 vrouwen veiligstelde. “Bij de estafette is meer concentratie nodig. Je wilt op volle snelheid zijn zodra je het estafettestokje in handen krijgt. Vertrek je te vroeg, dan moet je afremmen maar vertrek je te laat, dan zit er minder snelheid in de wissel.”

Beide Nederlandse slotlopers op de 4x100 begonnen in de finale te vroeg aan hun aanloop, waardoor de mannenploeg de finish niet haalde en de vrouwenploeg de koppositie verspeelde. Het illustreert hoe dun de scheidslijn is tussen net genoeg en net te veel risico nemen. Uiteindelijk eindigden Jamile Samuel, Dafne Schippers, Nadine Visser en Naomi Sedney als derde. Alsnog betekende dat de allereerste medaille ooit voor Nederland op een WK estafette.

De grote winnaars van het weekend waren later op de avond de mannen van de 4x400-ploeg. Zaterdag hadden ze al hun olympische ticket binnengesleept; voor het eerst sinds 1980 mag Nederland op dat onderdeel weer meedoen. “Ik kan het amper geloven,” zei Bonevacia. “Zeker als je bedenkt dat we al vanaf 2013 proberen internationaal mee te tellen op dit nummer. Ik was ook behoorlijk nerveus. Bijzonder dat wij hier toch Nederlandse atletiekgeschiedenis schrijven.”

Brede bezetting

Het hoofddoel dit weekend vormden de olympische startbewijzen. Behalve de 4x100 vrouwen en 4x400 mannen verzekerde ook de 4x400 gemengd zich van een retourtje Tokio. De 4x100 mannen en de 4x400 vrouwen hadden zich al eerder gekwalificeerd. Dat houdt in dat Nederland met een recordaantal van vijf teams deze zomer van start gaat in Japan. Een unicum.

“Wil je als atletiekland serieus worden genomen, dan moet je de estafettes bezet hebben. Dat geeft de breedte aan,” stelt Ad Roskam, technisch directeur van de Atletiekunie. “Eindelijk is dat nu een keer gelukt.”

Zo zet Nederland de triomftocht van de Europese indoorkampioenschappen begin maart voort. Dit keer ook met Dafne Schippers, die haar eerste wedstrijd sinds september liep. De winnares van individueel zilver in Rio vijf jaar geleden was blij met de start van haar olympische seizoen. Al tijden is ze op zoek naar haar beroemde versnelling, waarmee ze ooit twee keer een wereldtitel won. Daar werkt ze nog steeds aan, vertelde ze, maar het gaat goed: haar natuurlijke pas is er inmiddels weer vaker wel dan niet.

Op de 400 meter was behalve Van Diepen ook Femke Bol een voortrekker. De wereldster in wording tartte de logica door in de voor sprinters te koude Poolse avond toch een toptijd te noteren: met een splittijd van 49,81 liep ze op zaterdag in de series voor het eerst onder de 50 seconden.

Zo gaf dit weekend voldoende stof tot nadenken én veel vertrouwen voor Tokio, al waarschuwt Roskam dat de prestaties in perspectief moeten worden gezien. “Komende zomer zal de concurrentie groter zijn. We hebben podiumkansen, maar dan zal wel alles perfect moeten lopen.” En juist dat is op de estafette de grootste uitdaging.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden