Na WK weer een leuke opa

Cor van der Geest: ''Als je tien uur in een sporthal zit, mag je gerust vijf minuten gepassioneerd zijn.'' Foto ANP Beeld
Cor van der Geest: ''Als je tien uur in een sporthal zit, mag je gerust vijf minuten gepassioneerd zijn.'' Foto ANP

Na negen jaar bondscoach en zeven jaar als voorzitter van de technische commissie vond Cor van der Geest het mooi geweest. Maar als woensdag het WK in Rotterdam begint, staat de 61-jarige Haarlemmer er nog steeds. Nu als technisch directeur van de judobond.

Thuis in Santpoort maakt hij zijn opwachting in overhemd, keurige lange broek én op blote voeten. De huiskat mag ook op de foto. Het beestje laat zich moeilijk lokken met wat voer, maar als de poes direct daarna de benen wil nemen, grijpt Van der Geest hem in zijn nekvel. ''Nee, dát vindt-ie fijn,'' zegt echtgenote Els schamper. Cor grijnst.

Als de kat blazend het struikgewas van de tuin heeft opgezocht, neemt de baas plaats op zijn praatstoel. De opening is verrassend. ''Ik ben rustiger geworden,'' zegt de man die als coach vaak opvliegende karaktertrekjes vertoonde als hij het niet eens was met een arbitrale beslissing. ''Als je tien uur in een sporthal zit, mag je gerust vijf minuten gepassioneerd zijn.''

Het gebeurde hem vooral tijdens partijen van zijn zonen. ''Als die in het geding kwamen, had ik moeite met mijn emoties,'' geeft hij toe. Zoals negen jaar geleden bij de Olympische Spelen van Sydney. Toen Dennis uitschakeling niet meer kon vermijden, beende Cor drie seconden voor het einde van de partij weg. ''Hij kon het niet waarmaken tegen die grote Chinees. Een sporter doet dat nooit expres. Maar ik kon het op dat moment niet meer aan. Onze vader-zoon-relatie stond klem. Ik liep weg, omdat ik bang was voor mezelf. Was ik gebleven, had ik dingen gezegd die niet meer te repareren waren. Ik weet het. Mijn zwakke plek. Je helpt er de sporter niet mee. Aan de andere kant is het ook mijn sterke plek, die gedrevenheid. 's Avonds hebben we elkaar weer opgezocht. Even lekker gehuild en gedronken.''

Judo, weet hij, is een keiharde sport. ''Vele mensen denken dat judoka's maar wat tegen elkaar hangen. Maar het is een confrontatie. Zo direct! Je pakt mekaar vast. Je proeft mekaar. Je ruikt mekaar. Als ik een lezing geef, loop ik altijd naar de eerste rij. Daar zitten de directeuren. Dan pak ik er een bij zijn nek, trek hem omhoog en zeg een paar keer: 'Meneer, gaat u nu toch weg.' Die man kan geen kant op. Voelt wat het betekent als iemand je zo grijpt. En de zaal vindt het prachtig natuurlijk.''

Hij noemt zichzelf een familieman. ''Els is echt mijn maat. Maar niet alleen dat. Zou ook niet goed zijn. Er moet ook een vonkje verliefdheid bijzitten. Dat je met elkaar kunt knuffelen. Even vrijen. Dat ze ook nog eens mijn maatje is, dat beschouw ik als een bonus.''

Dennis en Elco kwamen in hun jeugd niets te kort. ''Ze deden aan sport en van ons hoefden ze er geen baantje bij te nemen.'' Hij knikt. ''Er zijn mensen die dat verwennen noemen. Kan zijn. Maar we hebben ze nooit verpest. Nee was nee en daar viel niet aan te tornen.''

De band met zijn zonen is hecht. Een die hij met zijn eigen vader nooit gehad heeft. ''Mijn ouders kwamen uit Kudelstaart en begonnen een groentewinkel in Haarlem, zonder dat ze er echt verstand van hadden. Ik was een nakomertje in een gezin van acht kinderen. Met mijn jongste zus deed ik de bestellingen op de fiets. Dozen achterop en tassen aan het stuur. Geregeld bezorgde ik kroppen sla aan het verkeerde adres. Als wij dan weg waren gingen de klanten bij elkaar langs om de boodschappen opnieuw te verdelen. En toch kreeg ik altijd een fooi. Daar kan mijn zus zich nu nog over opwinden.''

Met zijn vader had hij nauwelijks contact. ''Laatst had ik een middag zitten praten met Elco en Dennis. Jongens, zei ik, dit was meer dan ik mijn hele leven met mijn eigen vader gesproken heb. Mijn vader was op zijn 25ste al zwaar op de hand. De man had het ook niet gemakkelijk. Mijn moeder had veel meer power. Moest hij ook nog eens tegenop boksen. En dan was ik er nog. In die tijd deden de kinderen precies wat hun ouders wilden. Ik dus niet. Als we gingen wandelen in het park, liep ik tien meter voor ze uit. Of tien meter erachter. Mijn vader werd er gek van. Eigenlijk ben ik opgevoed door mijn broers en zussen. Mijn broer Wim vulde de vaderrol in. Zo ging dat in die tijd. Wim wordt in september tachtig. Dat gaan we vieren.''

Eerst staat een ander feest op het programma: het WK judo. Een geplande vakantie van vijf weken met de caravan werd teruggebracht tot vijf dagen. ''Een WK in eigen land. Ik voel me er verantwoordelijk voor. Judoka's en coaches hebben recht op de best mogelijke begeleiding. Stuk voor stuk zijn het uitzonderlijke mensen die alles investeren in een sport waar ze niet van kunnen leven. Voor het judo is dit een kans. Wie zijn we. Wat kunnen we. We mogen het laten zien. Het wordt een kwestie van herkenning en erkenning.''

Het zijn hectische dagen. Soms verlangt hij naar rust. ''We hebben twee kleinkinderen. Fynn van twee en Bjorn van vier. Allebei van Dennis. Fynn heeft de hele week bij ons gelogeerd. Kwam ik thuis, om gelijk weer weg te gaan, wilde hij naar de speeltuin. Daar moeten we niet te dramatisch over doen, maar na het WK hoop ik energie over te hebben om ook weer een leuke opa te zijn.'' (DANNY VAN DEN BROEK)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden