PlusInterview

Mohammed Nouri drie jaar na drama rond ‘Appie’: ‘Als ik voetbal, vergeet ik alles’

Mohammed Nouri in 2017, zwaaiend naar Ajax-fans die meeleven met zijn broertje. Beeld ANP

Mohammed Nouri (26) wilde na het onge­val van zijn drie jaar jongere broertje ‘Appie’ nooit meer voetbal­len. Toch trapt hij weer tegen een bal, bij Veensche Boys in Nijkerkerveen. ‘Don­ny bracht mij hier naartoe.’

Het voelde niet goed, die eerste keer dat Mohammed Nouri (26) zijn voetbalschoenen weer aantrok. “Als je elke dag ziet dat je broertje in bed ligt, heb je geen zin om te voetballen. Ik voelde mij schuldig naar hem toe.” Toch liet hij zich overhalen. “Ik dacht dat ik het één keer zou doen, puur en alleen voor Donny. Die probeerde mij telkens aan het sporten te krijgen. Ik deed het om van zijn gezeur af te zijn.”

Donny van de Beek bracht hem onder bij de Veensche Boys in Nijkerkerveen, een dorpje tussen Amersfoort en Nijkerk. De amateurclub waar de Ajacied leerde voetballen. Broertje Rody van de Beek maakte vorig seizoen ook deel uit van de A-selectie van de zaterdagtweedeklasser. “Ik ben hier goed opgevangen,” zegt Nouri, die voor tweededivisionist TEC speel­de op het moment dat zijn broertje Abdelhak exact drie jaar geleden getroffen werd door een hartstilstand in een oefenwedstrijd van Ajax. “Het voetbal hier is natuurlijk minder, maar dat maakt mij weinig uit. Als ik hier ben, vergeet ik alles.”

Elke dag gaat Nouri – ‘zeg alsjeblieft Mo’ – langs bij zijn broertje. “Als ik een lange dag achter de rug heb, ga ik om twee uur ’s nachts nog naar hem toe. Voor mij is het twee, drie minuten lopen. Dan vertel ik hem wat ik gedaan heb of hoe het is met mijn dochtertje van anderhalf. Eigenlijk doe ik wat alle broers en vrienden met elkaar doen.”

Intensieve verpleging

De familie Nouri houdt zich dag in dag uit bezig met de intensieve verpleging van hun zoon en broer, die in een speciaal voor hem gebouwd huis in Amsterdam-Geuzenveld verblijft. Mohammed vervult in die zorg een voorname rol. “Als ik door de buurt loop, vraagt iedereen hoe het met m’n broertje gaat. Ook brengen fans nog steeds bloemen. Het zegt iets over wat Appie nog teweegbrengt. Hij staat voor liefde, voor respect en verbinding. Dat houdt ons ook staande.”

Tegelijk zijn die vragen confronterend. Zijn broertje ademt zelfstandig, glimlacht af en toe en communiceert door te knipperen met zijn ogen. “Ik zal er nooit aan wennen, kan het geen plek geven,” zegt Mo. “Maar het lukt wel steeds beter om ermee om te gaan. En ja, daar draagt het voetballen ook aan bij.”

Het ritje van Geuzenveld naar Nijkerkerveen maakt hij soms vier, vijf keer per week. “Ik ga vaak naar Donny, een van mijn beste vrienden. Mijn broertje, Donny, Rody en ik konden het altijd al goed met elkaar vinden. En ik ga ook graag naar Donny’s ouders, word daar altijd met open armen ontvangen. De familie Van de Beek is net een buurthuis. Gastvrijheid, tijd voor elkaar maken en samen eten, dat zit in beide families. Als Rody naar ons toe rijdt, krijgt-ie van zijn vader een paar kilo kip voor ons mee. En volgens mij heeft zijn moeder ook altijd tonijn in huis. Ze weet dat ik dat erg lekker vind.”

Donny in het bed van Nouri

Het ongeluk heeft de familiebanden nog hechter gemaakt, merkt Mo. Hij lag in zijn ouderlijk huis altijd met Appie op een slaapkamer. In de dagen na het drama in Oostenrijk sliep Donny van de Beek in het bed van Appie. “Dat klinkt raar, maar het was ook heel mooi. We hebben die moeilijke momenten samen beleefd, we begrijpen elkaar. Op die momenten is vriendschap misschien zelfs ­beter dan familie.”

Dat Mo op aanraden van de ­Ajacied weer ging voetballen, bij familieclub Veensche Boys, is dan ook logisch. “Teruggaan naar TEC vond ik te moeilijk. Net als bij veel andere amateurclubs die hoog spelen is het daar toch zakelijker. Bij Veensche Boys voelt het warmer, socialer. Je voelt dat de jongens er een band met de club en de vrijwilligers hebben. ­Iedereen laat ­elkaar in zijn waarde.”

Dat merkt hij ook in de manier waarop hij benaderd wordt. “De jongens zien ook dat ik het lastig heb, dat ik soms geen zin heb in een training of dat ik te laat kom. Het fijne eraan is dat ze niet vragen naar het waarom, maar er juist naar handelen. Ze klagen er niet over, maar blijven normaal doen.”

‘Normaal doen’

Het ‘normaal doen’ komt al tot uiting in het clublogo met twee klompen en een hamer. Nijkerkerveen is een gemeenschap van boeren, aannemers en schilders. “Ik ben hier niet de broer van Appie, maar onderdeel van het team. En ja, daar hoort humor ook bij. Over mijn gewicht worden door de trainer bijvoorbeeld vaak grappen gemaakt.”

Hij geeft coach Erik Assink ook groot gelijk. Er moet nog een kilo of zes af, deze zomer. “Ik ben van nature lui, gelukkig helpt Donny me met extra oefeningen.” Het doel: Veensche Boys moet naar de eerste klasse. “Ik wil hier iets moois neerzetten en kampioen worden. Niet voor mezelf, maar voor de club.”

Maar Mo denkt hierbij ook aan zijn familie. “Ik voetbal weer, ik lach weer. En als ik blij ben, denk ik automatisch aan mijn broertje.” Stiekem hoopt hij dat zijn vader volgend seizoen naar een duel van Veensche Boys komt. “Ik heb het hem nog niet gevraagd, het is een moeilijke vraag. Komt hij kijken, dan ziet hij een zoon die weer voetbalt en wordt hij geconfronteerd met het feit dat er eentje is die nog had moeten voetballen. Zo oneerlijk is het.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden