Plus Interview

Michael Reiziger: ‘Ik heb me altijd thuis gevoeld bij Ajax’

Michael Reiziger (46), assistent van Erik ten Hag, proefde als voetballer van veel verschillende voetbalculturen. ‘Een speler moet zich veilig weten binnen de muren van de club.’

Michael Reiziger is sinds dit seizoen assistent van Erik ten Hag. ‘Voor een club is het belangrijk een speler zich snel thuis te laten voelen.’ Beeld Dennis Wielders / ProShots

Ajax

“De cultuur die bij Ajax heerst, is die van de beste willen zijn, met attractief voetbal proberen het hoogste te bereiken. Een opleidingsclub waarin die filosofie is verankerd, zodat die cultuur ook is gewaarborgd.”

“Ik was 12 jaar toen ik bij Ajax kwam. Ik vond het niet moeilijk, wel spannend. Ik was al fan van de club, ging met mijn vader naar de wedstrijden van Ajax 1. Ik vond de opleiding niet streng. Ik was daar met een doel. Dan conformeer je je aan de eisen en regels. Ik was ook zo opgevoed. Er waren duidelijke grenzen en als je die overtrad, had dat consequenties.”

“Ik kon bij Ajax volledig mezelf zijn. Dat is ook een vereiste in zo’n prestatiecultuur: je móet jezelf zijn, anders raak je ondergesneeuwd. Maar tegelijkertijd ben je nog een kind. Je moet je eigen persoonlijkheid ontwikkelen, ontdekken wie je bent. Bij Ajax word je snel volwassen. Daarom is de opleiding een goede leerschool voor de rest van je leven.”

“Ik heb me altijd thuis gevoeld bij Ajax, zoals ik me dat ook doe in Amsterdam. Er zijn zeker parallellen tussen de stad en de club. Veel verschillende achtergronden, een mix van culturen, maar wel met een bepaalde aanvallende mentaliteit. Ik weet niet of dat branie is. Ik vind Amsterdam en Ajax vooral vooruitstrevend. Altijd voorop willen lopen, niet angstig zijn en een uitstraling hebben van: kom maar op.”

FC Groningen

“Ik maakte een tussenstap naar FC Groningen en kwam in een totaal andere wereld terecht. Het leven ging wat langzamer, maar ik heb een fantastische tijd gehad. Ik was bezig met over­leven, zowel binnen als buiten het veld. Ik woonde voor het eerst op mezelf. Ik moest me staande zien te houden, ik wilde prof worden.”

“Bij Ajax wonnen we alles, bij FC Groningen niks. Gelukkig was de spelersgroep heel vol­wassen. De sfeer was goed en iedereen wist dat aan die sfeer niet mocht worden getornd, want dáár moest dat resultaat uit komen. Dat heeft een paar maanden geduurd. Al die tijd was het knokken voor lijfsbehoud in de eredivisie.”

“Ook bij Groningen kon ik mezelf zijn. Het was een veilige omgeving. Louis van Gaal maakte zich daar altijd sterk voor. Binnen de vier muren van de club moet een voetballer zich veilig weten. En dat geldt voor élke club. Spelers zijn het vaakst in de kleedkamer, op het trainingsveld, in het spelershome; daar moet je je comfortabel voelen. Dan kun je presteren.

“In die binnenwereld moet je ook veel tegen elkaar kunnen zeggen. Niet alles natuurlijk, maar wat de buitenwereld vindt, mag niet vreten aan die binnenwereld. Dat is moeilijker geworden door social media. Elke dag kun je tien meningen over jezelf lezen, elk uur verschijnt er een nieuwtje dat geen nieuwtje is. Dat heeft soms effect op iemand of de groep, maar daar praat je over. Het beïnvloedt de cultuur niet. Wat vandaag wordt geschreven, is morgen weer vergeten. Je moet dat snel achter je laten.”

AC Milan

“Mijn eerste buitenlandse club. Een club die zeer vooruitstrevend was in de fysieke en mentale begeleiding van voetballers. Ik heb er verschrikkelijk veel geleerd ook al speelde ik niet veel. Zo’n stap vergt nogal wat van je aanpassingsvermogen. Simpel voorbeeld: bij Ajax aten we tussen de middag een broodje van tante Sien, bij Milan aten we warm. Ik vond dat heerlijk. In Nederland heeft iedereen haast, in Italië nemen mensen de tijd. Zeker voor het eten.”

“Er sprak vrijwel niemand Engels. Ik had drie keer in de week Italiaanse les. Binnen ander­halve maand beheerste ik die taal vrij goed, be­langrijk als je de cultuur van de club en de stad wilt leren kennen, en als je wilt begrijpen wat zich afspeelt in de spelersgroep en je je verstaanbaar moet maken op het veld.”

“De grootste aanpassing moest ik doen in mijn manier van verdedigen. Bij Ajax was ik gewend de situatie in te schatten en in te grijpen. In Italië verdedig je veel meer met elkaar. Dat vergt tijd en trainingen. Die heeft Matthijs de Ligt bij Juventus ook nodig. We zien nu af en toe beelden van hem, maar we zijn er niet elke dag bij op het trainingsveld. Geloof me, Matthijs wordt daar écht een betere verdediger.”

Barcelona

“Lijkt het meest op Ajax. Er is dezelfde denk­wijze over attractief voetbal, voetballers opleiden en presteren. Ik landde op vliegveld El Prat. Ik zag palmbomen, ik voelde de zon. Er waren enorm veel mensen op de been. Ik dacht nog: druk vliegveld. Maar die mensen waren er om mij te verwelkomen. Fantastisch. Een warm bad, maar ik besef dat dat heel persoonlijk is.

Ik speelde met de Fransman Christoph Dugarry en hij had dat gevoel helemaal niet. Het is ondefinieerbaar. Na Ajax ben ik bij Barcelona het meest op mijn gemak geweest. Ik ben na mijn loopbaan ook eerst daar gaan wonen.”

“In de spelersgroep van Barcelona werd je snel opgenomen. Dat is de atmosfeer die er heerst, zoals ik die heb ervaren: samen. Er zijn cultuurbewakers in de club, jongens die er al heel lang spelen, vaak vanuit de jeugd. Bij Real Madrid heb je dat een stuk minder. Uiteindelijk gaat het om presteren. Dus als je opleiding niet de juiste spelers voortbrengt, moet je die ergens anders halen. Maar dat bepaalt wel de identiteit van de club. Dat is geen waardeoordeel, het is meer een constatering: bij Ajax en Barcelona is de opleiding part of the club.”

Middlesbrough

“Middlesbrough was geen Barcelona. Ze rijden er links, maar verder zijn er veel overeenkomsten met Nederland. Wind. Regen. Ik ben geweldig opgevangen bij de club. Mooi stadion, prachtige trainingsfaciliteiten. Middlesbrough beleefde het beste seizoen uit de geschiedenis. Engelsen zijn zeer gastvrij. En toch had ik het moeilijk. Restaurants waren om 21.00 uur dicht. Dat was de tijd waarop ik in Barcelona ging eten. Hoe je je privé voelt, is van invloed op je prestaties. Althans, bij mij.”

“Voor een club is het belangrijk een speler zich snel thuis te laten voelen. Om hem te laten integreren. Dat kan een half jaar duren. De een heeft meer tijd nodig dan de ander, maar je moet wél meteen presteren. Dat hoort bij topsport en daar moet je ook niet over zeuren.”

“Ik had Boudewijn Zenden en George Boateng als ploeggenoten. Dat was fijn. Bij Barcelona speelde ik het eerste jaar met Ruud Hesp. Het is toch fijn om een landgenoot in de buurt te hebben. Bij Ajax komen de spelers ook overal ter wereld vandaan. Nederlands is niet de makkelijkste taal om te leren. Ik spreek Spaans. Christian Poulsen, mijn collega-assistent ook. Het is prettig voor de buitenlandse spelers dat ze zich in hun eigen taal kunnen uiten. Lisandro Mar­tínez, Edson Álvarez en Nicolás Tagliafico stappen makkelijk naar ons toe als ze ergens mee zitten of iets willen weten. Ze kunnen met ons grappen maken in hun eigen taal, dat draagt bij aan een goed gevoel en dus aan de sfeer.”

PSV

“Die club heeft ook een eigen cultuur, maar een andere cultuur dan Ajax. Het is een minder ­grote club. Er zijn daardoor intern en extern minder invloeden op het beleid, het spel en de prestaties. Het is wat rustiger, gemoedelijker, maar ook PSV heeft het streven om de beste te zijn. Al wordt dat niet altijd uitgesproken. Toch is Eindhoven ook vooruitstrevend. Het is de technologiehoofdstad van Nederland, maar sociaal-cultureel heerst daar meer een sfeer van: doe maar gewoon dan doe je gek genoeg. Er is ook een topsportklimaat, waarin je wordt afgerekend op het resultaat. Maar minder hard dan in Amsterdam.”

“Dat bij PSV nu veel jonge spelers doorbreken, is mooi. Ik weet niet of het slechts een momentopname is, dat moet je over een langere periode bekijken. Het zou goed zijn voor het Nederlandse voetbal als die lijn bij PSV wordt doorgetrokken. Bij Ajax gebeurt het al decennia. Nu weer met Sergiño Dest. Net als bij Barcelona, daar is onlangs een speler van 16 jaar gedebuteerd, Ansu Fati. Fans kunnen zich daarmee identi­ficeren.”

“Ajax heeft vorig seizoen met jonge spelers een hoog niveau gehaald. Maar als het niveau van het eerste omhoog gaat, moet het niveau van de jeugd ook omhoog. Zo simpel is het. Goede voetballers passen zich heel makkelijk aan. De grote talenten komen zeker bovendrijven. Die passen zich aan.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden