PlusAchtergrond

Meisjesvoetbal zit nog steeds in de lift, óók in Amsterdam: ‘Ze hebben een droom’

Een training van MO15-1 van voetbalvereniging SDZ. In totaal voetballen in Amsterdam bijna vijfduizend vrouwen in clubverband – een stijging van meer dan 25 procent in de laatste vijf jaar.  Beeld Marc Driessen
Een training van MO15-1 van voetbalvereniging SDZ. In totaal voetballen in Amsterdam bijna vijfduizend vrouwen in clubverband – een stijging van meer dan 25 procent in de laatste vijf jaar.Beeld Marc Driessen

Het Nederlands vrouwenelftal begint vandaag aan het EK met een wedstrijd tegen Zweden. Meisjesvoetbal zit nog steeds in de lift, óók in Amsterdam. ‘Jonge voetbalsters hebben een droom die ze kunnen verwezenlijken.’

Dick Sintenie

Het is nog maar vijftien jaar geleden dat het vrouwenvoetbal aan de top werd gedomineerd door een klein aantal clubs: SV Saestum uit De Bilt en Ter Leede uit Sassenheim waren hofleveranciers voor de vertegenwoordigende nationale teams. De weg naar Oranje liep voor veel speelsters via die twee grootmachten.

Maar in het laatste decennium is veel veranderd. Het vrouwenvoetbal heeft een eredivisie, topclubs als Ajax, Feyenoord en PSV nemen daaraan deel en semi-professionalisme heeft zijn intrede gedaan. Het aantal vrouwelijke leden van de KNVB is gegroeid van 124.000 naar meer dan 161.000. In de gemeente Amsterdam zijn er inmiddels 11 voetbalsters per 1000 vrouwelijke inwoners. In totaal voetballen in Amsterdam bijna vijfduizend vrouwen in clubverband – een stijging van meer dan 25 procent in de laatste vijf jaar. Liefst 33 clubs hebben nu minimaal één meisjes- of vrouwenteam.

“Dat zijn mooie cijfers,” zegt Denise Landsbergen. En ze is blij dat zij daar voor een deel aan heeft kunnen bijdragen. De voetbalster van ASV Wartburgia is werkzaam als buurtcoach bij Sportservice, een subsidiepartner van de gemeente. Een groot deel van haar activiteiten bestaat uit het promoten van voetbal voor meisjes in het oostelijk deel van de stad. En ze helpt clubs actief bij het werven van leden. “Het was een belangrijke reden voor mij om dit werk te gaan doen: om het meidenvoetbal te laten groeien.”

De stoute schoenen

Vanzelf gaat het niet. Clubs hebben vaak moeite om het meisjesvoetbal van de grond te tillen, of een goede plek te geven. ASV De Dijk heeft dat ondervonden. Drie jaar geleden werd bij de club aan de Schellingwouderdijk een poging gewaagd. De dochter van Julius Egan wilde voetballen, maar een belletje naar de club leverde niets op: geen plek voor meidenteams, vol, lastig, was het antwoord. Alle aandacht bij De Dijk ging in die tijd uit naar het eerste elftal.

Egan, secretaris van de Sportraad Amsterdam, nam er geen genoegen mee. Hij trok de stoute schoenen aan en ging zelf met een aantal meiden trainen. Een half jaar later vertrok de voorzitter en zat hij zelf ineens met de hamer in zijn handen. Lachend: “Als je even niet oplet, is het gebeurd.”

Egan en zijn medebestuurders richtten zich sinds hun aantreden vooral op de kerntaak van de vereniging: jongens en meisjes uit de buurt met plezier laten sporten. Toch duurde het een tijd eer het meisjesvoetbal gestalte kreeg. Egan: “We hebben er twee jaar hard aan getrokken, met weinig resultaat. Corona hielp ook niet mee. Met pijn en moeite is het uiteindelijk gelukt één team te formeren. Dat team is als katalysator gaan fungeren. Komend seizoen gaan we met zeven meidenteams de competitie in.”

De Dijk neemt een voorbeeld aan SV Kadoelen, de club die een paar kilometer verderop huist in Noord en waar voor het eerst een vrouw voorzitter is: Natasja van Dijk. Egan: “Meisjes en vrouwen beschikken bij Kadoelen over dezelfde faciliteiten als de jongens en maken net zoveel trainingsuren onder gekwalificeerde trainers. Het is een volwaardige tak in de vereniging. Dat willen wij bij De Dijk ook. Misschien zou je zelfs méér tijd en aandacht aan de meisjes moeten schenken, omdat ze een achterstand hebben ten opzichte van jongens.”

‘Gelijkheid is niet vanzelfsprekend’

Bij TOS-Actief op Sportpark Middenmeer staat gelijkheid ook hoog in het vaandel. De club was een van de eerste in Amsterdam met meisjes- en vrouwenvoetbal. “Het past heel goed bij het dna van onze vereniging,” zegt voorzitter Menno van den Eijnden. “Uitgangspunt van TOS is: iedereen kan bij ons voetballen. Het sociaal-emotionele aspect van een teamsport, de sfeer in de vereniging en het samen doen, vinden wij minstens zo belangrijk als winnen en presteren.”

“Die gelijkheid is niet vanzelfsprekend,” weet Landsbergen. “Sommige clubs beschikken niet over voldoende trainers, of ze lopen tegen een onmogelijke planning van het speelschema aan vanwege een tekort aan velden. Wat je dan ziet is dat meiden worden achtergesteld. Ze moeten op onmogelijke tijden een wedstrijd spelen, ze trainen op een achterafveldje of ze trainen helemaal niet.”

Het is een van de redenen waarom de KNVB ernaar streeft jongens en meisjes op jonge leeftijd zoveel mogelijk in gemengde teams te laten spelen. Egan heeft daar in de Sportraad wel eens discussies over met Daphne Koster, manager vrouwenvoetbal bij Ajax. “Daphne zegt: meisjes móéten met jongens voetballen. Vanuit sportief oogpunt snap ik dat volkomen. Wij hebben ook gemengde teams bij de club. Maar er zijn meisjes, soms ook met veel talent, die toch liever in een meisjesteam spelen.” En Van den Eijnden: “Bij TOS laten we die keuze aan de meiden zelf.”

Landsbergen heeft nooit in een gemengd team gespeeld. Zij voetbalde bij Vlug & Vaardig en Pancratius in de jeugd in een meisjesteam. Bij Pancratius had zij de keuze: ze kon ook in een jongensteam spelen. “Ik heb het niet gedaan, omdat het meisjesteam op dat moment uitkwam in een hogere klasse. Maar als ik eerlijk ben: ik denk wel dat ik een betere voetballer was geworden als ik met jongens had gespeeld.”

Uitpuilende stadions

Bij de jongste jeugd worden de niveauverschillen tussen voetballende meisjes en jongens wel steeds kleiner, zegt Landsbergen. “Omdat steeds meer meisjes gaan voetballen, omdat ze steeds jonger beginnen en veel vaker metéén met de jongens op het veld staan. Pas later, als de puberteit begint, gaat de fysieke component een grote rol spelen.”

Landsbergen is positief over de ontwikkelingen die het meisjes- en vrouwenvoetbal doormaken. De eredivisie breidt komend seizoen weer uit. Topclubs Ajax, Feyenoord en PSV doen daarin mee. En het Nederlands elftal werd in 2017 in eigen land Europees kampioen, in uitpuilende stadions. “Het EK is ook nu weer live op tv. Dat zijn geweldige ontwikkelingen. Jonge meiden willen de nieuwe Vivianne Miedema worden, of de nieuwe Lieke Martens. Ze hebben een droom die ze kunnen verwezenlijken. Dat had ik niet. Misschien had ik wel meer mijn best gedaan om prof te worden als ik die rolmodellen en die droom wel had gehad.”

Tip Het Parool via WhatsApp

Heeft u een tip of opmerking voor de redactie? Stuur een bericht naar onze tiplijn.

Luister onze wekelijkse podcast Amsterdam wereldstad:

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden