Plus

Matt Haarms: Van Nieuw Sloten naar het beloofde basketballand

Als basketballer van collegeteam Purdue Boilermakers heeft Amsterdammer Matt Haarms (20) zijn zinnen gezet op het hoogst haalbare. 'Ik ga voor de NBA.'

Matt Haarms, hier in actie in de eigen Mackey Arena, geldt als een van de beste schotblokkers in het Amerikaanse universiteitsbasketbal Beeld Michael Hickey/Getty Images

Het naambordje KRISTAPS PORZINGIS boven zijn blonde kuif doet Matt Haarms glim­lachen, al is het maar voor even. In de kleedkamer van de New York Knicks, diep in de krochten van het iconische Madison Square Garden, verwerkt de Amsterdamse center van de Purdue Boilermakers het verlies van zijn team in de finale van het jaarlijkse Big Ten Tournament. "We hebben niet hard genoeg gewerkt," klinkt het beduusd, terwijl de rivalen van Michigan verderop worden bedolven in confetti.

Haarms zit op het klapstoeltje van Porzingis, zijn idool uit de NBA, met wie hij meer dan ­alleen uiterlijke gelijkenissen vertoont. Het carrièrepad van de jonge Letse superster geldt voor Haarms als een blauwdruk. Ook Porzingis komt uit een klein, Europees landje en ging via Spanje naar Amerika. En hun speelstijlen zijn vergelijkbaar. "Het lijkt alsof niemand hem verteld heeft dat hij een center is," zegt Haarms vol bewondering. "Hij is 2,18 meter, maar speelt als iemand van 20 centimeter kleiner."

Goed, van het niveau van Porzingis - die vanwege zijn unieke kwaliteiten The Unicorn wordt genoemd - mag hij slechts dromen. Voorlopig is Haarms reservecenter bij Purdue, een van de beste basketbalscholen van de VS. Maar hoe lang en vol obstakels de weg naar de NBA ook mag zijn: dromen doet hij, al sinds hij als tiener in Nieuw Sloten zijn basketbaltalent ontdekte.

Omdat zijn moeder hem dwong op z'n minst één keer per week naar buiten te gaan, kwam Haarms in aanraking met sport. Judo bleek geen succes, pleintjesvoetbal evenmin. Hij was op z'n zachtst gezegd ongepolijst toen hij bij de Harlemlakers op zijn twaalfde voor het eerst een basketbal oppakte.

"Ik kon nauwelijks vangen, en het duurde vijf wedstrijden voor ik scoorde. Ik gooide de bal eerst drie keer tegen het bord, pas bij de vierde poging ging ie erin." Zijn men­toren bij Harlemlakers waren Wim Nieuwenhuizen, Brord Brugman, Gideon van der Hijden en Eric Kropf. Hij hecht eraan hun namen te noemen. "Zij hebben me leren basketballen."

Bijzonder lang was Haarms aanvankelijk niet. De verwachtte groeispurt - zijn vader Peter is 2 meter, zijn moeder Martine ruim 1,80 - kwam op zijn vijftiende en hield pas op bij 2 meter 20. De basketbalkwaliteiten volgden naar­gelang. "Op m'n zestiende kwam ik erachter dat ik beter kon zijn dan anderen. Ik weet nog dat ik voor het eerst dunkte. Wat een mooi gevoel was dat."

Het duurde niet lang voor zijn teamgenoten, de vrienden die hij via zijn sport had gemaakt, hem niet meer konden bijbenen. In Nederland was Haarms uitgeleerd.

Andijviestamppot
Bij Joventut Badalona, in de Spaanse jeugdcompetitie, werd Haarms in het diepe gegooid. De taal sprak hij niet, en op het veld was de concurrentie moordend. Weekenden bracht hij door bij de familie van basketbalvriend en ploeggenoot Terrence Bieshaar, doordeweeks woonde hij samen met de andere buitenlandse talenten van de club.

Aan het einde van zijn eerste en enige seizoen in Spanje groeide langzaam het besef: ook hier kon hij zich onderscheiden. De bevestiging kwam toen Badalona hem een contract aanbood. Maar Haarms besloot niet te tekenen. "Als ik dat had gedaan, was ik prof geweest, en dan had ik niet meer in Amerika kunnen spelen. Niet lang daarna diende die kans zich aan."

2,20

De groeispurt liet even op zich wachten, maar toen die op zijn vijftiende echt begon, stopte Haarms pas bij 2 meter 20 met groeien.

Haarms in actie tegen de Penn State Nittany Lions Beeld ANP

Luke Barnwell, coach van de Sunrise Christian Academy, een middelbare school in Kansas, was in Spanje gecharmeerd geraakt van Haarms, en een stap naar het beloofde basketballand volgde. Aanpassingsproblemen zoals in Spanje kende de Amsterdammer dit keer niet. Ja, hij miste de andijviestamppot van zijn moeder - nog steeds - maar het integratieproces voltrok zich razendsnel in het hart van de Verenigde Staten.

Wie hem Engels hoort spreken, kan geen spoortje van Nederlandse klanken ontdekken - de Amerikaanse saus is des te dikker. "Op het vliegveld werd ik eens aangesproken door ­iemand die dacht dat ik in Kansas was opgegroeid, maar behalve dat accent ben ik niet veel veranderd. Ik ben nog steeds een Hollandse jongen."

Bij Purdue, een universiteit in het stadje West Lafayette in Indiana, ontwikkelde Haarms zich dit seizoen - zijn eerste voor de Boilermakers - als een bekwame back-up voor vierdejaars center Isaac Haas, een 22-jarige jongen met het postuur van een volgroeide veteraan.

Doorgaans is Haarms goed voor ruim 15 minuten per wedstrijd, waarin hij gemiddeld 5 punten, 3 rebounds en ruim 2 blocks noteert. Zijn taak: hard werken en inspringen waar nodig. "Ik heb een aardige driepunter, maar schiet die niet veel. We hebben jongens die dat beter kunnen. Ik schik me in mijn rol. Volgend jaar, als de vierdejaars van ons team zijn vertrokken, wil ik doorgroeien en belangrijker worden in de aanval."

March Madness
Als een van de beste schotblokkers in het Amerikaanse universiteitsbasketbal liet Haarms dit seizoen van zich horen in de prestigieuze Big Ten Conference (die vreemd genoeg bestaat uit 14 teams). In de Mackey Arena op de campus van Purdue, waar bij thuiswedstrijden zo'n 16.000 studenten op de tribune zitten, groeide hij door zijn energieke stijl uit tot een publiekslieveling.

Geregeld moeten teamgenoten bukken voor zijn wilde 'fist pumps' en elke succesvolle actie van een teamgenoot kan rekenen op een ongeremde vreugdekreet. "Ik heb altijd met veel emotie gespeeld. Vroeger was die negatief, was ik vaak boos. M'n vader zei dan: denk aan Johan Cruijff, die reageerde nooit op scheidsrechters. Ik heb het mezelf moeten afleren."

Op de campus van Purdue, waar Haarms zijn sport combineert met een studie politicologie, geldt hij als een bekende verschijning. "Ik wil ­eigenlijk een gewone student zijn maar ja, ik word weleens gevraagd voor een foto. Ik zat dit semester in een wiskundeles en zag daarna een bericht op Twitter met de tekst: 'O mijn god, ik zat bij Matt Haarms in de les.' Ik dacht: je kunt ook gewoon hallo zeggen."

Hij maakt lange dagen, zegt Haarms. In de ochtend zit hij in de schoolbanken, van 14.00 tot 17.00 uur traint hij en daarna begeeft hij zich naar het krachthonk. Als hij zijn huiswerk af heeft, begint hij om 20.00 uur zijn vrije avond.

Hij heeft de laatste weken vooruitgewerkt want tijdens de apotheose van het seizoen wil hij zich voornamelijk kunnen concentreren op basketbal. Het toetje moet nog worden geserveerd: March Madness, het afsluitende basketbaltoernooi van de NCAA (National Collegiate Athletic Association) waarin 68 universiteiten strijden om de felbegeerde landstitel.

Gisteravond, Nederlandse tijd, won Purdue in de eerste ronde van CS Fullerton uit Californië, met 74-48. De Boilermakers gelden als een van de favorieten voor toernooiwinst.

Nederlands team
In het voorjaar komt Haarms zoals gebruikelijk een maand naar Nederland. In de gymzaal van Harlemlakers zal hij met oude bekenden schaven aan zijn spel en zijn fysiek - 'ik moet sterker worden, maar niet te zwaar' - en hij gaat pro­beren een plek in het Nederlands team te veroveren. Een startplek bij Purdue moet komend schooljaar de volgende stap worden richting zijn NBA-droom.

Of hij het ultieme podium kan halen? Kenners geven hem een goede kans. "Ik volg hem zeker," zegt Rik Smits desgevraagd. In de jaren negentig maakte de Nederlander met NBA-team Indiana Pacers naam in de thuisstaat van Purdue. "Hij is pas een eerstejaars speler en zal nog veel bijleren de komende jaren, maar ik denk zeker dat hij de NBA kan halen."

De droom komt dichterbij, beseft Haarms. "Als het niet lukt, heb je nog altijd prachtige competities in Europa, maar natuurlijk, ik ga voor de NBA. Het is een tijd geleden dat er een Nederlander in die competitie speelde. Ik hoop dat ik daar wat aan kan veranderen."

Nederlanders in de NBA

Tot nu toe speelden zes Nederlanders in de NBA:

Hank Beenders
1946-1949, oa Boston Celtics

Swen Nater
1976-1984, oa Milwaukee Bucks, Los Angeles Lakers

Rik Smits
1988-2000, Indiana Pacers

Geert Hammink
1994-1996, Orlando Magic, Golden State Warriors

Dan Gadzuric
2002-2012, oa Milwaukee Bucks

Francisco Elson
2003-2012, oa Denver ­Nuggets, Utah Jazz en San Antonio Spurs

Elson werd de eerste en voorlopig enige Nederlander die kampioen werd in de NBA: in 2007, met de Spurs.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden