PlusInterview

Mathieu van der Poel telt zijn zegeningen: ‘Ik kan nog fietsen’

Hij zou eigenlijk zondag met rugnummer 1 aan de start van de Amstel Gold Race staan, maar Mathieu van der Poel zit net als de andere renners thuis. ‘Ik weet niet wanneer, maar er gaat dit jaar gekoerst worden.’

21 april 2019: Mathieu van der Poel komt als eerste over de finish tijdens de Amstel Gold Race.Beeld ANP

“De opa van mijn vriendin is pas overleden,” vertelt Mathieu van der Poel. “Niet aan corona, maar gewoon door ouderdom. Hij was bijna honderd jaar oud. Het afscheid nemen was één voor één. Ik ben bij de begrafenis geweest, daar waren weinig mensen en iedereen moest afstand houden. Ik vind het hard dat sommige mensen in deze tijd geen afscheid kunnen nemen van familie of geliefden.”

Niemand hoeft Van der Poel (25) uit te leggen wat voor een impact het coronavirus heeft op het normale leven. Toch was zijn teleurstelling groot toen de Olympische Spelen – al jaren zijn grote doel op de mountainbike – werden geschrapt. Inmiddels heeft deceptie plaats-gemaakt voor berusting. Dat alle ogen zondagochtend bij de start van de Amstel Gold Race op hem gericht zouden zijn geweest en de hele rit nu is afgelast: hij is er geen moment mee bezig, zegt hij over de telefoon vanuit zijn Belgische woonplaats ’s-Gravenwezel. “Ik heb het allemaal uit m’n hoofd gezet.”

Ook geen geklaag over de beperkte bewegingsvrijheid. Van der Poel telt liever zijn zegeningen. “Het kan slechter. In België mogen we nog naar buiten en kunnen we fietsen. Ik heb vandaag 100 kilometer gedaan. Vorige week een paar keer 200. Dan is het niet zo moeilijk.”

Sinds een jaar woont Van der Poel samen met zijn vriendin Roxanne en ze zijn deze weken langer bij elkaar dan ooit tevoren. Verder ziet hij zijn vader Adrie, moeder Corinne en zijn oudere broer David nog. Die wonen in de buurt. En hij traint veel met Zdenek Stybar, ook drievoudig wereldkampioen cross en klassiekerspecialist bij Deceuninck Quick-Step. Af en toe gaat hij eens langs bij Christoph en Philip Roodhooft, managers van de ploeg Alpecin-Fenix. En dan houdt hij gepaste afstand.

Een klein leven, voor een jongeman van 25 jaar. Of niet? Van der Poel reageert met realiteitszin en nuchterheid. “Quarantaine is iets wat wij als wielrenners toch wel een beetje gewoon zijn. Met het verschil dat we normaal wel wedstrijden hebben in het weekeinde. Maar het is best vaak dat ik door de week, voor een klassieker of voor een cross, ook alleen maar rust en train. Dan is het ook niet dat ik elke avond op café ga of met vrienden iets ga doen.”

Even terug in de tijd, naar de Ronde van de Algarve bijna twee maanden geleden. Je was goed ziek, hoe zag dat eruit?

“Ik ben vrijwel nooit ziek, maar toen had ik het serieus te pakken. Ik werd ziek op de terugreis. Vier of vijf dagen koorts, net geen 40 graden.”

En je bent gecheckt op corona.

“Ja, ik kreeg een wattenstaaf in mijn neus. Geen fijn gevoel. Het bleek gewone griep te zijn.”

Had je liever corona gehad, zodat je misschien immuun was?

“Nee, ik denk niet dat je corona wilt hebben. Als je hoort dat sommige mensen blijvende longschade houden. Je kunt het nog altijd beter niet hebben gehad dan immuun zijn.”

Hoe beleefde je de weken daarna, toen de wedstrijden één voor één omvielen?

“In het begin, toen die Italiaanse wedstrijden Strade Bianche en Milaan-Sanremo werden afgelast, kwam dat voor mij niet zo heel slecht uit. Met die griep had ik best veel tijd verloren, twee weken ongeveer. Het was voor mij allemaal heel kort dag en ik was al meer aan het focussen richting Parijs-Roubaix en de Ronde van Vlaanderen. Maar toen werd vrij snel duidelijk dat er echt niks haalbaar was.”

“Voor mij staat het missen van de Spelen wel boven alles. Ik zou er dit jaar op focussen en het jaar erna de grote ronde pakken. Het vervelendst is dat de lange­termijn­planning overhoop is gehaald. Want de Spelen en de Tour, dat kun je niet in één zomer doen.”

Betekent het dat je alles gewoon een jaar doorschuift?

“De Spelen blijven sowieso op het programma staan, maar het is een beetje kijken wat we verder gaan aanpassen. Volgend seizoen zal er ongeveer zo uitzien als dit jaar gepland was.”

Verwacht jij dat er dit jaar nog wordt gefietst?

“Ja. Ik weet niet wanneer, maar er gaat gekoerst worden. Hoe het eruit zal zien, weet ik niet. Ze zullen proberen de rondes te doen en een paar grote klassiekers, maar ik vrees dat de kleinere koersen ertussenuit zullen vallen.”

Het gaat nu veel over de gevaren voor het wielrennen. Renners die salaris moeten inleveren, ploegen die kunnen omvallen.

“Het is bij ons nog niet aan de orde dat we moeten inleveren. Als het moet om te helpen, dan zou ik het doen. Dat is logisch.”

Je hintte eerder al op deelname aan de Tour. Denk je dat jullie met de ploeg serieus kans maken?

“Ik hoop het. Er is dit jaar zo veel gebeurd, dat ze nu misschien wel een extra wildcard hebben. Of er is een ploeg die afhaakt als gevolg van de coronacrisis, al moet je daar niet op hopen. Ik weet niet of en hoe onze ploeg het probeert. Voor Parijs-Roubaix hebben we ook een wildcard gehad.”

Als het weer begint, kun je dan net zo goed aan de start verschijnen als met een normale seizoensvoorbereiding?

“Zoals ik het nu zie, kan ik even goed zijn. Ik mag ook nog buiten trainen. Het enige wat niet kan, zijn de stages, de trainingskampen. Ik denk niet dat we zomaar even naar Spanje zullen kunnen gaan. Dus dat wordt wel atypisch, maar ik zal in goede vorm aan de start staan.”

Wat mis je meest?

“De competitie. Op pad zijn met de ploeg en mijn ploegmaten. Als wielrenner train je voor de wedstrijden. Dat is het grootste gemis.”

Mis je winnen?

“Ook. Dat hoort bij de competitie. Het enige wat fijn is, is dat ik echt niks moet. Dat ik geen druk heb. Al had ik liever wel druk gehad en had ik liever wel moeten koersen. Toch is het ook fijn om mentaal tot rust te komen. Of ik thuis leuker ben, moet je mijn vriendin vragen, maar ik denk wel dat ik aangenamer ben wanneer ik mezelf niet elke dag kapot hoef te trainen en niet elke dag de focus hoef te hebben op mijn doelen. Meer ontspannen.”

Toch, een wereld waar niets te winnen valt, lijkt me niets voor jou.

“Het is voor iedereen hetzelfde, want niemand kan winnen. De enige overwinning die we momenteel kunnen hebben, is als het weer zoals voor de coronacrisis wordt. Dat zou pas écht een overwinning zijn. Dan pas kan ik weer denken aan winnen in de koers.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden