PlusInterview

Mathieu van der Poel: ‘Ik moet diep gaan voor winst’

De beste Mathieu van der Poel hebben we deze winter nog niet gezien. Hij geeft zichzelf aan de vooravond van de WK veldrijden een 8. ‘Vorig jaar reed ik wel net iets makkelijker.’

Mathieu van der Poel eerder deze maand in de cross van Otegem.Beeld BELGA

In het Oost-Vlaamse Ruddervoorde, drie maanden geleden, ploegde Mathieu van der Poel voor het eerst met een rugnummer door de modder. Wat volgde, waren 23 overwinningen en een zeldzame nederlaag met een bijbehorende derde plek in Ronse. De eenmansstormloop van 25-jarige Van der Poel moet zondag op de WK veldrijden in Zwitserland eindigen met zijn derde regenboogtrui.

En toch, ondanks de suprematie op de fiets die de concurrentie welhaast verlamt, zegt Van der Poel dat hij de afgelopen maanden maar sporadisch zijn beste vorm heeft laten zien.

Op welk cijfer hij in het afgelopen seizoen zou uitkomen? “Een 8.”

Juist het soevereine gevoel dat zijn fiets en benen precies doen wat het hoofd wil, miste hij. Die alles verschroeiende versnelling was er amper. “Het is goed geweest, hoor. Maar vorig jaar reed ik nog wel net iets makkelijker rond. Het gat maken en houden is iets moeilijker geworden. Dat is nu bij mij ook redelijk op de limiet.”

Is de concurrentie, ondanks de lange afwezigheid van zijn eeuwige rivaal Wout van Aert, dit jaar dan sterker? Of ligt het aan Van der Poel zelf? “Ik heb het gevoel dat ik iets minder ben dan vorig jaar. Dat komt door specifieke trainingen, waar het accent al meer op het voorjaar ligt.”

Dus heeft Van der Poel zich bij het afgelopen trainingskamp in Spanje volledig toegelegd op de cross. “Meer sprints, kortere blokken. De eerste week ging dat vrij moeizaam en lastig. Maar het heeft geholpen, merkte ik de afgelopen twee crossen.”

Van Aert merkte eerder al op dat dit misschien wel het seizoen had kunnen zijn om Van der Poel naar de kroon te steken. Dat is geen Belgische bluf, denkt Van der Poel. “Als ik zie hoe goed Wout z’n zomer is geweest, denk ik dat ik aan hem een lastige klant had gehad deze winter.”

Maar na zijn lugubere crash in de Tour de France is Van Aert deze winter nooit in zijn beste vorm geweest. Toch ziet Van der Poel hem zondag als een van zijn voornaamste uitdagers. “Als ik zie wat Wout getraind heeft; eigenlijk heeft hij nog geen rust gepakt. Hij heeft nog geen moeite gedaan om écht top te zijn in het weekeinde en is vooral bezig geweest zijn achterstand weg te werken. Richting de WK heeft hij het weleens een weekje rustiger aan gedaan. Misschien gaat de trainingsarbeid nu pas renderen.”

Is het voor jou moeilijk om zonder tegenstand het beste uit jezelf te halen?

“Ik moet diep gaan om een cross te winnen, maar er is een verschil tussen jezelf kapot rij­-den en iets afwachtender rijden en daarna iets forceren. Ik heb soms tegenstand gehad, hoor, en ze zijn een paar keer best dichtbij gekomen. In Ronse werd ik geklopt. Maar een strijd zoals met Wout, dat tilt mij naar een hoger niveau. Dat is leuk. Niet alleen voor mij, ook voor de buitenwereld.”

Win jij de WK nu met twee vingers in je neus?

“Ik win al een paar jaar de meeste crossen, maar dat is nog geen garantie dat ik wereldkampioen ga worden. Dat heb ik zelf al ervaren. Ik ga er niet zomaar van uit dat ik hier automatisch de wereldtitel ga pakken.”

Bij de WK rijd je je laatste veldrit, daarna wacht het voorjaar. Word je nooit moe van elke keer weer opbouwen?

“Na de WK heb ik een week rust. Normaal gesproken ga ik skiën en misschien blijf ik wel in Zwitserland. Dan weer opbouwen, weer een trainingsstage om naar de eerste koers toe te werken. Het lastigste is dat ik altijd naar een doel toeleef en er daarna niet tussenuit kan.

Dat is nou al bijna vier jaar aan de gang. Dat is wel vermoeiend. Maar als het slecht ging, zou het moeilijker zijn.”

En daarnaast veel fans, televisiestudio’s en persconferenties. Ik herinner me dat je als 17-jarige al met Van Aert in de studio van Sporza zat na de WK. Ben je het bestaan als publiek figuur weleens zat?

“Het is onderdeel van onze sport. En zonder publiek zou wielrennen niet echt kunnen bestaan. Maar het zou soms wel makkelijk zijn als ik een minuut voor de start aan kon komen en een minuut na de finish naar huis kon gaan. In mijn dagelijks leven valt het mee, al probeer ik zo weinig mogelijk naar de supermarkt te gaan. Ik merk vooral dat het na mijn overwinning in de Amstel Gold Race van vorig jaar in Nederland wel is veranderd. Het hoort erbij, maar bij mij draait het toch om fietsen.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden