PlusInterview

Mathieu van der Poel bereidt zich voor op WK veldrijden: ‘Maar mijn rug zal altijd een zorg zijn’

Met een pijnlijke rug is Mathieu van der Poel begonnen aan een trainingskamp in Spanje. Toch denkt hij over ruim drie weken wereldkampioen veldrijden te kunnen worden. En zijn voorjaar op de weg komt ook niet in gevaar, zegt hij.

Daan Hakkenberg
Mathieu van der Poel en zijn belangrijkste rivaal Wout van Aert in de cross van Zonhoven, België. Beeld Cor Vos
Mathieu van der Poel en zijn belangrijkste rivaal Wout van Aert in de cross van Zonhoven, België.Beeld Cor Vos

Zijn rug, zijn rug, zijn rug. Nog meer dan de vragen erover is het de rug zelf die Mathieu van der Poel lastig vindt. “Want als het er niet zou zijn, zouden er ook geen vragen over worden gesteld.”

Na een eerste televisie-interview heeft Van der Poel zich nog maar eens uitgerekt. Met zijn vuisten duwend in zijn onderrug, ten overstaan van de verzamelde pers op het zonneterras van het hotel van zijn ploeg. “Dat ik me zorgen maak, is veel gezegd. Het is wel iets dat altijd in mijn achterhoofd zit. Ik had voor het crossseizoen al aangegeven dat het goed was, maar nog niet zoals voor de val.”

De val. Van der Poel (27) heeft een wielerleven vóór en een wielerleven ná zijn val in de olympische mountainbikewedstrijd van anderhalf jaar geleden. Het was de opmaat tot maandenlang aanmodderen en een winter met slechts één voltooide veldrit. Noodgedwongen liet hij de fiets weken aan de kant staan. En nu, een jaar later, speelt de rug hem opnieuw parten. Fietsen is op zich het probleem niet. Deze ochtend trainde hij nog een uur langer op de Spaanse wegen dan de rest van zijn ploeg. De test bergop – drie minuten maximaal – ging eveneens goed. “En voor de cross van Zonhoven had ik nog drie uur achter de brommer getraind, ook zonder al te veel last.”

Climax van de winter

Maar in de crossen van Koksijde (vorige week donderdag) en Zonhoven (zondag) kon Van der Poel niet aan zijn eigen maatstaven voldoen. Twee keer tweede, op ruime achterstand van rivaal Wout van Aert. Over zijn gevoel in die wedstrijden: “Als ik even in het wiel kan zitten of even kan herstellen, kan ik daarna weer een halve ronde doorrijden. Maar het is niet aangenaam. Ik zit niet lekker op de fiets. Het is frustrerend, want ik weet dat het niet met mijn conditie te maken heeft. Het is heel frustrerend dat ik weet dat ik sneller kan rijden, maar het niet kan laten zien omdat ik last heb van mijn rug.”

Pijnlijke rug of niet, op 5 februari staat Van der Poel aan de start op het WK in Hoogerheide. “Of ik het WK rijd, is sowieso geen vraag. Daar rijd ik. Het WK is natuurlijk iets belangrijks, maar verder heb ik buiten het plezier niet heel veel meer te zoeken in de cross.”

Het WK moet de climax worden van deze winter. Hét ultieme moddergevecht met Van Aert, met de regenboogtrui als inzet. “Wout heeft wel een streepje voor, maar dat kan wel weggewerkt worden. Ik hoop dat ik mijn voorbereiding goed kan doen en in de wedstrijd weinig last ondervind.”

Van der Poel weet dat hij al langer afhankelijk is van wat zijn rug toestaat. Toch zijn de problemen nu niet dezelfde als na de val in Tokio. “Buiten het fietsen heb ik weinig last. Dat had ik de vorige keer wel altijd. Rustig rijden is geen probleem en binnen een paar dagen kan ik de rug dan weer belasten op de weg. Dat is net iets anders dan in de cross. Voor de weg heb ik niet zoveel schrik, maar het moet wel verbeteren tijden het crossen.”

De exacte reden van zijn huidige rugproblemen blijft ook voor hem gissen. Ja, hij reed veel de afgelopen periode, maar dat deed hij voorgaande jaren ook. “Als ik vroeger dertig crossen per jaar reed, had ik misschien één keer last van mijn rug en dat kwam nog niet in buurt bij de last die ik de laatste twee crossen heb gehad. Maar dat was voor die val. Daar is toch iets misgegaan wat we toen niet echt konden zien.”

Vlaamse klassiekers en de Tour de France

Vandaar dat hij nu om de twee dagen in de fitnessruimte te vinden is. Minimaal een uur, krachttrainingen en stabiliteitsoefeningen. Hij laat zich kraken, maar liever niet meer dan eens per week. “De prioriteit ligt wel in de fitness. Dat is gewoon nodig. Ik kan fietsen wat ik wil, maar als ik last heb van mijn rug, heeft het geen nut om hier dertig uur te trainen. Dan kan ik beter vijftien uur trainen en zorgen dat mijn rug pijnvrij is.”

Zijn wegprogramma voor komend jaar komt niet in gevaar door de cross. Daar waakt Van der Poel voor. “Zeker, want dan zou ik niet crossen.” Na het WK in Hoogerheide rijdt hij Strade Bianche, Tirreno-Adriatico, Milaan-San Remo en de Vlaamse klassiekers. In de zomer richt hij zijn vizier op de Tour de France. “De weg is een andere inspanning. Ik hoop niet dat het daar mijn programma zal bepalen.”

Daarna zou hij graag nog twee wereldbekerwedstrijden op de mountainbike rijden, de discipline die hij misschien wel het meest liefheeft, maar die tegelijkertijd ook het meest belastend is voor zijn rug. “Ik heb wel aangegeven dat wanneer mijn rug zo blijft, het mountainbiken misschien niet doorgaat. Maar ik hoop nog altijd dat ik ook daarmee kan beginnen, omdat de Spelen van Parijs nog altijd in mijn achterhoofd zitten.”

Misschien wil Van der Poel wel meer dan zijn rug toestaat. Hij wikt, zijn rug beschikt. De afgelopen anderhalf jaar, vandaag de dag en in de jaren die komen gaan. De rug is zijn achilleshiel. “Daar houd ik rekening mee. Ik hoop wel dat het onder controle raakt, maar ik weet dat het altijd een zorg zal zijn.”

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden