PlusAnalyse

Matchfixing is een onderschat probleem in Nederland: ‘Het gaat echt niet goed’

Bij matchfixing, ernstige misstanden of doping is de sportwereld in rep en roer, zoals gisteren na het nieuws over basketbalclub Aris. Alleen wordt er onvoldoende gedaan om problemen te bestrijden.

Beeld uit de wedstrijd tussen Aris en Landstede in het seizoen 2018-2019. Er is twijfel of de uitslag van dit duel eerlijk tot stand is gekomen. Beeld Albert ten Hove
Beeld uit de wedstrijd tussen Aris en Landstede in het seizoen 2018-2019. Er is twijfel of de uitslag van dit duel eerlijk tot stand is gekomen.Beeld Albert ten Hove

Bij basketbalvereniging Aris Leeuwarden hadden ze bij wijze van spreken liever gehad dat de vermeende matchfixing onomstotelijk was vastgesteld, dan het huidige open einde. Het Instituut Sportrechtspraak (ISR), dat de kwestie onderzocht, zegt ‘een redelijk vermoeden’ te hebben dat vier toenmalige spelers zich in 2018/2019 schuldig hebben gemaakt aan het manipuleren van vier eredivisieduels. Maar het onderzoek staat op pauze, ‘vanwege een gebrek aan geld en bevoegdheden’.

“Als deze wolk lang boven de club blijft hangen, kan dat heel schadelijk voor ons zijn,” zegt manager Sierd Dijkman van Aris. “We gaan waarschijnlijk vrijdag met het ISR in gesprek om te horen wat de status van het onderzoek is. We hoorden pas deze week dat de boel on hold is gezet. Maar niet waarom en wat dat betekent.”

Het ISR ligt de afgelopen tijd onder een vergrootglas. De stichting is onder meer belast met het tuchtrechtelijke deel van het onderzoek naar misstanden in het turnen. Daar gaat lang niet alles goed. Diverse melders klaagden over de werkwijze en communicatie van het instituut. Het ISR gaf toe dat de zaak zijn capaciteit te boven ging.

Eigenaar van het probleem

Het nieuws van de NOS gisteren over mogelijke matchfixing in het basketbal volgde op het verhaal dat Nederlandse darters waren benaderd mee te werken aan manipulatie. De vraag die opdoemt: is de Nederlandse sport wel uitgerust om zaken als misbruik, matchfixing en doping grondig te onderzoeken en aan te pakken?

“Het gaat nu echt niet goed,” zegt hoogleraar sport en recht Marjan Olfers daarover. “Er zijn serieuze problemen van aard en omvang bij het ISR. Daar werkt nu ongeveer anderhalf man.” Olfers neemt het ISR niets kwalijk. Er is te weinig menskracht en er zijn te weinig financiële middelen. “Er is een capaciteits- en een kwaliteitsprobleem. Dus moet er in het ISR worden geïnvesteerd. Door de sport of de overheid. Sport is in Den Haag geen groot beleidsthema, maar ook daar wordt aan gewerkt. Alleen: alles wat nu gebeurt, komt te laat voor huidige zaken.”

Als het gaat om matchfixing, komt er nog iets bij, zegt Olfers. “Daar zit internationale criminaliteit achter. Dat kun je als sport niet zelf oplossen. De sport kan geen telefoons tappen, mensen volgen of vastzetten om te verhoren. Waar is het Openbaar Ministerie? Daar is ook te weinig goede wil om dit op te pakken. Niemand is eigenaar van het probleem matchfixing.”

Worsteling

Herman Ram, directeur van de Dopingautoriteit, heeft geen negatieve ervaringen met het ISR. “Wat zorgen baart, is dat de Nederlandse sport worstelt met problemen waar ze niet klaar voor is. Het ISR is begonnen als klein instituut, lange tijd droegen wij 90 procent van de zaken aan. De onderzoekstaak ligt in het geval van doping bij ons, zij doen het tuchtrechtelijke proces. In bijvoorbeeld de turnmisstanden ligt de onderzoekstaak echter ook bij het ISR. Het volume van die zaak is te groot, dat lijkt vanuit mijn positie het grote probleem.”

Ram ziet iets in een integriteitsunit voor de sport, die gezamenlijk en op een hoger niveau optrekt tegen doping, matchfixing en grensoverschrijdend gedrag. “Dat gebeurt bijvoorbeeld in Denemarken, Finland, Estland, Canada en Australië. Een stevige organisatie, op initiatief van de overheid. Dan ben je als sport niet afhankelijk van wat je toevallig overkomt.”

Olfers vindt zo’n unit niet het ei van Columbus. “Doping is geen matchfixing, matchfixing is geen ongewenst gedrag. Maak daar geen potpourri van. Breng eerst de problemen bij het ISR goed in kaart.”

Het ISR stelde gisteren dat de overheid en politie het voortouw moeten nemen bij matchfixing. NOC*NSF, dat gisteren bekendmaakte de voorlichting aan darters en basketballers te intensiveren, wijst in de zaak van Aris ook naar de politie. “Want het lijkt te gaan om een misdrijf,” zegt directeur Gerard Dielessen. “Als het gaat om doping en het tegengaan van seksuele intimidatie, hebben we dat stevig ingericht. Voor andere schendingen van integriteit moet daar meer op worden ingezet. Een unit is het overwegen waard. De vraag is alleen of je daarmee effectiever wordt.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden