Plus

Marlou van Rhijn: 'Ik hoef met niemand af te rekenen'

Terwijl de Olympische Spelen in volle gang zijn, traint Marlou van Rhijn (24) voor de Paralympische Spelen in september. Ze is topfavoriet voor de honderd en tweehonderd meter in de klasse met twee protheses. 'Mentaal ben ik sterk genoeg.'

Gijs Groenteman
'Mentaal ben ik sterk genoeg' Beeld Oof Verschuren
'Mentaal ben ik sterk genoeg'Beeld Oof Verschuren

Voordat je ging hardlopen heb je op hoog niveau gezwommen. Waarom ben je daarmee gestopt?
"Ik vond dat eigenlijk gewoon niet meer leuk. Rond mijn achttiende veranderde er een aantal dingen in het team. Nieuwe coach, nieuwe locatie, het moest allemaal meer gecentreerd - het was een manier die niet meer bij mij paste. Ik ben meer van: we trainen hard, maar daar omheen mag het best ontspannen zijn, en dat was helemaal weg."

Was het ongezellig?
"Ja, het was erg ongezellig. Kijk, de trainingen zijn nooit gezellig bij mij, want dat is gewoon hard werken. Maar daar omheen wil ik wel lol hebben met elkaar, maar ik verloor volledig het plezier. Ik was achttien, was al zes jaar echt fanatiek aan het sporten en dacht: nu wil ik gewoon eens student zijn. Gewoon, yolo."

En?
"Ik hou er wel van, maar op de een of ­andere manier was ik toch niet zo geschikt om elk weekend in de kroeg te staan en mijn dansje te doen. Ik drink bijvoorbeeld ook geen alcohol. Heb ik natuurlijk wel geprobeerd, maar het is gewoon niet aan mij besteed. Misschien ben ik daar toch te veel een sportmens voor."

Ben je een gigantische streber?
"Nou, misschien stiekem wel."

Niet eens stiekem.
"Nee, inderdaad, dat is wel duidelijk, ­hahaha. Maar: op de baan. Verder helemaal niet. Ik kan daarbuiten tamelijk laks zijn, dingen voor me uitschuiven enzo. Maar op de baan moet alles perfect."

Was dat in het zwembad ook al?
"Wel iets minder. Zwemmen, daar was ik een beetje ingerold. Ik wilde een sport gaan doen, bleek er goed in te zijn en toen ging het allemaal best wel vanzelf. Toen ik begon met atletiek wist ik wat het in zou houden: als je écht goed wil zijn, moet je er veel uren in steken. Als ik het zou blijven doen, zou ik het ­alleen doen om ongelofelijk goed te worden. De beste van iedereen."

"Dat kan ik nu makkelijk zeggen, maar het was wel zo. Dat was in oktober 2011. In oktober begint het winterseizoen en train je voor het komende wedstrijdseizoen in de zomer. Het werd mijn doel om de Paralympics in Londen te halen. Al heb ik dat toen tegen bijna niemand uitgesproken. In februari 2012 kreeg ik door dat het echt zou gaan lukken."

En dan word jij waanzinnig gefocust, precies en perfectionistisch?
"Op de baan ben ik dan een soort mix van ontspannen en arrogant. Zo van: oké, ik moet er hard voor werken, ik weet wat ik ervoor moet doen, maar ik weet ook dat ik het kan. Dat is een heel fijn gevoel, dat geeft onwijs veel zelfvertrouwen, het zorgt ervoor dat ik op een ontspannen, vrolijke manier heel hard kan werken."

Een belangrijk moment in je atletiekloopbaan was toen je de goede hardloopprotheses kreeg. Was dat in die tijd?
"Die had ik al eerder gekregen, want in 2011 had ik er al een seizoen opzitten. Maar ik deed het toen nog een beetje half-half, studeerde ook nog in Denemarken, trainde niet heel hard. In oktober ging de knop om."

Atletiek bleek ook simpelweg jouw sport te zijn.
"Atletiek is sneller en harder dan zwemmen. En de kleding is mooier, haha."

In welke staat van zijn moet jij jezelf brengen bij een race om de echte vechtlust op te wekken?
"Ik wil gewoon uit mezelf heel graag winnen. Het is echt iets raars, maar ik wíl gewoon winnen. Ik hoef me niet kwaad te maken, ik hoef met niemand af te rekenen, ik loop mijn beste races als ik ongelofelijk blij ben en er simpelweg veel zin in heb."

Op de baan ben ik een streber, maar daarbuiten kan ik tamelijk laks zijn Beeld Oof Verschuren
Op de baan ben ik een streber, maar daarbuiten kan ik tamelijk laks zijnBeeld Oof Verschuren

Geldt dat voor andere hardlopers ook?
"Nee, ik merk bijvoorbeeld dat ik in de call room, de ruimte waarin je zit vlak voordat je de baan opgaat, altijd het meest ontspannen ben. Ik deed mee aan Maestro dit jaar, het tv-programma waarin je moet leren ­dirigeren. Er was daar een dirigentenkamer, vergelijkbaar met de call room. Al was ik de hele week nerveus geweest voor de uitzending, op het moment dat ik dáár kwam, wist ik: nu gaat het beginnen. Mijn geest wordt blijkbaar heel rustig vlak voordat de strijd gaat losbarsten."

Is dat een familie-eigenschap?
"Nee, ik ben daar echt alleen in, al spelen we veel spelletjes hoor. Ik heb vooral een heel leuke familie met veel humor en lol. De harde kern van ons gezin bestaat uit vijf: mijn vader en moeder, mijn zus, mijn pleegbroertje en ik. Het is een liefdevolle familie, mijn ouders waren de enige twee vrijwilligers bij het vluchtelingencentrum in Purmerend, dat typeert ze wel een beetje. En dat benaderen ze vervolgens met heel veel plezier. Het hoeft bij ons niet gek of moeilijk te zijn, maar we zijn hecht, altijd al geweest, we weten dat we altijd elkaar hebben."

Komt dat door je ouders?
"Zij hebben alles voor ons over. En dan krijg je dat gevoel andersom ook. Dus voor hen, mijn zus of mijn broertje heb ik óók alles over. Alles doen we samen. Als een van ons een project heeft, staan wij erachter. Bij mij is het sport, maar mijn zus wilde een tijdje terug haar eigen bedrijf beginnen als koekjesbakker. Dan staan we dus met zijn allen koekjes te bakken."

Hoe merkte je dat jij deep down een topsporter bent?
"Dat duurde een tijdje. Toen ik klein was had ik wel gymles, maar later, in mijn tienerjaren, kon ik eigenlijk nooit meedoen met gym. Het werd altijd erg lastig gevonden, de creativiteit die ik van mijn familie gewend ben, viel nogal tegen op school. Ik wist eigenlijk helemaal niet dat ik sportief was."

'Ik heb vooral een heel leuke familie met veel humor en lol' Beeld -
'Ik heb vooral een heel leuke familie met veel humor en lol'Beeld -

"Pas toen ik op een andere school zwemlessen kreeg, bleek ik dat heel leuk te vinden en merkte ik dat ik heel erg competitief ben. Er was een jongen die ongeveer net zo snel was als ik en daar had ik altijd stiekem competitie mee. Toen was ik al twaalf. Terwijl mijn moeder me altijd overal in heeft gestimuleerd hoor, ik heb vroeger nog op balletles gezeten, al die gekke dingen gedaan."

En toen stond je uiteindelijk op de Paralympics in Londen.
"Het was echt heel erg gaaf. Het is met helemaal niets te vergelijken en ik kon me er van tevoren totaal geen voorstelling van maken. Ik had wel grote toernooien gezwommen, maar met atletiek had ik alleen nog maar een EK gedaan in Stadskanaal. Dat was leuk, maar toch anders. In Londen zaten 's ochtends en 's avonds 80.000 mensen in het stadion."

Was je overdonderd?
"Nogal. De tweehonderd meter was mijn belangrijkste afstand, maar de honderd meter liep ik eerst. Toen ik besefte dat ik in de olympische finale stond, was ik er zo van aan het genieten, dat ik me niet echt kon focussen. Ik bleef gewoon te lang in het blok zitten, ik was vooral bezig met: wow. Ik zie iedereen bij me weggaan en denk: shit, ik moet ook! En toen ging ik."

"Ik had 'm nog kunnen winnen, echt waar. Ik startte als achtste en ik heb zo'n volle gang ingezet dat ik uiteindelijk nog tweede werd. Daardoor was het wel echt een heel mooie medaille. Toen wist ik wel dat ik daarna nooit meer een honderd meter wilde verliezen. Bij de tweehonderd meter voelde ik me zo goed dat ik dacht: dit ga ik effe doen. Dat lukte."

Inmiddels zijn we vier jaar verder en lijk je weer in topvorm te zijn. Wat voor coach heb jij nodig?
"Een coach die zich niet te veel bezighoudt met mij als persoon, maar gewoon met wat ik moet doen op de baan. Hoe ik technisch beter kan worden, explosiever kan zijn. Hij moet mij precies kunnen uitleggen wat we aan het doen zijn. Na de training - heeft hij me geleerd - moeten er twee dingen zijn waarvan ik denk: dát heb ik geleerd vandaag. Dat helpt me gemotiveerd te blijven, maar ook beter te worden."

Hij hoeft niet allerlei geestelijke spelletjes met je te spelen?
"Alsjeblieft niet nee, dat vind ik eigenlijk heel vervelend. Ik houd heel erg van de sport, maar op de baan is het gewoon werk. En ik wil mijn werk het beste doen van wie dan ook. Dan heb ik helemaal geen zin in dat iemand zich bezig gaat houden met mijn gevoelens. Mentaal ben ik sterk genoeg. Praktische trainingen, techniek, dáár heb ik iemand voor nodig."

Je bent ook een gewilde sporter voor sponsors. Hoe kies je die uit?
"Ik word gesponsord door vier merken die heel groot zijn in de sport. Ik heb ook aanbiedingen gehad van merken die meer op handicap zaten, maar dat wil ik niet meer. Ik wil dat alle sponsors en iedereen die met me werkt dat doen omdat ze mij een topatleet vinden, niet omdat ze een verhaal willen vertellen, of maatschappelijk bewust bezig willen zijn."

"Toen ik een klein meisje was, was ik ook niet fan van een gehandicapte atleet. Ik was fan van Inge de Bruijn, omdat ik haar een coole zwemster vond. Nu wil ik dat een klein Marloutje, dat nu ergens opgroeit, denkt: als ik atletiek ga doen en heel hard ga werken, word ik zó groot dat Nike ook bij mij aanklopt, dat ik ook bij Humberto Tan aan tafel mag zitten."

"Zonder dat ze dan hoeft te gaan vertellen hoe zwaar het allemaal was, en hoe groot het drama. Want heel veel kinderen die een handicap hebben, hebben geen drama. Dat vergeten we weleens. Natuurlijk zijn er genoeg kinderen die het wél hebben, maar die willen het er misschien ook niet over hebben."

Je wil praten over je prestaties, niet over gehandicapt-zijn?
"Ik vind het heel erg onbeschoft als ­iemand daarnaar vraagt. Ik denk altijd: we kunnen ons allemaal wel indenken dat het niet leuk is als je als kind in een ziekenhuis hebt gelegen in plaats van dat je op school aan het spelen was met vriendjes. Hoe haal je het dan in je hoofd om een topatleet - ­iemand die heel hard werkt en succesvol is in wat ze doet - er continu aan te herinneren: 'Maar je hebt wel iets ergs meegemaakt, hoe wás dat dan?' Zo ben ik dus niet opgevoed."

"Bij mij was het altijd: 'Dit is gebeurd, het was naar, maar we gaan weer door.' En ik heb gewoon een heel erg leuk leven. Om dan continu terug te gaan naar dat moment, een moment dat niks te maken heeft met de sport, anders dan dat ik op blades ren in plaats van mijn eigen benen, vind ik behoorlijk onbeschoft."

"Als andere gehandicapte sporters het er wél over willen hebben - prima. Maar in de jaren na Londen merkte ik dat er niet altijd zo veel begrip was als ik het er níet over wil hebben. Want dan was ik verbitterd, of 'dan zat er toch wel pijn'. En ik kreeg mensen maar niet aan hun verstand dat dat níet zo was."

Je handicap is voor jou geen bepalende factor in je leven geweest?
"Totaal niet. En pas na Londen merkte ik eigenlijk dat ik wel degelijk als anders word gezien. Omdat mensen er maar naar bléven vragen. Dus toen ik won als paralympisch atleet, mijn meest succesvolle actie ooit, moest ik ineens begrijpen dat ik toch wel anders was dan anderen, moest ik daar überhaupt een mening over hebben."

Je werd ineens een slachtoffer.
"Ja. Of ze vonden het allemaal heel knap van me, éxtra knap. Dat snapte ik ook niet. Toen heb ik bedacht: 'Oké, ik kan hier nu niks meer aan doen, ik heb twee medailles gewonnen en dit zijn de vragen die me gesteld zijn. Maar wat ik wél kan doen is zorgen dat journalisten die ernaar vragen zich er zó ongemakkelijk bij voelen, dat ze het vervolgens nooit meer doen bij een ander. Ik ben atleet, ik moet heel veel trainen, ik heb wel wat beters te doen dan aan journalisten uitleggen dat ik wél een gelukkige jeugd heb gehad."

Er zijn paralympische sporters die ook aan wedstrijden van niet gehandicapte sporters mee willen doen.
"Ik vind dat niet helemaal fair. Gewoon, omdat het niet hetzelfde is. Ik word een beetje moe van die discussie. Waarom, denk ik dan. Waarom zou je zo graag mee willen doen? Ik snap dat je meer competitie wilt, ik snap ook nog dat het frustrerend is dat je veel minder aandacht krijgt dan iemand op de Olympische Spelen die veel minder ver springt."

"Ik snap de beweegredenen wel, alleen vind ik het irritant omdat het niet hetzelfde is. En als je er een discussie over aangaat, valt die altijd slecht uit voor de paralympische sporter. Waarom zou je dan niet gewoon beter je best doen om de naams­bekendheid van de Paralympische Spelen omhoog te krijgen? Of te zorgen dat de competitie groter wordt?"

null Beeld  Oof Verschuren
Beeld Oof Verschuren
'Maak je eigen event groter en beter, zorg dáár dan voor' Beeld  Oof Verschuren
'Maak je eigen event groter en beter, zorg dáár dan voor'Beeld Oof Verschuren

"Waarom willen we altijd maar naar de Olympische Spelen - omdat die groter en beter zijn? Want dát geef je daar eigenlijk mee aan. Ik zou zeggen: maak je eigen event dan groter en beter, zorg dáár dan voor. Klop aan bij Nike en zeg: 'Maak een commercial met mij en zorg dat mensen naar de Paralympische Spelen komen.'"

"Als je een kogelstoter bent, maar minder aandacht krijgt dan de sprinters, ga je toch ook niet eisen dat je mee mag sprinten? Wat ik wel ­geweldig vond, was de EK in Amsterdam, toen de evenementen voor gehandicapte en niet-gehandicapte atleten door elkaar liepen. Daar had je een stadion vol mensen die van atletiek houden en ons allemaal aan het werk konden zien."

Is je doel voor de Paralympische Spelen om goud op de honderd en tweehonderd meter te halen?
"Ja, en het liefst ook snel. Een record. Dat is misschien ook wel nodig om te winnen, dus dat maakt het wel spannend."

En daarna?
"Ik heb een aantal doelen gesteld, tijden die ik wil halen, waarvan ik niet weet of dat dit jaar lukt. Als dat wel zo is, weet ik niet wat ik de komende vier jaar moet gaan doen, haha. Maar als ik ze niet haal, blijf ik waarschijnlijk gewoon werken totdat ik ze binnen heb. Welke tijden zeg ik niet. Mijn enige bijgeloof is dat ik geen streeftijden noem."

Ben je eigenlijk wel eens mismoedig of ongelukkig?
"Nou, ik heb waar van die Gooise types last van moeten hebben: dat je het zó goed hebt dat je er weleens bang van wordt. Mijn familie is bijvoorbeeld zo verschrikkelijk belangrijk voor me, ik kan me er wel zorgen over maken of het goed met ze blijft gaan. Dat gevoel kan me overvallen. Nu is het fantastisch, maar soms heb ik een soort melancholie over de toekomst."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden