Eind 1986 wordt Marco van Basten voor het eerst aan zijn enkel geopereerd.

Plus Voorpublicatie

Marco van Basten over zijn blessure: ‘Ik kroop ‘s nachts naar de wc’

Eind 1986 wordt Marco van Basten voor het eerst aan zijn enkel geopereerd. Beeld Bart Molendijk/Anefo

Een enkelblessure zette in 1995 een streep door de voetbalcarrière van Marco van Basten. In zijn biografie, opgetekend door oud-Parool-redacteur Edwin Schoon, doet hij zijn verhaal. Een voorpublicatie.

Het is donker. Ik kruip over de tegels. Op mijn handen en knieën. Ik moet pissen. Als een rund. Maar zodra ik te snel wil, drukt mijn volle blaas tegen mijn bovenbeen, en is het bijna niet te houden. De overloop onderzeiken is het laatste wat ik wil. Ik moet geduld hebben, want het is toch zeker twee minuten naar de badkamer. Dat weet ik inmiddels. Om mijn aandacht af te leiden van de pijn tel ik altijd de hele route. Fluisterend. Nooit kom ik bij de wc voor ik bij honderdtwintig ben. De drempels zijn het lastigst, want daar moet mijn enkel zonder botsen overheen. Bij het kleinste tikje moet ik al op mijn lip bijten om een schreeuw te voorkomen.

Midden in de nacht zijn de pijnstillers zo goed als uitgewerkt, maar ik wil niemand wakker maken. Ze mogen me niet horen, want zo wil ik niet gezien worden. Ook niet door mijn geliefden. Of beter, juist niet door hen. Dat is de laatste twee maanden gelukkig steeds goed gegaan, al denk ik dat Liesbeth soms doet alsof ze slaapt, om mij de gêne te besparen.

Het is niet uit te leggen. Zelfs onder de pijnstillers komen de pijnscheuten er gewoon doorheen. Ik kan nergens anders meer aan denken. Sinds twee weken heb ik ook last van mijn maag, doordat ik te veel van die pillen heb genomen. Bij elke stap verga ik van de pijn, al sinds dat idiote apparaat van mijn enkel af ging, acht maanden terug. Het zou in ieder geval niet erger worden, had die arts beloofd. Ik was een profvoetballer die niet meer kon voetballen en nu ben ik een gewone man die niet meer kan lopen. Ik loop mank. Ik ben gewoon gehandicapt.

Les in nederigheid

Het lijkt op van die rotspunten in grotten. Stalactieten en stalagmieten. Botpunten die van ­onder en van boven in mijn been priemen, zonder bescherming, zonder kraakbeen. Zodra ik op mijn voet leun, prikken die punten diep in mijn vlees. Erop staan is helemaal hel. Zelfs met pijnstillers.

De 17-jarige Marco van Basten bij Ajax.

Kruipend naar de wc is ’s nachts dus de enige optie. Als ik aankom bij de drempel van de badkamer zet ik eerst mijn linkerknie in de bad­kamer, en draai om mijn as, met mijn hele lijf. Dan pas til ik mijn rechterbeen zorgvuldig over de drempel. Zo gaat het meestal goed, maar nu glij ik weg over een verdwaalde handdoek en tikt mijn rechtervoet de deurpost aan. De pijn gaat door merg en been. Ik wil niet schreeuwen, dus ik kreun. Het zweet breekt me meteen uit.

Ik laat me op mijn linkerzij zakken, om even te gaan liggen. Even wachten tot het ergste voorbij is. Ik haal diep adem en probeer heel langzaam uit te blazen. Nog eens. En nog eens. Ik probeer mijn gedachten af te leiden van de pijnscheuten in mijn enkel. Soms helpt het als ik aan God denk. Ik ben ook boos op hem. Razend. Waar gaat dit allemaal over? Waarom moet ik door deze shit heen? Is het een les in nederigheid? Was ik te arrogant geworden?

Door de pijn was ik mijn volle blaas even vergeten. Ik moet nu snel zijn, anders gaat het alsnog mis. Lekker als je kinderen ’s ochtends hun tandjes komen poetsen. Die hebben toch al een klotetijd met zo’n chagrijnige vader die de hele dag op de bank hangt.

Marco van Basten en Johan Cruijff in 1988. Beeld VI

Ik duw mezelf overeind, leg de laatste anderhalve meter af op handen en knieën en weet mezelf op de wc te hijsen. Mijn blaas legen lucht op. Ik trek niet door, wil niemand wakker maken, en begin aan de terugtocht richting mijn bed.

Manke spits

Ik ben ook boos op mezelf. Je gelooft zo’n arts op zijn woord als hij zegt dat het in elk geval niet erger kan worden. Baat het niet, dan schaadt het niet. Nou, het schaadt wel. Het schaadt verdomme al acht maanden. En de vraag is voor hoelang nog? Milan nodigt me steeds uit om bij wedstrijden te komen kijken, maar ik verdom het om daar met krukken te verschijnen. Een manke spits. Ik verstop me liever in mijn eigen huis. Als een gewond dier. Laat mij maar in het donker zitten.

Overal ben ik geweest: artsen, fysio’s, acu­punc­turisten en magnetiseurs, noem maar op. Maar niemand kon die pijn verlichten. Iedereen wilde me helpen. Iedereen was van goede wil. Op twee chirurgen na, die zichzelf net iets te belangrijk vonden. Voor God wilden spelen.

Maar het maakt allemaal geen zak meer uit. Het heeft allemaal geen ene moer geholpen. Het is veel slechter dan het ooit was. Twee jaar terug was ik nog profvoetballer. Sterker nog, de beste van de wereld. En nu kruip ik over de tegels terwijl ik verga van de pijn en mijn maag kapotgaat door de medicijnen.

Ik ben er bijna. Terug bij mijn bed. Als ik mezelf erin gehesen heb, hoop ik nog wat te kunnen slapen. Als ik mazzel heb. Het kan ook nog even duren, want meestal lig ik lang wakker. En wat dan nog. Ik hoef morgen toch niks, behalve de hele dag op de bank hangen. Met een verrotte enkel.

Van Basten verlaat het Prinsengracht­ziekenhuis na een tweede enkeloperatie, in 1987. Beeld Bart Molendijk/Anefo

Ajax, Oranje en AC Milan

Marco van Basten, driemaal verkozen tot Europees voetballer van het jaar en eenmaal tot Wereldvoetballer van het jaar, is een van de beste spitsen uit de voetbalgeschiedenis. Hij werd geroemd om zijn balvastheid, techniek en tactische klasse.

Van Basten maakte ­tijdens zijn actieve ­carrière furore bij Ajax en AC Milan. In Amsterdamse dienst won de spits onder meer drie landstitels en de ­Europacup II. Bij AC Milan won hij onder meer twee keer de Europa­cup I (nu de Champions League), twee wereldbekers en twee keer de Uefa Super Cup.

In 1988 werd Van Basten met het Nederlands elftal Europees kampioen in West-Duitsland. De treffer die Van Basten maakte in de finale tegen de Sovjet-Unie wordt door voetbalfans nog steeds gezien als een van de meest memorabele doelpunten ooit.

Op 17 augustus 1995 nam Van Basten op 30-jarige leeftijd vroegtijdig afscheid van het profvoetbal wegens een ernstige enkelblessure. Op dat moment was hij al ruim twee jaar niet meer aan spelen toegekomen, sinds zijn laatste duel tegen Olympique Marseille in de finale om de Champions League.

‘Niemand wordt gespaard’

Maandag 2 december organiseren Het Parool en Lebowski Publishers een feestelijke avond (uitverkocht) rondom de verschijning van Basta, de geautoriseerde Van Basten- ­biografie geschreven door Edwin Schoon. Van Basten doet onder meer een boekje open over de financiële ellende bij Ajax, zijn relatie met Johan Cruijff, zijn jeugdjaren en die ellendige enkel.

Van Basten: “Ik voel dat dit een goed moment is om mijn verhaal te vertellen. Mijn waarheid. Het verhaal dat ik nog nooit verteld heb. Ik zal ook niemand sparen. Mezelf zeker niet. De tijd is rijp.”

Edwin Schoon: Basta. Lebowski Publishers. €21,99, 352 blz.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden