PlusInterview

Marciano Vink: ‘Achteraf lullen is makkelijk, analyseer ook vóór een wedstrijd’

Marciano Vink (50) bleef na het vroegtijdige einde van zijn voetballoopbaan bijna twintig jaar onder de radar. Hij keerde in augustus 2020 terug in ‘het wereldje’ als analist van ESPN. Vink neemt zijn werk serieus. ‘Ik bereid me tot in de puntjes voor.’

Dick Sintenie
Marciano Vink, hier als analist voor ESPN actief tijdens de wedstrijd om de Johan Cruijffschaal, begin augustus.  Beeld Pro Shots / Stanley Gontha
Marciano Vink, hier als analist voor ESPN actief tijdens de wedstrijd om de Johan Cruijffschaal, begin augustus.Beeld Pro Shots / Stanley Gontha

Het begon allemaal met een appgroep genaamd ‘De wasserette’, naar het café in De Pijp waar de voetballers in het verleden geregeld een bakkie koffie haalden: Ronald en Frank de Boer, Michel Kreek, Richard Witschge, Orlando Trustfull en Marciano Vink. Heerlijk digitaal ouwehoeren met elkaar, vooral over voetbal, en niet om de hete brij heen draaien. Vink: “Totdat steeds meer jongens trainer werden en gebonden waren aan een club. Het werd steeds stiller op de app, minder uitgesproken. Alleen Ronald de Boer en ik gooiden nog alles in de groep. Ik zei: we kunnen beter met z’n tweeën appen. Toen ben ik er ook uitgestapt.”

Zeggen wat je denkt, je mening geven. Vink heeft er geen enkele moeite mee. Nooit gehad ook. Op een verjaardag, in een relatie, in de kleedkamer, op tv. Dus toen ESPN bij hem aanklopte om een keer als gast aan te schuiven in een van de voetbalpraatprogramma’s, voelde de oud-Ajacied zich volkomen op zijn gemak. De samenwerking beviel van beide kanten. Een jaar geleden leidde dat tot een vaste aanstelling als analist.

Waar had Vink al die tijd gezeten? Hij grinnikt. Overal en nergens. In de bloei van zijn carrière was hij langzaam uit beeld geraakt door een zware knieblessure. Op zijn dertigste moest hij er noodgedwongen een punt achter zetten. Daarna meed hij de stadions. “Ik wilde niet steeds uitleggen wat er met me was gebeurd, hoe het met me ging.”

Kortstondig avontuur

Het kwam door een ongelukkige botsing met Luis Figo van Barcelona. Vink, toen speler van PSV, zette tegelijk met Figo een sliding in, maar dat liep slecht af. De operatie aan zijn kruisband werd niet goed uitgevoerd en na drie jaar kwakkelen, weinig spelen en veel revalideren besloot Vink dat het genoeg was. “Ik voetbalde op dat moment voor Ajax Cape Town, een fantastisch jaar dat ik nooit had willen missen, maar in Kaapstad kwam het besef dat het echt over was. Ik herstelde steeds moeilijker na wedstrijden. Ik was pas dertig.”

Vink speelde vanaf 1988 meer dan honderd officiële wedstrijden voor Ajax. Hij werd kampioen met de club, won de KNVB-beker en de Uefa Cup in 1992. Na een kortstondig avontuur bij Genoa streek de gracieuze middenvelder in 1994 neer bij PSV. Achter zijn naam prijken twee interlands.

Het knaagt nu niet meer, dat vroege en onvrijwillige afscheid, maar zeker in die eerste jaren vond hij het moeilijk zijn generatiegenoten, goeie vrienden soms, te zien doorgroeien. “Zij werden beter, maakten mooie stappen, tekenden goede contracten, zeker na het Bosmanarrest. En bij mij was in de kracht van mijn leven het kaarsje langzaam gedoofd. Het heeft even geduurd voordat dat was ingedaald. Ik heb vier jaar gepierewaaid. Veel uitgegaan, mijn zinnen verzet. Toen ik een jaar of 35 was – de leeftijd waarop je als voetballer ook zo’n beetje afzwaait – en ik inmiddels ook niet meer het lichaam van een topsporter had, is in mijn hoofd een knop om gegaan. Ik was ex-profvoetballer en ik had er vrede mee.”

Tienduizend handen

Er kwam een andere professie voor in de plaats: Vink legde zich toe op pokeren. Een schimmige wereld? Hij schudt van nee. Het is maar net hoe schimmig je het wilt maken, zegt hij. “Als je op vreemde locaties gaat spelen, zonder beveiliging en er ligt veel geld op tafel, dan kan het heel schimmig worden. Maar ik speelde in casino’s, ook in het buitenland, op toernooien met een vaste inleg.”

Hij zat aan tafel met tegenstanders van allerlei pluimage: omaatjes, dokters, schoonmakers en studenten. Vink was goed, maar was gaandeweg niet meer opgewassen tegen de jonge garde. “Het is een sport, hè, het is geen gokspel. Het is voor 80 procent kunde. Studenten speelden online wel een miljoen handen per jaar. Ik kwam live aan tienduizend handen. Dat verschil maakte ik na verloop van tijd niet meer goed.”

Vink sloeg een zakelijk-creatieve richting op. Hij bedacht tv-formats en werkte die uit voor onder meer Endemol. “Ontzettend leuk om te doen, maar de afhankelijkheid vond ik moeilijk. Ik was gewend aan het voetbal: binnen een dag, als het moet binnen een uur, heb je een deal. In de tv-wereld zijn zoveel partijen die meepraten en meebeslissen: productie, raad van bestuur, zendgemachtigden, sponsors. Als er één afhaakt, gaat het format waaraan je máánden hebt gewerkt, zo hup, de prullenbak in.”

1996: Ajaxtrainer Louis van Gaal kijkt toe terwijl zijn spelers trainen op het modderige veld van de voetbalclub in het dorp Chablis. Van links naar rechts: Marciano Vink, Frank de Boer, Sonny Silooy en Stanley Menzo.  Beeld Hollandse Hoogte /  ANP
1996: Ajaxtrainer Louis van Gaal kijkt toe terwijl zijn spelers trainen op het modderige veld van de voetbalclub in het dorp Chablis. Van links naar rechts: Marciano Vink, Frank de Boer, Sonny Silooy en Stanley Menzo.Beeld Hollandse Hoogte / ANP

Geen blad voor de mond

In zijn huidige werk heeft Vink de touwtjes zelf in handen. “Ik ben vrij in wat ik wil vertellen over een wedstrijd, over een team of een speler. Ik heb één wijze les van mijn vader ter harte genomen: achteraf lullen is makkelijk, analyseer ook vóór een wedstrijd. Daarom bereid ik me tot in de puntjes voor. Deze week werk ik op locatie bij Vitesse-Anderlecht en Ajax-Vitesse. Ik heb de vorige wedstrijd van Vitesse in Brussel drie keer teruggekeken, zodat ik onderdelen van het spel die ik eruit wil lichten, kan ondersteunen met beelden.”

Vink krijgt complimenten over zijn duidelijke uitleg en zijn eerlijkheid. “Ik brand niemand af. Ik ga niet zeggen: die of die speler kan er geen hout van. Maar ik neem geen blad voor de mond. Ik benoem wat er fout of goed gaat. En ik geef opties hoe dingen beter zouden kunnen. Daarbij probeer ik het zo eenvoudig mogelijk uit te leggen, zodat iemand die zelf niet heeft gevoetbald, het ook begrijpt.”

Het spel is de afgelopen twintig jaar enorm veranderd. De fysieke component is veel belangrijker geworden. “Het gaat zó snel,” zegt Vink. “Er is geen tijd meer, en nauwelijks ruimte op het veld.” Verdedigers in de Premier League noemt hij ‘machines’. “Als je als aanvaller iets wilt klaarmaken, moet je zelf ook optimaal getraind zijn. Cristiano Ronaldo heeft op zijn 37ste het lichaam van een 22-jarige.”

Onbespied

De doorsneevoetballer van nu zou in zijn tijd met de top mee kunnen, stelt Vink. “Wij trainden ’s ochtends en dan gingen we naar huis. Ter voorbereiding op een wedstrijd aten we een broodje met kip met currysaus. Heerlijk hoor, maar geen sportmaaltijd. En op maandagavond kwam de hele eredivisie stappen in Amsterdam.”

“Dat is nu ondenkbaar. Topvoetballers kruipen bij elkaar op plekken waar ze zich onbespied weten. Ze vieren vakantie op een luxe boot en laten via sociale media zien dat het ze goed gaat. Dat is hun wereld, hun leven, zeker voor een jaar of twaalf: hard trainen, pijn lijden, jezelf afschermen van de buitenwereld, zoveel mogelijk prijzen winnen en financieel álles eruit halen wat erin zit.”

Zijn eigen carrière werd te vroeg gesmoord. Vink laat nu op televisie de stem horen die hij als voetballer niet heeft kunnen laten gelden. “In de fase waarin ik volwassen werd als sporter en als mens, tussen mijn 25ste en 35ste, een leeftijd waarop je een stempel kunt drukken op een elftal, stond ik niet op het veld. Ik maakte geen onderdeel uit van de groep, ik zat in kleedkamer 2 en op de tribune.”

Gevestigde namen

De afstand die hij nadien van de sport heeft genomen, is nu zijn kracht als analist. Vink is onafhankelijk, heeft nooit dat stemmetje in zijn achterhoofd dat fluistert: moet ik dit wel zeggen? Ook over zijn oude clubs Ajax en PSV praat hij niet met meel in zijn mond.

Over Ajax is Vink duidelijk: de verrassing in het spel is dit seizoen weg. Er moet snel iets gebeuren om dat te veranderen. Misschien is er te veel vertrouwen in de gevestigde namen, denkt hij. “De drive is eruit.”

De rechterkant voldoet niet, zegt Vink. “Noussair Mazraoui, Edson Álvarez en Steven Berghuis vullen elkaar nu niet aan. Berghuis is een begenadigde buitenspeler met een geweldig linkerbeen. Die moet je de ruimte geven om naar binnen te komen, om één tegen één acties te kunnen maken. Nu staan Mazraoui en Álvarez vaak aan die binnenkant. Berghuis staat op een eiland. Hij kan geen kant op. Ja, een tikkie terug geven.”

Tak, tak, tak

“Vrijwel alles gaat over links. Iedereen zoekt Tadic, maar met Daley Blind als linksback is er geen ‘overlap’. Wat ik daarmee bedoel: zij halen allebei de achterlijn niet. Dat is te statisch. Steeds even dat balletje onder de voet vasthouden. Ik mis de urgentie. Je staat er niet voor jezelf. Dat moet de ploeg zich wel snel realiseren.”

“Op het middenveld van Ajax is een mentale verandering noodzakelijk. Als FC Twente de boel vastzet, dan heb je een oplossing nodig, zoals vorig seizoen tegen Lille, dat hetzelfde probeerde als Twente. Toen speelde Blind als middenvelder. Tak, tak, tak. Ajax voetbalde er zo doorheen. Ajax heeft dus soms andere poppetjes nodig, meer snelheid, zoals PSV en Feyenoord dat in hun spel leggen. Kijk terug naar de afgelopen jaren, waarin Hakim Ziyech de bal ineens achter de verdediging liet vallen, waarin Donny van de Beek met korte combinaties het doel zocht, waarin werd aangevallen over twee flanken. Die variatie moet snel terugkomen.”

Vink lacht: “Tot zover mijn analyse. Zondag meer.”

Luister onze Ajaxpodcast Branie:

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden