Louis van Gaal tegen ‘vrienden van de pers’: ‘Wie zou deze job anders moeten doen?’

Voor het eerst sinds 2016 is Louis van Gaal terug als trainer en coach. Zijn presentatie als baas van Oranje toonde dat hij geen spat is veranderd. Van direct en confronterend naar zelfkritisch en ambitieus. ‘Mijn doel is wereldkampioen worden.’

Maarten Wijffels
null Beeld Pro Shots / Stanley Gontha
Beeld Pro Shots / Stanley Gontha

“Als ik de KNVB was, zou ik ook bij mij zijn uitgekomen.” Als er één zin blijft hangen na de eerste dag van het tijdperk-Louis III, dan is het deze. In Zeist sprak een uur lang de man die zelf ook vindt dat hij de aangewezen man is om Oranje over onherbergzaam terrein naar het WK in Qatar te leiden. Zelfingenomen, zullen criticasters zeggen.

Maar een tweede opmerkelijke zin laat ook een andere kant zien: “Het is in alle eerlijkheid ook een grote gok. Het is niet des Van Gaals dat ik het doe.” Hachelijk noemde hij zijn aanstelling zelfs, want hij is ‘een procestrainer’. “De eerste drie maanden gaan nooit zo geweldig, spelers moeten wennen aan het regime-Van Gaal. En nu is er geen tijd. In september spelen we meteen drie cruciale wedstrijden in de WK-kwalificatie, met steeds maar anderhalve dag voorbereidingstijd.”

Zoom en FaceTime

Om geen tijd te verliezen vertelde Van Gaal hoe hij een paar weken geleden al is begonnen aan de klus. Vanuit zijn huis in Portugal voerde hij de eerste gesprekken met spelers. “In coronatijd is vergaderen via Zoom en FaceTime ingeburgerd. Dat heb ik met verve gedaan.” Met een uitdagend lachje: “Ik denk dat er geen bondscoach is geweest die al eens een uur lang met één speler heeft gepraat.” Kopstukken als Virgil van Dijk, Memphis Depay, Georginio Wijnaldum en Daley Blind schoven overal in Europa achter hun laptop. De eerste de vraag die Van Gaal ze stelde: “Zie je het wel zitten als ik weer bondscoach word?”

Van Gaal: “Ik las ook de verhalen een jaar geleden. Spelers zouden toen tegen de KNVB hebben gezegd dat ze mij niet wilden – en ik ga natuurlijk niet trekken aan een dood paard.” De spelers zeiden hem echter dat daar niets van waar was. “In alle eerlijkheid: ze zijn zonder uitzondering heel enthousiast. Drie van hen zeiden in het gesprek: we hebben behoefte aan duidelijkheid.”

In de ogen van Van Gaal is er echt wel een goed Nederlands elftal te maken uit het huidige spelersaanbod. Een ‘echt team’, waarmee hij wat hem betreft inzet op het hoogste: “Mijn persoonlijke ambitie is wereldkampioen worden.”

Buitenspelers

Anders dan bij het succesvolle WK in 2014 zijn er voor die missie nu geen Arjen Robben en Robin van Persie, maar voor de rest ziet Van Gaal over de hele linie meer kwaliteit dan toen. Wel zei hij: “We zitten dun in de keepers en dun in de linker- en rechterspitsen. Die laatste twee posities zijn bouwstenen van de Hollandse School, maar als ik ze niet heb, dan kan ik ze niet opstellen.”

Van Gaal trekt dezelfde conclusie die ook Frank de Boer en Ronald Koeman al trokken als bondscoach. Koeman deed dat impliciet na de finale van de Nations League in 2019, toen Oranje in klassiek 4-3-3 aanvallend machteloos bleek tegen Portugal. Koeman hoopte destijds nog dat er snel buitenspelers en spitsen zouden doorstoten naar topclubs in Europa, maar anno 2021 geldt dat alleen voor Depay bij Barcelona.

Met de vijf kernspelers ging het in de zoomgesprekken ook over de speelwijze. Van Gaal: “Zij zeggen dat ze geen voorkeur hebben, maar 1-4-3-3 het meest gewend zijn. Ik luister goed naar mijn spelers, maar kijk ook naar kwaliteiten in de selectie en naar kwaliteiten van de tegenstander. En dan maak ik de afweging. Ik ben nog niet zover dat ik al weet ik of ik 1-4-3-3 ga spelen.”

Hiërarchie opschudden

In zijn eerste voorlopige selectie nam hij alleen flankaanvallers Steven Berghuis en Cody Gakpo op. “En Donyell Malen, ondanks dat die nog geen 90 minuten in de benen heeft. Eigenlijk kan hij er dan op basis van fitheid nu niet bij, maar met Malen kan ik het tactisch plaatje veranderen.”

Belangrijker nog dan systeem en tactiek zijn teamgeest en uitstraling. In het boek dat Van Gaal in 2019 zelf liet schrijven over zijn carrière en werkwijze, zegt hij letterlijk: ‘De hoofdtaak van de coach is nog steeds om te zorgen dat er onderling vertrouwen is. Spelers moeten zich zo gedragen dat ze voor elkaar door het vuur gaan.’

Bij de ‘methode-Van Gaal’ hoort ook een hiërarchie die steeds wordt ververst. In 2012 lanceerde hij zo de interlandcarrières van jonkies als Stefan de Vrij en Depay. Nu zou zoiets zomaar kunnen met talenten als Tyrell Malacia, Devyne Rensch en Justin Bijlow. De hiërarchie in deze selectie is al lang bepaald, ziet Van Gaal, “maar jonge spelers schudden die meestal op. Zo heb ik het al dertig jaar lang gedaan.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden