Plus Interview

Laura Aarts: ‘De Spelen zijn het niet waard een jaar ongelukkig te zijn’

Laura Aarts in actie voor het Nederlands team op het EK van 2018. Beeld Beeldboot/Gertjan Kooij

Laura Aarts (23) is een van de beste waterpolokeepsters van de wereld, maar haar topsportcarrière eindigde twee maanden geleden abrupt. Ze zag het traject naar de Olympische Spelen niet zitten en werd daarom uit de selectie gezet.

Het geestdodende grauwe zwembad, midden in de Zeister bossen. De sobere kamers met stapelbedden die doorgaan voor ‘topsporthotel’. Een te volle daginvulling. Toen Laura Aarts het traject van het Nederlands water­poloteam richting de Olympische Spelen van Tokio voor zich zag en besefte dat ze ook nog eens haar Hongaarse (sociale) leven moest opgeven, kreeg ze het Spaans benauwd.

“De Olympische Spelen lijken me supervet,” zegt Aarts, twee maanden na haar besluit om te stoppen bij het Nederlands team. “Maar is het ook nog leuk als je daarvoor een heel jaar niet happy bent geweest? Het programma, van 9 uur ’s ochtends tot 6 uur ’s avonds alleen maar in Zeist zitten, dat trek ik niet. Ik voel me daar niet op mijn plek, vind het een verschrikkelijke omgeving. De kern van het verhaal is dat ik het niet wil op de manier waarop de rest het wil. Ik ben klaar met het extreme topsportleven en heb ingezien dat er meer is dan waterpolo. Dat is niet iets van de laatste maanden, het speelt al drie jaar.”

Het wegvallen van Aarts is een grote klap voor het Nederlands team. Ze geldt als de op één na beste keepster van de wereld. Op het WK van 2015 leidde ze als 18-jarige debutant Nederland voor het eerst in 17 jaar naar de finale. Sindsdien was ze een van de drijvende krachten achter het succes.

Buitenbeentje

Maar een jaar voor de Spelen van ­Tokio krijgt Aarts een roemloos afscheid. Vlak voor het WK van vorige maand werd ze uit de Nederlandse selectie gezet. Ze had even daarvoor bij bondscoach Arno Havenga aangegeven dat ze zijn olympische traject niet zag zitten. Alle speelsters moeten daarvoor terugkeren naar Nederland om een jaar lang samen te trainen in Zeist. Net als in 2016 – toen de kwalificatiemissie mislukte – is er voor een volledig clubseizoen geen ruimte.

“Ik voelde me er vanaf het begin niet goed bij,” vertelt Aarts vanuit het Hongaarse Dunaujvaros, waar ze sinds 2017 speelt. “Ook al speel en train ik al jaren met die andere meiden samen, ik voel me meestal het zwarte schaap, het buitenbeentje. Ik wil iets anders, doe iets anders. Dat kan goed zijn, maar te vaak voel ik me daar niet prettig bij. Voor iedereen staat het leven volledig in het teken van de Spelen. In 2016 had ik dat zelf ook. Oogkleppen op en gaan. Nu heb ik een andere visie. Ik wil op een fijne plek zijn en sociale contacten kunnen hebben. Ik denk ook dat we goed presteren als iedereen in het buitenland speelt en we vaker samenkomen dan normaal. Maar dat is geen optie.”

Heerlijk overzichtelijk

Kritiek op het programma is niet nieuw. Na de mislukte missie van 2016 uitten speelsters ook hun ongenoegen. Het trainingsschema is nu aangevuld met onder andere hard­lopen en yoga. “Maar ik vind de impact van het programma op mijn leven te groot. Ik moet elke ochtend invullen hoe goed ik geslapen heb, en meer van die dingen. Ik ben klaar met dat moeten. In Hongarije ben ik vrijer. Dat heeft me weer plezier gegeven; anders was ik al eerder gestopt.”

Aarts voelt zich het meest thuis in Dunaujvaros, een plaats op het Hongaarse platteland waar de tijd lijkt stil te staan. Het leven is er heerlijk overzichtelijk. Het waterpolo, een grote sport in Hongarije, zit nog ouder­wetser in elkaar. “De mentaliteit is ­anders. Het maakt niet uit wat je doet, als je maar presteert. Maar mijn keuze was niet: Hongarije of Nederland? Ik zat met de vraag of ik door wil gaan met topsport. Dat antwoord is nee.”

“Vroeger kon ik makkelijk helemaal kapotgaan in een oefening. Het boeide me niet hoeveel pijn ik had. Maar ik heb geen zin meer om helemaal tot het gaatje te gaan. Ik heb geen zin meer om ’s nachts wakker te liggen van de pijn in mijn lichaam en een uur te moeten rollen en rekken om te kunnen slapen.”

Zwart gat

De conclusie is helder: “Ik ben op het punt dat de opofferingen niet opwegen tegen de prestatie, de beloning. De Olympische Spelen zijn het niet waard om een heel jaar ongelukkig te zijn.”

Aarts is nu verlost van een worsteling. Maar het plotselinge afscheid, vlak voor het WK, zit haar wel dwars. Als ze terugdenkt aan de laatste rit uit Zeist, breekt ze opnieuw. “Ik zit nog steeds in een zwart gat, maar ik ben bezig om daaruit te klimmen. Ik kies voor mezelf, een van de moeilijkste dingen als je een teamsport doet. Maar ik wil een andere toekomst. Er is meer dan topsport.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden