De vrije trap.

PlusInterview

Lasse Schöne blikt terug op wonderjaar 2019: ‘Tuurlijk mis ik Ajax’

De vrije trap.Beeld REUTERS

Na zeven jaar en 286 officiële duels nam Lasse Schöne op zijn hoogtepunt afscheid van Ajax. Hij blikt bij het Italiaanse Genoa, zijn huidige thuishaven, terug op 2019, het mooiste voetbaljaar uit zijn carrière.

27 JANUARI 2019, FEYENOORD-AJAX 6-2.

“Het mooie voetbaljaar begon helemaal niet zo mooi. Gelijkspel tegen Heerenveen, een ­oorwassing tegen ­Feyenoord en een nederlaag tegen Heracles. Maar weet je wat onze kracht was? Dat we een maand na die 6-2 tegen Feyenoord opnieuw naar De Kuip moesten voor de halve finale in de beker en met 3-0 wonnen. De overtuiging en de kwaliteit om dat te kunnen zat diep in die ploeg.”

“Je bent dag-in-dag-uit met elkaar aan het trainen. Ergens doet zich een moment voor dat je denkt: verdomme, hier is toch wel iets bijzonders aan het ontstaan. Dat gevoel krijgt soms een knauw na een slechte wedstrijd, maar het is nooit helemaal weg. Het groeit en dat proces is schitterend om mee te maken.”

“Mensen snappen niet dat er zo’n enorm verschil kan zitten tussen onze prestatie uit bij ­Heracles en uit bij Real Madrid. Een voetballer snapt dat wel. Het overkomt de beste teams ter wereld. Het is het verschil tussen scherp willen zijn en scherp zijn.”

5 MAART 2019, REAL MADRID-AJAX (1-4)

“Ik ben niet iemand die uitgebreid juicht, maar ik had kippenvel na die vrije trap. Wat we als team deden daar: het moment, in Bernabéu ­tegen Real, dat stadion en die club met die geweldige historie. Alles kwam samen die avond.”

“Er is mij vaak gevraagd of ik die bal bewust zo over keeper Thibaut Courtois in de verre hoek wilde schieten. Ik wilde de bal in elk geval op doel schieten. Raakt iemand ’m onderweg nog aan en wordt het een goal, is het ook goed. Nu vliegt hij er direct in. Prachtig. Mijn mooiste vrije trap, mijn mooiste goal.”

“De trainer had vlak daarvoor aan me gevraagd: gaat het nog? Ik antwoordde: ‘Geef me nog een kwartier, daarna wisselen’. Tien minuten later was het raak.”

“Weet je wat ik het mooiste vond van dat hele avontuur in de Champions League? Het plezier spatte ervan af. Overdreven gesteld: terug naar het pleintjesvoetbal van vroeger. Je kon goed zien dat Ajax een team was dat er zin in had. Een beetje uitdagend, soms risicovol. Maar voetbal is ook entertainment. We hadden plezier en we schonken plezier.”

8 MEI 2019, AJAX-TOTTENHAM HOTSPUR (2-3)

“Ik herinner me vooral één beeld: een supporter van Ajax die mij in de 94ste minuut recht in mijn ogen keek. Hij balde zijn vuisten en schreeuwde: we hebben hem! Ik keek snel de andere kant op. Dacht alleen maar: o nee.”

“Het is moeilijk te zeggen waar het misging. Misschien waren we in de rust toch iets te blij, al had ik dat gevoel op dat moment niet. We stonden 2-0 voor en zeiden tegen elkaar: laten we alsjeblieft zo doorgaan. Met pressing, aanvallend voetbal. Dat was belangrijk voor ons.”

“Het scheelde dat Tottenham snel een goal maakte, na een afgeslagen vrije trap van ons. Misschien was die iets te snel genomen, waardoor we niet in de juiste positie stonden. Nicolás Tagliafico gooide er een tackle uit tegen ­Lucas Moura, maar die bleef op de been. Ik probeerde Moura nog onderuit te halen. Te laat.”

“Het tweede doelpunt van Tottenham was nog wonderlijker. Andre Onana had een geweldige redding verricht, de bal rolde voor mijn voeten. Ik wilde wegwerken, maar ineens dook Andre naar mijn voeten. Ik struikelde half, ­Onana greep mis. Moura deed het daarna technisch perfect: hij kapte nog iemand uit en schoot ­beheerst in.”

“Het heeft ons in het seizoen een paar keer meegezeten en nu zat het tegen. Het derde doelpunt van Moura paste naadloos in dat plaatje. Zijn rollertje paste alléén in dat hoekje. In de laatste seconde van de extra tijd.”

“Je kunt zeggen: we hadden dingen anders moeten doen, maar we voetbalden op intuïtie, dat was juist onze kracht. Alleen liet die intuïtie ons die avond in de steek.”

12 MEI 2019, AJAX-FC UTRECHT (4-1)

“De officieuze kampioenswedstrijd. Dat we een paar dagen na die enorme klap tegen Tottenham Hotspur mentaal zó sterk terugkwamen, zegt veel over de spelersgroep. We moesten met dit team ook een prijs winnen, iets tastbaars overhouden aan zo’n mooi jaar. Het werden twee prijzen: de schaal en de beker. Daarna vier je wat feestjes, er volgt een huldiging en dan is het klaar.”

“Ik ging in de zomer naar Genoa en kreeg een berichtje op mijn telefoon van Matthijs de Ligt uit Turijn. ‘Ben ik eindelijk van je af, ga je 200 kilometer bij me vandaan wonen.’ Maar zien doen we elkaar niet. Spreken ook zelden. Het contact verwatert, zo gaat dat in topsport. Je bent zo intens met elkaar bezig. Je wint en verliest, juicht en huilt, lacht en maakt knallende ruzie. En ineens is het over.”

“Ik mis Ajax wel. Tuurlijk. Na zeven jaar zou het gek zijn als dat niet zo was. Ik mis mijn maatje Hakim. Ziyech en ik zaten naast elkaar in de kleedkamer, we konden goed ouwehoeren met z’n tweeën. Ik heb hem hoog zitten. Het beeld van hem is anders, omdat hij tegenover buitenstaanders niet het achterste van zijn tong laat zien. Hakim gaat op zijn eigen manier met de media om en dat mag hij helemaal zelf ­weten. Voor ons is hij een open, vrolijke jongen die zijn stinkende best doet. En ik denk dat hij een van de beste spelers op de Europese velden is.”

“Dat het achter de schermen niet altijd een vrolijke boel is, is logisch. In topsport moet het ook knetteren en botsen. Je moet weleens jongens uit elkaar halen op het trainingsveld, maar eenmaal terug in de kleedkamer moet het afgelopen zijn. Wij konden elkaar de waarheid vertellen, ook als die waarheid even niet leuk was.”

“Zo’n sfeer creëren, dat is moeilijk voor een trainer. Dat moet in een groep zelf ontstaan. Je hebt dominante karakters, volgzame karakters en karakters die smeren. Die balans was goed. Juist op slechte momenten merk je hoe sterk je bent en ook daarin zijn we een paar keer flink getest.”

29 JULI 2019, AJAX-SIVASSPOR (1-1)

“Mijn laatste wedstrijd in het shirt van Ajax. Amper een week later maakte ik de overstap naar Genoa. Op mijn 33ste! Ik ben een laat­bloeier, ik heb een andere carrière gehad dan de jongens die op hun achttiende vanuit de eigen jeugd doorbreken bij Ajax. Ik kwam via Heerenveen, De Graafschap en NEC bij een topclub ­terecht. Bij Ajax ben ik op latere leeftijd nog een andere speler geworden. Van aanvallende middenvelder, of rechtsbuiten in een vrije rol, werd ik controlerende middenvelder.”

“Ik houd van Ajax. Ik heb er het grootste gedeelte van mijn voetballeven doorgebracht. Ik heb mijn gezin er al die jaren mee naartoe genomen. Zij kregen altijd een warm onthaal en dat doet wel wat. Ook mijn vrouw en kinderen voelen een band met de club en met Amsterdam.”

“Ik heb bij mijn vertrek niets met Ajax afgesproken. Ik zei wel: ik kom terug, in welke hoedanigheid dan ook – in elk geval als supporter. We zien wel wat de toekomst brengt. Ik zou nog wel graag afscheid willen nemen van de Ajaxsupporters, want het einde was abrupt. Er is ­alleen niet veel tijd, maar ik zou het heel mooi vinden.”

18 NOVEMBER 2019, IERLAND-DENEMARKEN (1-1)

“De wedstrijd waarin we ons met Denemarken plaatsten voor het EK. Ik ben 34 jaar als het toernooi begint, het zou mijn laatste kunstje kunnen zijn voor de nationale ploeg. Met die gedachte speel ik wel. Ik zou het mooi vinden om de regie te kunnen voeren over mijn ­afscheid. Dat niet een ander dat moment ­bepaalt.”

“Vorig seizoen heb ik meer dan 60 wedstrijden gespeeld. Dat voel je wel. Ook al dat ­reizen gaat je niet in de koude kleren zitten. Maar: ik ben blessurevrij. Dat heeft ook te ­maken met mijn manier van spelen: ik ben geen fysieke voetballer, meer iemand die het van techniek en tactiek moet hebben.”

“Onder Frank de Boer was ik soms centrale middenvelder. Peter Bosz zette mij daar definitief neer en Erik ten Hag koppelde mij op die positie aan Frenkie de Jong. Wij hadden een klik in het veld, konden elkaar blind vinden. Voor Frenkie, en ook Matthijs, is de reis pas net begonnen; ik ben gewoon blij dat ik nog zo’n bijzonder seizoen heb meegemaakt in de herfst van mijn loopbaan.”

“Ik ben blij met en trots op wat ik heb bereikt en dat ik het op mijn eigen manier heb gedaan. Ik denk niet: als ik andere keuzes had gemaakt, dan had ik hoger kunnen reiken. Ik kan dat ­relativeren. En ik kan mezelf in de spiegel recht aankijken. Veel topsporters gaan door roeien en ruiten, maar ik hoef niet ten koste van anderen op de top van die berg te komen. Een concurrentiestrijd winnen binnen een team is prima, als het maar eerlijk gebeurt.”

“Zo heb ik me gedragen en geuit, ook in moeilijke tijden. Want voor mij is de weg nooit in een rechte lijn omhoog gegaan; raakte ik mijn plek in het team kwijt, dan moest ik weer onderaan de ladder beginnen. Ik gaf nooit anderen de schuld, ik smeet niet met modder; ik bleef ­gewoon hard werken. Ik denk dat mensen dat in mij hebben gewaardeerd.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden