PlusAchtergrond

Krijgt de jeugd nog wel genoeg ruimte bij Ajax? ‘Ze hebben die wedstrijden op hoog niveau nodig’

Spelers van Jong Ajax vieren de 2-1 tegen De Graafschap, gemaakt door Sontje Hansen (tweede van rechts). Uiteindelijk werd het 5-1. Beeld Pro Shots/Toon Dompeling
Spelers van Jong Ajax vieren de 2-1 tegen De Graafschap, gemaakt door Sontje Hansen (tweede van rechts). Uiteindelijk werd het 5-1.Beeld Pro Shots/Toon Dompeling

Door de vele dure aankopen komt jong talent bij Ajax steeds meer in de verdrukking. Of zijn de jeugdspelers misschien niet goed genoeg? ‘De club moet geen schrik hebben die jonge jongens in te zetten.’

Dick Sintenie

Sontje Hansen was eerlijk toen hem maandagavond na de wedstrijd Jong Ajax-De Graafschap voor de camera van ESPN werd gevraagd hoe hij dacht over de mogelijke transfer van Antony naar Manchester United. Hansen had als rechtsbuiten met twee doelpunten net een grote bijdrage geleverd aan de 5-1 zege van Jong Ajax.

“Stiekem hoop ik wel dat het gaat gebeuren,” zei de jonge aanvaller over een vertrek van de Braziliaan naar de Premier League. Daarmee stijgen immers zijn kansen op speeltijd in het eerste elftal. “Trainer John Heitinga zei dat ik mezelf vandaag moest laten zien. Hard werken moet ik sowieso, maar nu moet ik wat extra gas gaan geven.”

Het wordt de jeugdspelers van Ajax vanaf de eerste dag dat zij binnenkomen op sportpark De Toekomst voorgehouden door trainers en coaches, vaak ook met een wijzend vingertje erbij: dáár, aan de overkant, de Johan Cruijff Arena, dáár moeten zij naartoe.

Het is nooit anders geweest. Alleen heette de jeugdafdeling vroeger Voorland en het stadion De Meer.

Allemaal Amsterdammers

Het is het DNA van Ajax. Een opleidingsclub. De grondleggers van de grote Europese successen in de jaren zeventig waren allemaal Amsterdammers: de bestuurders, coach Rinus Michels en de meeste spelers, onder wie Johan Cruijff, Piet Keizer, Sjaak Swart, Ruud Krol, Barry Hulshoff en Wim Suurbier. Ze stroomden allemaal door vanuit de jeugd.

Hun roem was deze gouden generatie niet vooruitgesneld, op Cruijff na misschien. Tot ver in de jaren negentig waren jeugdspelers van Ajax vrij anoniem. Het beloftenelftal speelde nog in de competitie voor tweede teams en niet, zoals tegenwoordig, in de eerste divisie. Die wedstrijden kwamen niet op tv, de maatschappij was nog niet gedigitaliseerd. En bij jeugdteams van Ajax stond slechts een handjevol toeschouwers langs de lijn.

Onwetend van wat zich in de kraamkamer van de club afspeelde, lieten supporters zich op een zondagmiddag graag verrassen in De Meer als daar zomaar ineens een hun onbekende tiener in Ajaxshirt het veld betrad en – alsof het de gewoonste zaak van de wereld was – de show stal.

Legendarisch was het debuut van Aron Winter, op 6 april 1986, in een thuiswedstrijd tegen FC Utrecht. In de tweede helft verving hij Frank Rijkaard. De stadionspeaker – wist hij veel – kondigde de jeugdige debutant ‘Arie’ Winter aan. Daarna gonsde het ‘Arie Arie Arie’ door het stadion. Verder verliep het eerste optreden in de hoofdmacht van de net 19 jaar geworden Winter zoals dat destijds werd verwacht van jongelingen die door trainer Johan Cruijff werden gebracht: met een doelpunt, de 3-0. Het was zijn eerste van in totaal 79 treffers in 553 officiële wedstrijden. De bijnaam ‘Arie’ is Winter nooit meer kwijtgeraakt.

Twintig beste clubs van Europa

De grote talenten van Ajax komen lang niet allemaal meer uit Amsterdam en omstreken, zoals Aron Winter uit Lelystad. En ook de verhouding in de A-selectie tussen jeugdspelers en aankopen is sterk gewijzigd; een bewuste keuze. Om de sportieve ambities te verwezenlijken – een plek bij de beste twintig clubs van Europa – heeft Ajax vanaf 2016 honderden miljoenen geïnvesteerd in transfersommen en spelerssalarissen.

Door de jaren heen waren zelfopgeleide voetballers goed voor zo’n 40 procent van de A-selectie. Dat is nu beduidend minder (20 procent), tenzij Maarten Stekelenburg, Daley Blind, Davy Klaassen, Brian Brobbey en Steven Bergwijn worden meegeteld. Maar feitelijk behoren zij tot de aankopen: Ajax trok immers meer dan 70 miljoen euro uit om deze voormalige jeugdspelers terug te halen.

Die beleidswijziging van Ajax werd ingezet in 2016, toen Johan Cruijff de club had verlaten. Zijn ideeën, vooral die over de jeugdopleiding, werden door hoofd opleidingen Wim Jonk op een manier vertaald en in de praktijk gebracht die Dennis Bergkamp (mede vormgever van het ‘Plan-Cruijff’ ) niet beviel. Bergkamp, die verantwoordelijk was voor doorstroming van talent naar het eerste elftal, botste hevig met Jonk, die dacht dat het aantal talenten uit eigen kweek in de A-selectie naar 75 procent kon worden opgeschroefd.

“Onhaalbaar,” zei Bergkamp in 2017 in een interview met Het Parool. Hij vond dat de kloof tussen de A1, het hoogste jeugdteam, en het eerste elftal door de werkwijze van Jonk en diens medewerkers veel te groot bleef. Het klaarstomen van de talenten duurde te lang, terwijl de doelstelling juist was: jonge spelers snéller en beter laten doorstromen. Bergkamp: “Er werd te weinig risico genomen in mijn ogen. Wij wilden de talenten graag bij het eerste halen, mee laten trainen. Om ze te zien en met ze te werken.”

In de clinch met Peter Bosz

Bergkamp lag over dat onderwerp ook in de clinch met hoofdtrainer Peter Bosz. Jonge voetballers als Frenkie de jong, Abdelhak Nouri, Donny van de Beek – ze kregen nauwelijks speeltijd. Dat frustreerde Bergkamp: “Het kan een angstig idee zijn, een talent inpassen, omdat een trainer niet exact weet wat dat talent gaat brengen. Natuurlijk levert dat een groot spanningsveld op, maar dat is een mooi spel dat juist hoort bij Ajax. Daar is de club groot mee geworden.”

De ruimte voor de eigen jeugd lijkt nu nog beperkter dan onder Bosz. Ajax spreekt sportief en financieel een woordje mee in de Champions League en de club schroomt niet om tientallen miljoenen uit te trekken voor nieuwe spelers om dat niveau vast te houden. Terwijl Sontje Hansen (20) hoopt een plekje op te schuiven in de hiërarchie bij een vertrek van Antony, polst Ajax ondertussen Hakim Ziyech voor een terugkeer. En dan zijn Steven Berghuis en Francisco Conceiçao – voor vijf miljoen euro gekocht van FC Porto – er ook nog.

Hansen en andere jonge voetballers als Naci Ünüvar (19), Youri Regeer (19), Amourricho van Axel Dongen (17), hebben wedstrijden op het hoogste niveau nodig om te groeien. Kenneth Taylor (20) bewijst dat in deze periode. Hij heeft een vaste plek op het middenveld veroverd, terwijl Ajax hem in januari nog wilde verhuren. Ook Devyne Rensch (19) leek al bijna afgeschreven, maar nu hij zijn wedstrijdritme hervindt krijgt hij als rechtsback steeds meer vorm en vertrouwen.

Ook daar heeft Bergkamp, zelf eind 2017 ontslagen bij Ajax, een duidelijke mening over: “Je kunt een speler opleiden tot een bepaald niveau. Dat laatste deel van zijn ontwikkeling móet bij het eerste. Doorbreken gaat daarna in golfbewegingen. Ik heb dat zelf als geen ander ondervonden. Eerst is er een stijgende lijn, dan een terugval, vervolgens klauter je weer iets omhoog en glij je misschien nog een keer terug. En dan is het: pats, pats, pats! Steil omhoog. Ajax moet geen schrik hebben die jonge jongens in te zetten. Ik werd op mijn zeventiende ook uit de schoolbanken geplukt voor mijn debuut. Dat was toen een bijzonder verhaal, nu allang niet meer. Kijk naar de grote clubs in Europa: overal staan geweldige talenten van 18 jaar op het veld. Ze kunnen uiteraard geen 80 wedstrijden voor je spelen, maar ze hebben die wedstrijden op dat niveau wel nodig – en daar moet je niet te lang mee wachten.”

Luister onze Ajaxpodcast Branie:

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden