PlusInterview

Kira Toussaint en Arno Kamminga via EK op weg naar olympisch zwemsucces

Twee zwemtoppers trainen dagelijks in het Sloterparkbad. Arno Kamminga (25) en Kira Toussaint (26) strijden deze week bij de EK in Boedapest mee om de hoofdprijzen.

Het jaar 2021 zou weleens een breekpunt kunnen vormen in de Nederlandse zwemgeschiedenis. Voorheen ging het altijd over de vrije slag, de memorabele medailles van Pieter van den Hoogenband en Inge de Bruijn en de kansen van onder anderen Ranomi Kromowidjojo. Maar de laatste jaren zijn Kamminga en Toussaint uitgegroeid tot gezichtsbepalende zwemmers met bijbehorende ambities.

Zij excelleren op de schoolslag en de rugslag en hebben inmiddels, dankzij een enorme ont­wikkeling tijdens het coronajaar, aansluiting gevonden met de wereldtop. Zoek online op hun namen en het regent records.

Kamminga en Toussaint zijn gevormd in het water van het Sloterparkbad, gekneed in de handen van hun coach Mark Faber. Dag in, dag uit werken ze daar samen aan het doel dat heel lang heel ver aan de horizon lag, maar nu heel dichtbij is: de Olympische Spelen van Tokio, komende ­zomer.

Na de Europese kampioenschappen van deze week weten ze exact waar ze staan.

Arno Kamminga. Beeld AP
Arno Kamminga.Beeld AP

Arno Kamminga, 50, 100 en 200 meter schoolslag

“Tijdens deze Europese kampioenschappen van deze week zal veel duidelijk worden. Ik zal er staan, vanaf de eerste finale die ik zwem op dinsdagavond. Een toernooi is een toernooi, een titel is een titel. Die wil ik grijpen. Door corona heb ik het afgelopen jaar nog geen vijf internationale wedstrijden gezwommen. Een mondiale finale heb ik zelfs nog nooit gehaald. De tiende plek op de 200 meter op de wereldkampioenschappen van 2019 is mijn hoogste eindklassering.”

“Lang droomde ik van het zwemmen in een olympische finale, dat leek onbereikbaar. Daarna ­zette ik mijn zinnen op het podium en nu gaan de gedachten naar goud.”

“In de heftigste periode van de coronapandemie was ik veel op mezelf aangewezen. Er waren geen Nederlandse concurrenten op de schoolslag om tegen te strijden. Zelfs niet in trainingswedstrijden. Met mijn groeiende niveau legde ik de lat ook hoog, waardoor überhaupt weinig tegenstanders een gelijkwaardige sparringspartner waren.”

“Ik weet wel dat ik het afgelopen jaar grotere stappen heb gemaakt dan mijn tegenstanders. Alleen de Brit Adam Peaty zwemt nog harder dan ik op de 100 meter schoolslag. Ik ben de tweede van de wereld en achter mij zit een gat. Op de 200 meter zijn mijn kansen misschien nog wel groter.”

“In 2019 vond ik aansluiting met de groep subtoppers. Het afgelopen jaar verbeterde ik mijn persoonlijke records dusdanig dat ik van ze weg ben gezwommen. Eigenlijk zwem ik de laatste maanden zo hard dat ze met ­verbetering van hun eigen tijden nog niet eens in mijn buurt komen. Ze moeten echt iets heel speciaals doen om mij in Tokio van het podium te houden.”

Kira Toussaint. Beeld ANP
Kira Toussaint.Beeld ANP

Kira Toussaint, 50 en 100 meter rugslag

“Als je kijkt naar mijn progressie in het afgelopen jaar kan ik alleen maar vaststellen dat het fantastisch is dat de Spelen een jaar zijn verplaatst. Ik heb me met tienden verbeterd. Op de Europese kampioenschappen kan ik me hopelijk nog eens verbeteren.”

“Dit is een belangrijk toernooi. De laatste keer dat ik een EK op de langebaan zwom, was in 2018. Ik haalde voor het eerst een finale op zo’n podium. Als ik nu de finale niet haal, zou dat gek zijn. Mensen verwachten mij tussen de beste rugcrawlzwemmers ter wereld.”

“Het is een goed moment om weer om te gaan met verwachtingen. Na het afgelopen jaar is dit een belangrijke week. Straks op de Spelen ben ik op de 100 meter rugslag een outsider, een kandidaat voor de finale. Die positie heb ik graag. Er zijn het afgelopen jaar snellere meiden geweest, die mogen het in de zomer ook doen. Zij voelen de meeste druk. Dan kan ik profiteren en verrassen.”

“Dat ik voor langebaanwedstrijden, zoals de EK en de Olympische Spelen, spreek over medaillekansen was lange tijd ondenkbaar. Langebaan deed ik er maar een beetje bij, omdat er nou eenmaal veel wedstrijden in het grote bad waren. Ik had zelf niet de overtuiging dat ik er iets te zoeken had. Mijn coach Mark Faber vond dat de verkeerde houding en motiveerde mij. Dat werkte.”

“Nu mag ik echt wel zeggen dat ik bij de grote meiden hoor. Het Europese record op de 50 meter rugslag staat op mijn naam.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden