Plus

Juventus is een koninkrijk op zoek naar een kroon

'Ajax! En daarna de groten'. De kop van La Gazzetta dello Sport toont hoe tevreden Juventus is over Ajax als tegenstander in de kwart­finale van de Champions League. De club uit Turijn droomt al 23 jaar van nieuw Europees succes - op het obsessieve af.

Spits Moise Kean viert zijn goal tegen AC Milan Beeld anp

Velen in Italië hebben een hartgrondige hekel aan de topclub uit Turijn, maar minstens even groot is de populariteit van de club. Want het zijn winnaars.

Juventus, met zijn imposante historie, is een koninkrijk op zich in de wereld van het Italiaanse voetbal (het 'calcio'), waarin de club al sinds het begin in 1897 een hoofdrol speelt.

De eerste landstitel veroverde de 'Oude Dame' toen ze nog piepjong was, in 1905. Een jaar later eindigde Juve in de kampioenscompetitie gelijk met Milan. Nadat de eerste beslissingswedstrijd in Turijn gelijk was geëindigd, weigerde het Juventus­bestuur de tweede beslissingswedstrijd in Milaan te spelen.

Status
De vervolgens aan Milan toegekende titel werd ontkend en dat was een typerende houding: Juventus had zijn eigen ideeën en de buitenwereld diende daar rekening mee te houden. Het verwijt van hooghartigheid is nooit opgewassen geweest tegen de ­Turijnse trots.

Landelijke status verwierf Juventus in de jaren dertig, toen vijf opeenvolgende kampioenschappen werden veroverd. La Juve werd de grootste en populairste club van Italië.

Dat gebeurde niet toevallig in een periode waarin de familie Agnelli, oprichters en eigenaren van het Fiatconcern, zich aan de club hadden verbonden.

Eduardo Agnelli (), zoon van Fiat­oprichter en senator Giovanni Agnelli, liet zich in 1923 tot het presidentschap van Juventus verleiden en vervulde die rol met overgave.

Juventus kreeg een bijna aristocratisch charisma en was meteen verbonden met de heersende macht.

Het economische succes verschafte grootindustrieel Fiat ook politieke invloed en die zette zich via Juventus, onder het adagium 'nata per vincere' (geboren om te winnen), in het calcio voort.

Akelig lot
Juventusbestuurders vervullen altijd invloedrijke nevenfuncties binnen de Italiaanse voetbalbond, argwanend maar machteloos gevolgd door de concurrentie. De opvolgende Agnelli's hielden de positie van Juventus in stand, afhankelijk van ieders persoonlijke invulling en karakter met meer of minder allure.

De geliefdste Agnelli was Gianni (1921-2003), de charismatische zoon van Edoardo (1892-1935). Hij was opperbaas van Fiat en Juventus tijdens de jaren waarin de club zich van een belangrijke frustratie trachtte te ontdoen. Die frustratie betrof het ontbreken van internationaal succes.

De clubs uit Milaan, Inter en Milan, wonnen Europa Cups en wereldbekers en daarbij bleef Juve, geheel tegen de verkondigde ambitie in, ver achter. 'Zij wel, wij niet', was het venijnige sentiment.

Verder dan een halve finale was Juve tot 1967 nooit gekomen. In 1973 werd de finale wel bereikt, maar daarin trof de club het destijds onaantastbare Ajax. In een mengeling van afschuw en jaloezie zagen de Juventini hoe de Ajacieden bijna achteloos met de veroverde trofee omgingen. Die pijn - koning in eigen land, maar geen internationale kroon - past niet bij Juve.

Complotten
Toen in 1985, aan de hand van Michel Platini, de beker eindelijk werd gewonnen, was die besmeurd met het bloed van de slachtoffers van het Heizeldrama in Brussel. Het wrede lot bepaalde dat dit geen triomf werd, maar een open wond: deze titel telde niet.

Obsessief werd de jacht naar erkenning voortgezet. Het duurde even, maar in 1996 was het dan eindelijk zo ver. Op Romeinse bodem werd ten koste van Ajax de Champions League gewonnen. De ambitie verdampte echter niet. Het hielp het ego niet dat Juventus de twee daaropvolgende finales verloor. Ook in de ­finale van 2003 beet Juventus in het zand, nota bene na strafschoppen tegen rivaal AC Milan.

FC Juventus Beeld getty
Beeld afp

Op grond van grootschalige sportieve fraude zette de Italiaanse voetbalbond Juventus in 2006 een klasse terug, naar de Serie B. Het was de ultieme vernedering, die binnen de eigen gelederen hardnekkigheid leek te worden ontkend. Van introspectie leek geen sprake, laat staan van erkenning van ­gemaakte fouten. De primaire én secundaire ­reflex was dat Juve door complotten was ondermijnd.

Bewondering en jaloezie
Toch leverde de degradatie ook wat op. Intern werd het roer omgegooid. Het management van de club kwam in handen van John Elkann, aangetrouwd familielid van de familie Agnelli en hoogste baas binnen Fiat.

Het moderne management bouwde een onaantastbare organisatie, die eerst met argwaan en later met bewondering (en jaloezie) werd gadegeslagen: Juventus als modelclub van Italië, met, symbolisch, aan het hoofd een jonge loot uit de Agnelligeneratie. Andrea Agnelli is minder stijlvol, elegant en aristocratisch dan zijn voorgangers, maar behept met een even grenzeloze als meedogenloze ambitie. 'Juve non si tocca' - kom niet aan Juve - is de uitstraling van de jonge president.

Juventus regeert het calcio. Met zijn stadion en managementstrategieën is het de rest van het Italiaanse voetbal ver vooruit. Er is zelfs een nieuw logo, waarin de club op subtiele wijze aan het kampioensschild van de Italiaanse competitie wordt gekoppeld.

Het duidt de aard van de club: zelfbewust op het randje van arrogantie, zoiets als ooit de '1' op de stropdas van Ajax.

Dramatische uitschakeling
Juventus wil echter meer dan enkel landstitels. Juve wil de Champions League! De Europese kroon ligt af en toe binnen handbereik, maar steeds glipt die, als door diabolische krachten geleid, de club door de vingers. In 2015 werd de finale verloren van Barcelona, in 2017 van Real Madrid.

Ook was daar nog de dramatische ­uitschakeling in 2018 in de kwartfinale, toen een 3-0 achterstand nét niet kon worden goed­gemaakt. De Juventini geloven niet in toeval; zij denken aan hogere machten en dat maakt de verkrampende obsessie compleet.

De Juventussupporters, groter in aantal dan ooit, durven niet te denken aan een nieuwe finale - nog meer pijn kunnen zij niet verdragen.

De aankoop van Cristiano Ronaldo was een imposante geste, want hij is, behalve een blinkende parel in de kroon, het nieuwe bewijs van de macht van de Turijnse brigade. Maar of de supervoetballer de vloek van Juventus kan doorbreken, is nog maar de vraag.

Volg alles over de aanloop naar Ajax-Juventus in ons liveblog.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden