PlusAchtergrond

Judotrainer Cor van der Geest: ‘Soms ging ik tekeer als een speenvarken’

Als judotrainer ging Cor van der Geest, een autodidact, naast de judomat soms tekeer ‘als een speenvarken’. Hij is openhartig in zijn onlangs verschenen biografie De Judovader. ‘We wonnen veel. Dan gaan ze je vervelend vinden.’

2003: Elco van der Geest praat na met zijn vader, nadat hij zilver heeft veroverd op het EK judo.Beeld ANP

Cor van der Geest wordt 2 juli 75 jaar en zijn ­judoclub Kenamju bestaat 50 jaar, reden voor een boek over ‘de Nederlandse godfather van het judo’. In eerste instantie dacht hij: wie zit nou op een boek van mij te wachten? Totdat zijn zoon Dennis zei: “Wat doe je nou moeilijk, ouwe, dat is toch leuk? En dat verdien je ook.”

Het boek verhaalt over de jongste zoon uit een Haarlems gezin van acht kinderen, die vaak aan zijn lot werd overgelaten. Zijn vader was groenteboer, geld voor een sportclub was er niet. Pas toen hij op zijn dertiende in een internaat in Voorhout zat, trok Van der Geest voor het eerst een judopak aan.

Zijn volwassen carrière in een notendop: hij kocht de destijds kleine sportschool Kenamju in Haarlem. Hij was een tijdje vaste trainingspartner van tweevoudig olympisch kampioen Wim Ruska. Nog weer later boekte hij grote ­internationale successen als club- en bondscoach van Nederlandse judoka’s, onder wie zijn eigen zoons Dennis en Elco. In 2012 stopte hij als technisch directeur bij de Judobond. De sportschool, inmiddels geen 600, maar 2500 vierkante meter groot, is verhuisd en staat op naam van beide zoons. Hij houdt zich echter nog steeds bezig met de cijfers; hij komt er nog elke dag.

Van der Geest is een verhalenverteller. Een grote man met een scherpe blik in zijn blauwe ogen, die regelmatig vorsend vanonder zijn wenkbrauwen omhoogkijkt. Zijn vinger wijst vaak mee om een woord te benadrukken. Soms gaat zijn stem omhoog of worden woorden extra langzaam uitgesproken, zoals zijn ‘Dat haat ik’, over leraren die zichzelf sensei laten noemen. Interessantdoenerij, vindt hij dat. Daar is hij ­helemaal niet van.

Treiterij

Tegelijkertijd riep hij al te vaak irritatie op bij anderen, dat weet hij ook wel. “Kwam Cor met zijn onorthodoxe manieren.” Hij had niet zoveel op met judorituelen: hij gaf zijn trainingen op sokken en slippers in plaats van op blote voeten, want hij had geen zin in koude tenen. En dan het schreeuwen naast de mat. “Soms ging ik tekeer als een speenvarken,” zegt hij. “Die mensen vonden dat geschreeuw van mij natuurlijk niks. Dat was ook op het randje, soms erover. Als ik de scheidsrechter kon beïnvloeden, dan deed ik dat. Ik deed alles om te winnen. En we wonnen veel. Dan gaan ze je vervelend vinden.”

De Judovader door Patricia Jimmink, Govert Wisse en Gerlof Leistra.Beeld ADR

Zo wisten sommige jaloerse clubcoaches: Van der Geest is te pakken via zijn zoon. Dat was in de tijd dat Dennis, de latere wereldkampioen bij de zwaargewichten, nog geen groot talent leek. “Ik was het zoontje van Cor, hoe kon je Cor pijn doen? Door te winnen van mij,” zegt Dennis, die destijds uit treiterij na verlies een aai over zijn bol kreeg van een rivaliserende coach.

Op zijn achttiende won Dennis zijn eerste ­medaille. Cor: “Ik was natuurlijk helemaal ­enthousiast. Want toen hij 14 jaar was, zag ik er helemaal niks in. Dat vond ik zó erg voor hem.”

Maar ‘opeens’ gebeurde het: Dennis ging groeien en werd motorisch veel beter. “En hij won die dikke medaille op zijn 18de,” zegt Van der Geest. “Ik roep: ‘We hebben gewonnen, hè?’ En toen keek hij me aan. ‘Heb je ook mee­gedaan?’”

Van der Geest lacht hard. “Nee, ik had niet meegedaan, maar ik denk wel dat ik mag zeggen dat ik bij veel mensen op het juiste moment een paar procent heb kunnen bijdragen. Ik zeg altijd: wat er niet in zit, kun je er ook niet uithalen. Maar er zit ook vaak veel in dat er niet wordt uitgehaald. Dat doen de echt goede trainers.”

Aan de kapstok

In huize Van der Geest draaide alles om judo. Er ging zo vaak een lattenbodem stuk dat moeder Els (’Mijn beste vriend,’ aldus Cor) zich afvroeg wat de beddenverkoper wel niet van haar moest denken. Wist hij veel dat ze twee zoons had, die bij afwezigheid van hun ouders het bed als trainingsplek gebruikten? De afstand voor een worp van gang tot bed was tot de centimeter ­berekend.

“Ik ben een autodidact maal vijf,” zegt Van der Geest. “Ik durf te beweren dat ik heel veel kinderen iets heb meegegeven. Vroeger waren ze lastig, we wisten niks van adhd. En dan gaf ik ze weleens een schop onder de kont, met blote voeten. Zo van: schiet eens op. Of dan hing je ze een minuutje aan hun judojasje aan de kapstok. Kan nou niet meer, hè? Moet je nu ook niet meer doen, vind ik. Ze werden er wel weerbaar van.”

2001: Cor van der Geest troost zoon Dennis na de verloren EK-finale. Hij won zilver.Beeld ANP

Vorig jaar dacht Van der Geest: potverdomme, het kan zomaar een keertje afgelopen zijn. “Ik had plasproblemen als een oud mannetje.

Ik moest verdorie in één uur drie keer plassen. Ik denk: misschien kan een uroloog wat doen. Nou, dan ga je eerst naar de huisarts, dat was een vrouw, en voor je het weet zat ze in mijn kont, want zo gaat dat. Met een handschoen.” Van der Geest kijkt verbaast geamuseerd achterom, alsof de huisarts haar handelingen nog uitvoert en vertelt verder: “Zo slecht was ik er dus op voorbereid. Ik moest natuurlijk verschrikkelijk lachen toen.”

Goede afslag

Hij bleek prostaatkanker te hebben. Hij was er op tijd bij en werd direct behandeld. “In principe is het er nu uit en gaat het volgens mij allemaal goed. Elco is als de dood dat er wat met die ouwe gebeurt, dat zegt hij ook in het boek.” Van der Geest lacht. “Ik laat ook niet makkelijk los, hoor. Ik vind het een raar ding, doodgaan. We zijn nu zo succesvol, 50 jaar getrouwd, mijn kinderen, mijn kleinkinderen, dit mooie gebouw hier. Wat wil je dan nog meer? Dan word je ook weleens bang. Van: jezus, het houdt ook een keer op. Je kunt makkelijk nog tien mooie jaren krijgen, maar je weet het niet. Ik leef in het nu.”

“Mijn drive is de omgang met mensen. Kam­pioenen willen maken. En ik kan niet tegen mijn verlies. In sport wordt het allemaal veel te snel ingewikkeld gemaakt, maar dat is alles. Uiteindelijk heb ik geluk gehad. Ik nam elke keer de goede afslag en nu heb ik wat ik heb; een fantastische familie, een mooie sportschool. En nu zelfs een mooi, openhartig boek. Ik schaam me nergens voor. Ik ben wie ik ben en dat zal niet meer veranderen ook.”

Biografie

Patricia Jimmink, Govert Wisse en Gerlof Leistra
De Judovader
Just Publishers, €21,99, 288 blz.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden