Plus

John Panhuijsen wil alle Nederlandse amateurclubs zien spelen

John Panhuijsen bezoekt al ruim dertig jaar gemiddeld zeventig voetbalwedstrijden per seizoen. Van de 2416 clubs in Nederland heeft hij van 1459 een thuiswedstrijd gezien.

De slaapkamer van John Panhuijsen is een kruising tussen een museum en een voetbalarchief.Beeld Linda Stulic

Amsterdammer Panhuijsen (63) is een voetballiefhebber in de puurste vorm. De inwoner van West houdt geen bespiegelingen over systemen, kantelende vleugelverdedigers of controlerende middenvelders, maar bezoekt elk weekeinde wel uit liefde voor de sport minimaal twee amateurclubs. Of dat in Oost-Groningen of Zuid-Limburg is, maakt hem geen snars uit. Als hij maar Nederlandse amateurvelden kan afvinken in zijn minutieus bijgehouden archief.

De uit de hand gelopen hobby van Panhuijsen begon in 1984 bij de Amsterdamse derby tussen twee clubs die inmiddels te gronde zijn gegaan, RDC en Sport. In de jaren voor deze vuurdoop bezocht hij steevast met zijn vader, bij wie hij nog altijd woont, DWS in het Olympisch Stadion. Samen waren ze getuige van het enige landskampioenschap en de duels in de Europa Cup 1.

Adressenboek
Zelf met kicksen over de groene weides draven, werd Panhuijsen als tienjarige ten strengste afgeraden. "Twee weken nadat ik bij DWS werd aangenomen, ging ik voor een controlebezoek naar een arts in het ziekenhuis. 'Ik wil het niet hebben. Voetbal is te gevaarlijk voor je.' Hartproblemen maakten sporten onmogelijk."

Een overzichtskaart van alle Amsterdamse sportaccommodaties in Het Parool was halverwege de jaren tachtig het handvat waarmee Panhuijsen de voetbalclubs afstruinde. Hij raakte verknocht. Toen de stadsgrenzen geen beperking meer vormden, vogelde hij in een adressenboek van voetbalclubs de route uit naar alle uithoeken van het land.

Vaantjes en petjes
De slaapkamer van Panhuijsen is een kruising tussen een museum en een voetbalarchief. Naast de meer dan duizend vaantjes, petjes, sjaals, shirts en speldjes van clubs als Foarút, SV Twedo, Germanicus, vv Oostburg en vv Kesteren aan de muur, vullen tientallen multomappen de kasten. De postmeester van het Stadsarchief Amsterdam archiveert vakkundig zijn visitaties aan voetballend Nederland.

"In ons land zijn 2416 clubs met een eerste seniorenelftal. daarvan heb ik er 1459 op hun thuisbodem gezien. Uit mijn statistieken blijkt dat ik bij 2181 wedstrijden was. Dit seizoen staat de teller op 75 wedstrijden. Elke bezochte wedstrijd noteer ik met datum, uitslag en het niveau waarop de elftallen acteren. In andere mappen bewaar ik alle programmaboekjes."

Vast patroon
Een simpele rekensom leert dat de liefhebber pur sang nog ruim veertien jaar nodig heeft om alle clubs thuis te zien spelen. Panhuijsen is dan 77 jaar oud. Geen onmogelijke opgave, maar dan moet hij dubbelingen uit de weg gaan. "Om ze allemaal thuis te zien, ben ik te laat begonnen."

De zaterdagen en zondagen verlopen in een vast patroon. Het hele weekeinde staat in het teken van voetbal. Op beide dagen staat Panhuijsen exact om 6.30 uur op. Ter voorbereiding heeft hij dan op geeltjes uitgeschreven hoe hij met het openbaar vervoer terechtkomt bij de gekozen wedstrijd van die dag. Ook de terugweg is met trein- en bustijden stapsgewijs genoteerd.

Drie kwartier lopen
Een smartphone is hem vreemd. Met in zijn hand een zak met proviand loopt hij twee uur later naar het Centraal Station om aan zijn tocht te beginnen. Een uurtje of drie reizen is eerder regel dan uitzondering. Soms liggen voetbalvelden zo afgelegen dat Panhuijsen genoodzaakt is nog eens drie kwartier naar zijn bestemming te wandelen.

Slechts één keer in al die jaren was hij te laat. "Een rijbewijs heb ik niet, daar ben ik veel te chaotisch voor. Sinds drie jaar reis ik eerste klas. Omdat de bezoeken mijn grootste hobby zijn, heb ik daar hard voor gespaard."

Talloze uitnodigingen
Panhuijsen probeert altijd vroeg aanwezig te zijn. Als spelers hun auto's of fietsen parkeren, staat de Amsterdammer ze al op te wachten. "Ik ben voor het eerst op zo'n complex, dus kijk ik graag even rond. In de kantine van de club krijg ik vaak iets te drinken. De thuisclub verwelkomt me vaak hartelijk als ik vertel dat ik speciaal uit Amsterdam ben gekomen. Zo ben ik al vier keer pupil van de week geweest en mocht ik met de elftallen het veld oplopen."

Deze zaterdag staat een bezoek aan vv HJSC uit het Friese Hommerts op zijn programma. Panhuijsen krijgt wekelijkse talloze uitnodigingen en op die van de spits van het team is hij ingegaan. Er is maar één scenario dat zijn zaterdag in Friesland nog kan verstieren. "Dit seizoen heb ik vier keer naar een wedstrijd gekeken die eindigde in 0-0. Dat vind ik echt verschrikkelijk. Maar wat er ook gebeurt, ik blijf tot het laatste fluitsignaal kijken."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden