Sport Bewaar

Italië heeft toch weer aanzien ondanks nederlaag

Italië heeft toch weer aanzien ondanks nederlaag
© AFP

Italië heeft tijdens de Europese titelstrijd voetbal zichzelf én het toernooi weer aanzien gegeven. Daar deed de nederlaag in de finale tegen Spanje zondag in Kiev niets aan af.

 Ontegenzeggelijk was het land één van de smaakmakers van het evenement. Met gedegen verdedigen en creatief aanvallen. Het opvallende spel van La Squadra Azzurra deed het thuisfront alle ellende tijdelijk vergeten. Even ging het in Italië niet over de crisis, laat staan over het omkoopschandaal dat het voetbal weer eens in opspraak bracht.

Italië was natuurlijk Gianluigi Buffon, de geroutineerde doelman die mede opviel door het gepassioneerd meezingen van het volkslied. Afgezien van een onzekere openingsfase tegen Duitsland stond hij er. Dan was daar vooral Mario Balotelli, door bondscoach Cesare Prandelli weer met beide voeten op aarde gezet.

Hij werd met belangrijke treffers in vooral de halve finale tegen Duitsland toch één van de sterren van het EK, nadat hij aan het einde van het seizoen bij Manchester City wegens wangedrag bijna tot ongewenst persoon was uitgeroepen.

Bovenal had Italië Andrea Pirlo, de oude en traditionele spelmaker van kampioen Juventus. Hij legde, leunend op zijn eigen verdediging, de bal neer waar hij hem wilde hebben. Hij straalde rust uit en was moeilijk af te stoppen. Altijd konden de ballen bij hem worden ingeleverd.

Italië herstelde zich van een mindere periode. In 2006 was het land, met ook al Buffon en Pirlo, wereldkampioen. In 2008 was er, naast de 3-0 nederlaag tegen Oranje in de groepsfase, nog wel een kwartfinale. Daarin toonde Spanje zich sterker na strafschoppen. Het WK van 2010 was een ramp voor Italië. Uitschakeling in de groepsfase. Na gelijke spelen tegen Paraguay en Nieuw-Zeeland én een nederlaag tegen Slowakije.

Zonder enige verwachting gingen de Italianen naar Polen en Oekraïne. Prandelli suggereerde zelfs dat het misschien wel wenselijk was thuis te blijven, omdat enkele spelers in eigen land voor hun mogelijke rol in het omkoopschandaal juridisch werden vervolgd. Kennelijk werkte het op de één of andere manier bevrijdend. Er was geen druk, wel kwaliteit.

Italië kon ook tot smaakmaker uitgroeien, omdat anders kanshebbers het lieten afweten. Nederland was nergens, Duitsland was toch net niet goed genoeg, Rusland begon indrukwekkend maar verslikte zich in de stugge Grieken. Engeland was soms aardig maar ook niet meer dan dat. De Fransen kregen weer ruzie.