PlusAchtergrond

Is Nederland nog een sprintland? ‘Gat met Russen en Japanners is giga’

De afgelopen negen jaar eindigden er altijd Nederlandse schaatsers op het podium bij het WK sprint. Afgelopen weekeinde in Hamar waren ze in geen velden of wegen te bekennen.

Kai Verbij en Kjeld Nuis in actie op de 1000 meter tijdens het WK sprint in Hamar.Beeld ANP

Er waren tijden, in 2014 bij de Winterspelen in Sotsji bijvoorbeeld, dat Nederland een sprintland was. Op de belangrijkste podia stond steevast minimaal één Nederlander. Maar het WK sprint in Hamar leverde een top 3 zonder oranje op. En dan ontbraken de Russen nog.

“Als Nederland moeten we echt aan de bak,” zegt Kai Verbij. “We worden zoek gereden. Op de 500 meter is er een giga gat met de Russen en Japanners. Hun basissnelheid is zoveel hoger dan die van ons, dat ze de 1000 meter gedoseerd rijden en ook nog in snelle tijden.”

Samen trainen

Kjeld Nuis won zaterdag wel de langste sprintafstand, maar eindigde in het eindklassement op plek zeven. Nuis: “Je ziet een tendens: de pure sprinters gaan steeds betere 1000 meters rijden. Het is geen incident. Die lui hebben geen uitschieters meer, zij hebben hun niveau ontwikkeld en kunnen doorrijden. Dat is wel even een dingetje.”

Zowel Nuis als Verbij denken dat het verschil voor een groot deel gemaakt wordt door het samen trainen van de Japanners en de Russen. In het buitenland zijn de beste schaatsers niet verdeeld over commerciële ploegen, maar behoren ze tot de nationale selectie. Verbij: “Ik ben vaak alleen met Dai Dai Ntab op pad. Ik zou graag met Thomas Krol en Kjeld trainen, maar dat gaat niet. Wij zijn concurrenten.”

Gat dichttrekken

Verbij’s contract bij Reggeborgh loopt nog tot en met de volgende Winterspelen. “En ik ben blij met de sponsor en met mijn trainer.” Nuis, uitkomend voor Jumbo-Visma: “Ik wil niet weg en Kai en Dai Dai liggen vast bij hun eigen ploeg.”

Volgens Jac Orie, de coach van Nuis, wordt het verschil niet gemaakt door ‘het achter elkaar rijden’, maar door talent en de manier van trainen. “Pavel Koelizjnikov springt uit stilstand 3,25 meter ver. Al zit je 85 uur achter elkaar, dan spring je dat nog niet,” zegt Orie. Ter geruststelling: “Het verschil tussen winnen en verliezen is niet groot. Zo’n gat trekken we wel weer een keer dicht, al moeten we op onze tellen passen.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden