PlusAchtergrond

Is de inhaalslag voor vrouwen op de Spelen bijna voltooid?

Op de Olympische Spelen van 2024 moeten voor de eerste keer net zoveel mannen als vrouwen meedoen. Voor de minder geëmancipeerde sportlanden heeft dat enorme consequenties. Voor Nederland niet, denkt Maurits Hendriks van NOC-NSF.

Nouchka Fontijn (in het blauw) bokste zich op de Spelen van Rio in 2016 naar een zilveren plak.Beeld AP

Het Internationaal Olympisch Comité heeft het programma voor de Spelen van Parijs in 2024 vernieuwd en uitgebreid, maar het maximaal aantal deelnemers blijft op 10.500. Belangrijk daarbij is het nieuwe streven van het IOC: evenveel mannelijke als vrouwelijke deelnemers.

In de vorige eeuw groeide het aantal sporters op de Olympische Spelen alleen maar, al stokte die groei zo nu en dan door een politieke boycot (Montreal 1976, Moskou 1980 en Los Angeles 1984) of, in vroeger tijden door de te grote reisafstand voor de Europese deelnemers (St. Louis 1904, Los Angeles 1932 en Melbourne 1956). Sinds 1996 schommelt het aantal deelnemers rond de tienduizend; het is daarom aannemelijk dat het streven voor maximaal 10.500 deelnemers in 2024 keurig wordt gehaald.

De grootste ambitie van het IOC is echter dat er in Parijs net zoveel mannen als vrouwen zullen meedoen. Maurits Hendriks, technisch directeur van NOC*NSF: “Het IOC is al enige tijd bezig om die aantallen gelijk te trekken. Mijn indruk is dat dit zeer zorgvuldig gebeurt, als je ziet wat er is veranderd bij de laatste Olympische Spelen. In 2016 was het al bijna gelijk in Rio de Janeiro. Parijs 2024 is niet meer dan een laatste stap.”

Als deze missie slaagt, dan is dat de afronding van een langdurig proces van olympische emancipatie, beginnend bij het nulpunt: de eerste moderne Olympische Spelen in 1896 telden alleen mannelijke deelnemers. Stapsgewijs kwamen er veranderingen. In 1928 werden atletiek en turnen als twee toonaangevende sporten voor vrouwen toegankelijk. De eerste teamsporten werden in 1964 opengesteld voor vrouwen, in 1992 volgden de eerste vechtsporten, zoals judo.

Conservatiever

Zo groeide het aantal vrouwelijke olympiërs geleidelijk tot in de jaren zeventig, waarna er een enorme versnelling optrad, een proces dat Hendriks van dichtbij heeft meegemaakt. “Bij veel sporten ging die gelijkwaardigheid allang op, zoals in mijn eigen sport, het hockey. Boksen en gewichtheffen waren veel conservatiever, die kregen pas deze eeuw een olympisch vrouwentoernooi.” Volgens Hendriks was hiervoor de druk van het IOC cruciaal. “Anders verandert er niets.” Nu worden zelfs boksen en gewichtheffen in 2024 in aantal deelnemers én het aantal medaille-evenementen gelijkwaardig voor mannen en vrouwen.

Deze olympische emancipatie betekent wel dat de mannen moeten inleveren, want in twee stappen daalt hun aantal van ruim 6100 in Rio de Janeiro naar 5250 in Parijs – een daling van bijna 15 procent. Voor Nederland maakt dat niets uit, aldus Hendriks. “Bij ons liggen die verhoudingen al gelijk. Er is hier geen onderscheid meer tussen mannen en vrouwen.” Bij de Spelen van 2016 waren de Nederlandse vrouwen voor het eerst in de meerderheid.

Sterker nog, op alle Zomerspelen sinds 2000 werden voor Nederland de meeste medailles door vrouwen gewonnen: ruim 60 procent. Met het groeiende belang van vrouwensport op de Olympische Spelen heeft Nederland daar dus al een voordeel. In mindere mate gaat dat ook op voor Canada, China en de Verenigde Staten, waar de vrouwen inmiddels ook succesvoller zijn dan de mannen.

Sportieve achterstand

Het zijn juist de minder geëmancipeerde sportlanden die door deze feminisering een sportieve achterstand oplopen als ze zich niet snel aanpassen. Bij olympische grootmachten als Groot-Brittannië, Italië en Duitsland wonnen de vrouwen op de laatste vijf Zomerspelen slechts 30 tot 40 procent van alle medailles. Het land dat hier het slechtst scoorde, was Frankrijk: van de 189 Franse olympische medailles sinds 2000 waren er maar zestig voor vrouwen.

Het merkwaardige is dat het IOC wel de internationale sportfederaties heeft opgeroepen om in 2024 te komen tot een gelijkwaardige man-vrouwverdeling, maar niet de nationale olympische comités. Dat verbaast ook Hendriks. “Het is natuurlijk minder makkelijk om dat te organiseren, omdat er wereldwijd grote verschillen bestaan tussen de deelnemende landen. Dat neemt niet weg dat het IOC op zijn minst alle nationale comités moet aanmoedigen te komen tot gelijkwaardigheid.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden