Plus

International Swimming League is meer dan alleen een lucratief toernooi

Terwijl overal coronabubbels barsten en sportwedstrijden worden afgelast, strijden de beste zwemmers ter wereld zes weken lang tegen elkaar in het zwembad van de Duna Arena in Boedapest, in het kader van de International Swimming League. Ook Kira Toussaint is erbij.

Rugslagspecialist Kira Toussaint doet mee in Boedapest. “Eindelijk weer eens een wedstrijd op hoog niveau.”Beeld Getty Images

Het idee lijkt Amerikaans, maar komt uit het brein van Konstantin Grigorishin. De Oekraïense miljardair (54), rijk geworden door machinebouw, transport en energiedistributie, schopt graag tegen de gevestigde orde aan om vernieuwingen in gang te zetten.

In de zwemwereld doet hij dat met de International Swimming League (ISL), waar tien teams van zwemmers van verschillende nationaliteiten zes weekenden op rij tegen elkaar zwemmen. Hij poogt met spektakel het zwemmen aantrekkelijker te maken voor het publiek.

Niet zonder slag of stoot

Decennialang waren de World Cups de enige mondiale zwemtoernooien die jaarlijks plaatsvonden. Wereldkampioenschappen waren er elke twee jaar, Olympische Spelen om de vier jaar. De International Swimming League veranderde dit in 2019. Dat ging niet zonder slag of stoot: de wereldzwembond Fina verbood in eerste instantie alle bonden ­samen te werken met ISL. Individuele zwemmers riskeerden zelfs jarenlange schorsingen.

De plooien in het geschil werden gladgestreken, waardoor vorig jaar de eerste editie van ISL kon plaatsvinden. Grootverdiener bij de vrouwen, Sarah Sjöström, verdiende in zes weken bijna 140.000 dollar, voor zwemmers een astronomisch bedrag. Bij de mannen was Caleb Dessel met zo’n 100.000 dollar het succesvolst. Grigorishin haalt geld binnen door de uitzend­rechten te verkopen in 140 landen.

Deze tweede editie in Boedapest is door corona minder lucratief: als startgeld krijgt ieder van de 300 deelnemers 15.000 dollar. “Ik doe niet mee voor het geld,” zegt rugslagspecialist Kira Toussaint (26), die bij het toernooi onderdeel is van Team Roar. “Het is weer eens een inter­nationale wedstrijd met een hoog niveau. Eindelijk kunnen we ons weer meten met anderen.”

Adrenaline

Zes weekenden op rij komen steeds vier van de tien teams in actie op de kortebaan. In twee uur komen verschillende afstanden aan bod, waarna een speciaal puntensysteem de winnaar aanwijst. Het evenement schuwt de bombast niet: met lichtshows en opzwepende muziek wordt de adrenaline opgestuwd. “Er is meer sfeer dan bij een normaal zwemtoernooi,” zegt Toussaint.

Het evenement doet haar denken aan haar tijd in de Verenigde Staten, waar ze tot drie jaar geleden trainde. “EK’s en WK’s draaien om jezelf, om je tijden en je medailles. In Amerika is zwemmen meer een teamsport, net als hier in Boedapest. Als ik het goed doe, scoor ik punten voor mijn hele team. Dat is gaaf.”

Goede meetmomenten

Thom de Boer (28), lid van zwemclub De Dolfijn in Amsterdam, noemt ISL ‘een zes weken durend trainingskamp met wedstrijden’. “Met het olympisch kwalificatietoernooi in december op komst zijn deze wedstrijden goede meetmomenten.” De vrijeslagspecialist, uitkomend voor Team Iron, is net als Toussaint enthousiast over het format. “Het is een vette happening, heel anders dan we in Nederland gewend zijn. Zeker voor de toeschouwers. ISL is spectaculairder, sneller en opzwepender.”

Het is de eerste deelname voor De Boer, die normaal gesproken weinig aan internationale wedstrijden meedoet. Hij werkt voltijds op een vastgoedkantoor en stopt na de uitgestelde Olympische Spelen met wedstrijdzwemmen op het hoogste niveau. “Ik kan goed zwemmen, maar niet goed genoeg om er rijk van te worden,” zegt De Boer. “Ik behoor tot de Europese subtop. Deze financiële prikkel van ISL kan ik niet laten lopen.”

Vast op eiland

Tussen de wedstrijden door zitten de zwemmers in Boedapest vast op een eiland. Met bussen worden ze per team naar trainingslocaties gebracht, om de vijf dagen is er een coronatest en per dag mogen ze anderhalf uur buiten wandelen. Elke zwemmer ontbijt, luncht en dineert aan een eigen tafeltje. Toussaint en De Boer vinden deze regels niet zo streng; ze wijzen op de ­situatie in Nederland. “We willen vooral gezond blijven. Dat is hier waarschijnlijk makkelijker.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden