Plus Interview

In de modder voelt Del Carmen Alvarado zich thuis

Ceylin del Carmen Alvarado (21), opgegroeid in de Rotterdamse probleemwijk Beverwaard, behoort tot de wereldtop in het veldrijden. Ze is favoriet zondag bij het NK.

Ceylin del Carmen Alvarado komt als eerste over de finish bij de Berencross Meulenbeke, oktober 2019. Beeld Belga

In de buurt waar Ceylin del Carmen Alvarado woont, worden de huis-aan-huiskranten soms gebruikt als gordijnen. Beverwaard, in het uiterste zuidoosten van Rotterdam, haalde vooral het nieuws vanwege een brute afrekening twee jaar geleden door daders van 17 en 18 jaar, met een kalasjnikov op nog geen 500 meter van het huis van de familie Alvarado.

“Hier zou je toch niet graag willen wonen?” Alvarado lacht erbij. “Maar ik woon er.” Al zo lang ze zich kan herinneren – en ze heeft leren leven met de mores van Beverwaard. “Die moord zegt me niets, maar ik kan me wel schietpartijen herinneren. Ook toen ik nog op de basisschool zat. Een keer zag ik allemaal politie en ambulance en lag er iemand dood in de sloot. Verschrikkelijk, maar het gebeurt.”

Alvarado kan zich afsluiten voor wat zich buiten op straat afspeelt, al zet ze haar fietsen uit voorzorg op zolder in plaats van in de schuur. “De mensen hier weten wel dat wij fietsen hoor.” Er is een buurvrouw die trouw de knipsels uit de krant door de brievenbus doet. “Maar ik voel me nou niet heel erg op mijn gemak hier. Uiteindelijk willen we niet blijven.”

Ze woont nog thuis, de oudste dochter van een gezin van vijf. Met vader Rafael, moeder Ramona, haar jongere broertje Salvador (17) en zusje Yanichelle (14). Alvarado is inmiddels Nederlands en Europees kampioen veldrijden bij de beloften en staat dit seizoen al op elf zeges bij de elite. Het heeft haar nooit moeite gekost zich te ontworstelen aan de problemen waar de wijk mee kampt, mede dankzij haar ouders, haar opvoeding en het geloof.

Asopao en guisado

Op de bijzettafel in de huiskamer ligt een Spaanstalige bijbel. Elke dag leest ze een stuk. Op de grond ligt een halter voor de krachttraining, aan de muur hangen ingelijste kampioens­truien van Ceylin en Salvador. Boven op haar slaapkamer staat haar crosser met de blauwe strepen en gele sterren van de Europees kampioen. Haar bijbehorende kampioenstrui hangt over de verwarming. Overal in de kamer staan bekers of hangen medailles.

Met haar Dominicaanse roots valt Alvarado als vanzelf op in de cross. Ze werd geboren in Río San Juan en kwam op haar vijfde met haar moeder en broer naar Nederland. Vader Rafael, timmerman in de bouw, woonde toen al in Rotterdam. Thuis is de voertaal Spaans en het liefst eet ze asopao, goed gevulde rijstsoep, of guisado, stoofschotel. “Ik ben in Nederland opgegroeid, ik ben Nederlands kampioen en voel me altijd trots als ik dat oranje pak aantrek bij kampioenschappen. Maar ik voel me voor een groot deel Dominicaans. De cultuur zit er heel erg in, met het geloof, de taal en wat we eten.”

Al herinnert ze zich nauwelijks iets van haar Caribische jaren, behalve dat ze vlak aan het strand woonde en dat ze in uniform naar school moest, waar elke dag de vlag werd gehesen. “Ik had een heel leuke juf. Veel meer weet ik eigenlijk niet. De laatste keer dat ik er was, is al meer dan tien jaar geleden. Ik wil heel graag terug, maar ik zit ook met mijn planning voor het fietsen.”

In het begin werd nog wel eens vreemd opgekeken als de Rotterdams-Dominicaanse familie haar opwachting maakte in een Vlaams bos of weiland, maar inmiddels weten de mensen in Ruddervoorde, Gieten en Namen niet beter. “Echt racisme ben ik nog nooit tegengekomen, maar in het begin was het wel wennen voor sommigen. Mensen vonden het nog wel eens irritant hoe mijn moeder ons aanmoedigde: fanatiek en in het Spaans.”

Vroeg opstaan, hard werken

Elk weekeinde stappen de Alvarado’s in het Volkswagenbusje om naar de cross te gaan. Salvador rijdt vaak in de ochtend, Ceylin ’s middags. Vader Rafael ontfermt zich over het materiaal, moeder Ramona zorgt voor eten, kleding en masseert. “Vroeg opstaan en gelijk wegwezen. Hard werken, niet alleen voor ons, maar ook voor mijn ouders. Als we ’s avonds thuis­komen gaan we alles uitladen met z’n allen. Nog een snelle hap, vaak frietjes, en als het kan kijken we de wedstrijd nog terug.”

Al op jonge leeftijd merkt Alvarado dat ze gemaakt is om te sporten. Hardlopen eerst, maar daar stopt ze mee als ze een jaar of tien is. Bevangen door de kou geeft ze er halverwege een veldloop de brui aan. “Het had gesneeuwd, het was gaan dooien en overal lag ijswater. Mijn voeten en handen waren bevroren. Ik ben jankend uitgestapt en het was voor mij gelijk klaar.”

Tien jaar later maakt ze op de fiets naam in de modder en kou. “Het idee om te gaan fietsen kwam van mijn vader. Na twee jaar ben ik ook gaan veldrijden. Ik het begin wist ik helemaal niet dat meisjes ook mee konden doen aan wedstrijden. Toen ik daarachter kwam, werkte dat wel motiverend.”

Nu is ze een van de kopstukken van een nieuwe lichting Nederlandse vrouwen in de cross. Yara Kastelijn, Annemarie Worst en Alvarado: jonge twintigers die dit jaar veel winnen op het hoogste niveau. Ze rijdt voor dezelfde ploeg als Mathieu van der Poel en net als hij ook op de mountainbike.

Hoewel ze officieel nog uitkomt in de beloftencategorie, onder 23 jaar, telt Alvarado voor zichzelf alleen de belangrijkste zeges bij de elite. Zo geteld staat ze dit seizoen op tien overwinningen. Haar Europese titel bij de beloften, die ze in november prolongeerde, telt ze niet mee.

Revanche

Zondag zal ze bij de elite proberen de rood-wit-blauwe Nederlandse kampioenstrui te bemachtigen. Bij de beloften is er maar één wedstrijd die Alvarado nog echt interesseert: het WK, begin februari. Dan wil ze zich revancheren voor haar verlies afgelopen jaar, toen ze als topfavoriet derde werd bij de wereldkampioenschappen.

“Op het podium heb ik heel even gelachen, maar dat ging niet van harte. Ik heb zitten janken, de dag erna en ook de dag daarop weer. Het trok wel weg, maar de verbitterdheid zat er nog een week. Dat verloren WK maakt mij extra hongerig. Als renner moet je het allebei meemaken. Je moet kunnen winnen én verliezen.”

Dit is het bestaan dat ze altijd heeft nagejaagd. “Wie hoor je nou zeggen dat ze met sport de kost kunnen verdienen? Ik fiets voor mijn geld. Drie jaar geleden ben ik na de havo bewust gestopt met school. Ik heb ervoor gekozen mijn leven aan de sport te wijden. Nu behoor ik al tot de

wereldtop, maar over vijf jaar hoop ik een of meer regenboogtruien te hebben bij de elite: het hoogst mogelijke in de cross. Als ik dat niet tot doel zou hebben, waar ben ik dan mee bezig?” 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden