Plus

In de ban van sledehonden: 'Je moet een goede stofzuiger hebben'

Rob en Sandra Mossinkoff trainen vier keer per week met hun tien husky's. Eind januari doen ze mee aan het WK sledehondenrennen. 'Je moet er echt voor gaan. Een tennisracket zet je in een hoek, een hond niet.'

Hond Per Beeld Eva Plevier

Tegen de donkere horizon tekent zich een sliert zwakke lampjes af. Een ogenblik waan je je in sprookjesachtig Lapland, met aan de einder een arrenslee. In werkelijkheid staan we om acht uur 's morgens op parkeerplaats Peddelpoel in Spaarnwoude en is het geen arrenslee, maar een quad met een span sledehonden die voorbijstuift.

"Sandra is nu op de helft van haar rondje," zegt Rob Mossinkoff (60). Hij volgt de lichtjes die snel tussen de bomen verdwijnen.

In voorbereiding op het WK sledehondenrennen trainen Mossinkoff en zijn vrouw Sandra (51) vier keer per week met hun tien Siberische husky's in Spaarnwoude.

Na zo'n twintig minuten keert Sandra terug op de quad, waarvan de motor natuurlijk uit staat. Felle koplampen doorboren de duisternis. Vijf husky's trekken haar voort. Rob ontdoet de hijgende honden van hun tuigje. Gulzig drinken ze uit de waterbakken die hij heeft klaargezet.

'Als ze merken dat ze weer mogen rennen, worden ze helemaal gek' Beeld Eva Plevier

De vijf achtergebleven honden, die nog niet hebben ­gerend, zijn door het dolle heen. Een fonkeling in hun felblauwe en bruine ogen, gespitste oren. Ze rukken aan hun halsband, blaffen, piepen en joelen alsof hun leven er van afhangt. "Ja, als ze merken dat ze weer mogen rennen, worden ze helemaal gek," zegt Rob.

Vooral Per, die ook wel de sierkip wordt genoemd vanwege zijn mooie blauwe ogen, krijgt er nooit genoeg van. Hoe hard hij ook heeft gerend, na afloop blijft hij teleurgesteld piepen. 'Een dramblafje' noemt Rob het.

Goede stofzuiger
Per maakt deel uit van het hondenteam dat zal deelnemen aan het wereldkampioenschap, van 29 januari tot 2 februari in het Franse Bessans. De andere husky's zijn daar met hun dertien jaar te oud voor.

"Ze trainen wel mee, maar in een veel lager tempo. We hebben ook nog een jonge husky van zeven maanden. Die staat nu al te trappelen om mee te doen," zegt Rob. Als het dier hees piept en hem smekend aankijkt, geeft hij hem een ­bemoedigend schouderklopje: "Volgend jaar mag jij ook, jongen."

Twintig jaar geleden raakten Rob en Sandra Mossinkoff in de ban van sledehonden en dan vooral de Siberische husky, die witgrijze poolhond met zijn betoverende oogopslag. Rob: "We wilden ook graag meedoen aan sledehondenrennen, maar niet elke husky is daar geschikt voor. Door wedstrijden en evenementen te bezoeken, legden we contacten in die wereld. Toen iemand ermee stopte, konden wij zijn jonge honden overnemen."

Vervolgens was het hek van de dam. Al snel haalde het echtpaar tien Siberische husky's in huis. Ze verblijven ­zowel buiten in de kennel als binnen in de woonkamer. "Je moet wel een goede stofzuiger hebben," zegt Rob ­laconiek. "Maar als je steeds zorgt dat het netjes blijft, gaat het prima. Ze liggen weleens met z'n vieren op me te slapen als ik tv zit te kijken. Een en al rust zijn ze dan."

Rob werkt als behandelaar in de verslavingszorg en ­Sandra als teamleider in een verpleeghuis. Ze hebben hun ­leven volledig ingericht op de honden. "Het is een automatisme geworden: de verzorging, het eten ­geven, trainen," zegt Sandra. Rob: "Je moet er echt voor gaan en alles geven. Een tennisracket zet je in een hoek, een hond niet."

De handrem aantrekken
Langzaam wordt het lichter in Spaarnwoude. Een zwerm kraaien maakt zich los uit de kale bomen. In het hoge gras staat een roerloos windmolentje. Sandra houdt van de ochtenden waarin ze nog helemaal alleen zijn in het ­recreatiegebied: "Je ziet de zon opkomen, konijntjes rennen. Maar nog veel mooier zijn de wintertrainingen in Oostenrijk of Frankrijk. Je hoort dan alleen de sneeuw knisperen, het hijgen van de honden, de zingende vogels."

Rob maakt intussen het wedstrijdhondenteam gereed voor een trainingsrondje. Dat dat op een niet-gemotoriseerde quad gebeurt, is vanwege de veiligheid. Hoewel het in de vroege morgen nog rustig is op het terrein, kan er ­altijd plotseling een ruiter of wandelaar oversteken.

Rob Mossinkoff tijdens een wedstrijd in St. Ulrich am Pillersee, 2018 Beeld Bartjan Nieuwerf

"Met de quad kunnen we dan meteen de handrem aantrekken. We kregen om die reden vrijstelling van het ­recreatieschap om hier te mogen rijden," legt Rob uit. "Bij de wedstrijden in de sneeuw gebruiken we natuurlijk wel een slee."

Bus en caravan
In de winter vertrekt het stel voor zes weken naar de sneeuwgebieden voor trainingskampen en wedstrijden. Rob kiest dan altijd voor de sprintwedstrijden in de zes-hondenklasse.

"Gedurende drie wedstrijddagen loop je een afstand tussen de 11 en 15 kilometer per dag. Dat doe ik liever dan langere afstanden. Ik zeg altijd: als ik wegga, zet ik het koffiezetapparaat aan en als ik terugkom, moet het doorgelopen zijn."

Tijdens de toernooien staan Rob en Sandra met hun bus en caravan tussen de andere deelnemers. "Een hotel is voor ons niet handig, omdat we dicht bij onze honden willen zijn; zij verblijven in de bus," legt Sandra uit. "Bovendien is het gezelliger om bij de ­andere hondeneigenaren te staan. Het is een klein wereldje." In Nederland zijn tweehonderd sledehondenteams ­actief; ongeveer zes daarvan nemen deel aan de internationale toernooien.

Geoliede machine
Wie dacht dat je er bent met het zo snel mogelijk lopen van een rondje, heeft het mis. Om goede resultaten te bereiken, moet je volgens Rob een team hebben dat als een ­geoliede machine functioneert.

Rob en Sandra Mossinkoff trainen hun husky's in Spaarnwoude Beeld Eva Plevier
Rob en Sandra met de husky's Beeld Eva Plevier

"De honden moeten volledig op elkaar ingespeeld zijn. Dat train ik door bijvoorbeeld ineens te stoppen tijdens het rijden. Ze popelen dan om verder te gaan. Zo laat ik ze eraan wennen om de voeten tegelijk aan te zetten en in één keer weg te gaan. Sturen doe ik met mijn stem, door commando's te geven."

Rob laat zijn husky's ook intervaltrainingen doen om het cardiovasculaire systeem te stimuleren en hun topsnelheid te verhogen. Die ligt op droge grond met de quad rond de 31 kilometer per uur en in de sneeuw op zo'n 38 kilometer per uur. "Soms lopen de honden zo mooi in cadans en goed in ­galop dat ik denk: dit is het! Dan stop ik onderweg en ­beloon ze door met ze te spelen en 'goed zo jongens!' te roepen. Daarna lopen ze op dezelfde manier verder."

Goud
Zelf moet hij ook in goede conditie zijn voor het sledehondenrennen. "Bij het WK in Bessans heb je te maken met hoogteverschillen van 194 meter. Je moet flink aan de bak. Op de heuvels ren of step je mee, soms gedurende ­anderhalve kilometer."

Van 18 tot en met 20 januari deed Rob mee aan het Nederlands Kampioenschap in St. Ulrich am Pillersee. Daar werd hij dertiende in de B1-klasse (6 honden-klasse) met achttien (ook internationale) deelnemers. "Ik ben desondanks heel tevreden over mijn honden. Ze liepen elke wedstrijddag sneller. Maar er zijn meer goede teams."

In 2005 werd hij tweede op het WK, vorig jaar derde op het EK. "In de regel eindig ik best hoog, maar of we dit jaar goud halen? Bij de eerste drie zou al mooi zijn."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden