Plus Interview

Hoofdredacteur Voetbal International: 'Ik wil van die afzeikcultuur af'

Bij zijn aantreden als hoofdredacteur van Voetbal International trof Christiaan Ruesink (47) een tijdschrift in zwaar weer. Na reorganisaties, verdeeldheid op de redactie en de eerste VI met vrouwen op de cover wil hij, fris terug van vakantie, doorpakken.

Hoofdredacteur Voetbal International Christiaan Ruesink (47) Beeld Mark van der Zouw

Eigenlijk wilde Christiaan ­Ruesink een echte grasmat in zijn kantoor op de redactie van Voetbal International, toen hij er in mei 2016 hoofdredacteur werd. Ruesink was net zes jaar hoofdredacteur bij het AD geweest, een tijd waarin hij de krant nieuw elan gaf. Toen VI op de stoep stond - Ruesink is 'een sportjongen' - beoordeelde hij dat, vrij naar Ronald Koeman, 'als een trein die maar één keer voorbij komt'.

De grasmat kreeg hij niet, het werd kunstgras, maar de tijd om daar mee te zitten had Ruesink niet. Voetbalbolwerk VI zit al jaren in een vrije val, de laatste jaren nóg heviger dan daarvoor. Toen Johan Derksen in 2000 hoofdredacteur werd, had het blad bijna 200.000 abonnees.

In 2013 waren er, toen Derksen stopte, nog 130.000 over. In de drie daarop volgende jaren halveerde dat aantal onder leiding van Derksens opvolgers Tom van Hulsen en Thijs van Veghel. Van Hulsen ruimde het veld, Van Veghel werkt nog bij VI als hoofd digitale media.

Toen Ruesink kwam, was er nogal wat achterstallig onderhoud te verrichten.

Er moest drastisch worden gesnoeid in de redactie (VI ging het afgelopen jaar van 53 naar 32 redacteuren), er móest een nieuw online betaalmodel komen (VI Pro, waar voor 5 euro per maand een selec­tie uit het blad te lezen is, werd in mei gelanceerd) en Ruesink wilde graag een nieuwe vormgeving (niet gelukt, staat gepland voor ­later dit jaar).

Toen u werd aangesteld zei u in een interview dat u het 'onvoorstelbaar' vond dat u de baas werd van dit voetbalbolwerk. Heeft u dat gevoel nog steeds als u naar uw werk gaat?
"Haha, dat gevoel is wel weg."

Hoe dat zo?
"Het is net als met verliefdheid. Eerst ben je ­stapelverliefd, daarna leer je elkaars nukken beter kennen. Dan wordt het houden van."

Voor een prille verliefdheid kwamen er ook wel erg veel problemen op uw pad.
"Ja, ja. We hebben echt wel een heel zwaar jaar achter de rug. Wij als redactie, als merk. Er is ontzettend veel gebeurd, wat ik voor een deel zag aankomen, maar voor een deel ook niet. Ik wist - ik had gekeken naar de financiën, de bezetting van de redactie - dat er flink gesnoeid moest worden.

De omzet was jarenlang gedaald (VI draaide in 2016 anderhalf miljoen verlies, red.), maar het aantal mensen was gelijk gebleven. Het is een situatie die je ook bij veel kranten ziet - ik ken het uit mijn tijd bij het AD. Er moesten keuzes gemaakt worden. We moesten een nieuw businessmodel vinden: VI Pro. Bij mijn voorgangers lag daar geen prioriteit."

Het was toch gewoon een rokende puinhoop toen u binnenkwam bij VI?
"Nee, een rokende puinhoop niet. Het was drie jaar na Derksen. Vrijwel iedereen op de redactie is onder hem begonnen. De cultuur van Derksen was de cultuur van VI. Met al zijn goede en minder goede kanten, maar duidelijk was het wel. Derksen is een leider die zegt zoals hij het wil, en zo gebeurt het."

Een succesvolle formule.
"Zeker. Ik heb in zijn tijd wel eens een gesprek met hem gehad om bij VI te gaan werken. Hij ­­zei toen: 'VI is van de provincie, we moeten verslaggevers hebben bij alle clubs en de eredivisie maximaal coveren.' Dat kan je doen als het je ­financieel goed gaat. Hij breidde de redactie uit, maakte het blad dikker.

Aan het einde van Derksens periode zie je dat hij het tv-programma en de boekentak steeds belangrijker maakte.

Dat deed hij om financiële gaten te dichten. Er was op dat moment - dat neem ik hem niet kwalijk - minder aandacht voor de verandering van de media.

Toen hij wegging had er iemand moeten komen die het volledig omgooide. Dat is niet gebeurd. Ik probeer dat nu alsnog te doen.

Ik durf wel zo arrogant te zijn om te zeggen dat als ik toen was aangesteld, we niet hadden gestaan waar we nu staan."

Derksen heeft voortdurend openlijk kritiek ­geuit op zijn opvolgers, die hij zelf aanstelde.

"Dat had je kunnen voorzien. Daarom denk ik dat ik niet was gekomen als WPG, de uitgever van VI, me destijds had gevraagd. Na zo'n iconisch figuur kun je alleen maar falen. Derksen is onderdeel van de geschiedenis van VI. Zoals een oud-premier altijd iets mag zeggen over politiek, vind ik dat Johan Derksen altijd een mening mag hebben over VI.

De jaren na Derksen hebben zich gekenmerkt door niet al te sterk leiderschap. Ook was het voortdurend onrustig binnen WPG. Er waren te veel directeurtjes. De hele toplaag van WPG is weggesneden."

Over welke tijd hebben we het dan?
"Begin dit jaar. Tot de zomer is het echt geen leuke fase geweest. Nu pak ik VI Pro aan om de redactie te laten zien: kijk, er is weer richting."

Had de redactie dat nodig?
"Toen ik begon bij VI genoot ik het vertrouwen, maar als je impopulaire maatregelen neemt, moet je opnieuw bewijzen dat je alles doet in belang van VI. Achteraf kun je zeggen dat we bij de eerste reorganisatie in oktober 2016 (vijftien ontslagenen) verder hadden moeten doorpakken.

Nu moesten we in juni nog eens zes mensen laten gaan. Het is fijn dat VI Pro onder ­leiding van Dennis van Luling en ons talent ­Pieter Zwart nu aanslaat: we hebben nu zo'n 3000 abonnees en 70.000 geregistreerden. Ik geloof heel erg in de verdiepende journalistiek die we op het platform brengen."

Dat klinkt hoopvol.
"Ja, dit is het hoopvolle gedeelte. We weten lezers tussen de 20 en 45 jaar die afgehaakt waren bij het blad weer te trekken. Hét verhaal van het jaar was van Martijn Krabbendam met Henk ten Cate, rond de aanstelling van een nieuwe bondscoach van Oranje.

Onlangs ging een analyse van Pieter na Nice-Ajax ook door het dak: 'Hoe Frenkie de Jong het nieuwe Ajaxspel van Marcel Keizer vormgeeft'. Dat soort verhalen moeten wij hebben. Verhalen die over kranten - die voornamelijk aandacht hebben voor Donny van de Beek en de nagalm van het drama rond Nouri - heen gaan."

Christiaan Ruesink Beeld Mark van der Zouw

"Daarbij moet je oppassen voor kannibalisatie: de lezer mag niet het gevoel krijgen dat hij gratis kan lezen wat er later in het blad komt."

"Het grote voordeel van VI: er is een grote groep traditionele lezers. Die wordt weliswaar kleiner, maar het zijn er nog altijd zo'n 70.000. Dat is een heel mooi aantal."

In 2013 was het nog bijna het dubbele.
"Dat klopt. Het grote verlies is gepakt onder jonge lezers, onder de 45. Dat herken ik, ik had mijn abonnement ook opgezegd. We moeten nu voorkomen dat we in dezelfde vaart blijven dalen. Het kan niet zo zijn dat we over drie jaar nog 40.000 abonnees hebben. We moeten niet zeuren over 'maar' 70.000 abonnees en zorgen dat VI over tig jaar nog bestaansrecht heeft."

Het was voor uw tijd, maar het blad heeft zich toch gigantisch in de voet geschoten door afstand te nemen van het tv-programma?
"Ik snap de afweging. De afzeikcultuur die rond het praatprogramma hangt, daar zou ik ook vanaf willen. Ik ben nog steeds bezig met het herstellen van relaties. Ik weet niet hoe ik het gedaan had, maar het klopt wat je zegt: VI had, zeker in combinatie met de boekentak en Michel van Egmond als auteur, goud in handen. Het heeft alleen niet zo veel zin daar lang bij stil te staan. Ik kan geen deal meer sluiten met Voetbal Inside. Ik wil door."

Wat niet helpt in de beeldvorming: in februari stond er een artikel in het AD waarin alle shit binnen VI werd uitgestrooid door (oud-)medewerkers, al dan niet anoniem.

"Dat is zeker niet fijn. Het speelde voor mij ook nog mee dat het AD mijn krant is."

VI zou een maandblad worden, zei u in dat stuk.
"Op een vraag of VI eindig is als weekblad heb ik gezegd dat, als blijkt dat die formule niet meer werkt, je naar een maandblad zal moeten. Dat vind ik ook echt, maar het is nu niet aan de orde. De kop was: 'VI wordt maandblad'.

Ik weet hoe het werkt, maar dat is een les geweest. Intern heeft dat artikel voor veel onrust gezorgd. Het enige wat je dan kan doen, is stug door­werken. Ik ben net terug van vakantie, maar daarvoor heb ik met Patrick Swart, ceo van WPG, gekeken hoe we verder gaan."

Kunt u wat delen?
"Als de or akkoord gaat, verhuizen we eind dit jaar van Utrecht naar het WPG-gebouw in de Wibautstraat in Amsterdam. Wat ik het belangrijkste vind is dat we het over de inhoud gaan hebben. Ik snap heus dat het nooit meer rustig wordt in de media, dat moeten we accepteren. Bij het AD - ik ben ontzettend trots op hoe die krant er nu uitziet - was het ook vaak onrustig."

Swart geeft openlijk aan dat er veel discussie is tussen hoofdredacteur en redactie. De ­redactie schijnt nogal conservatief te zijn.
"Dat is mij veel te zwart-wit. Natuurlijk zijn er conservatieve én progressieve medewerkers. Het verschil met andere mediabedrijven is dat VI werd gerund als een voetbalclub.

Toen ik hier binnenkwam ging het helemaal niet over veranderingen in de media, maar over ontwikkelingen in het voetbal.

Er was een oprechte verbazing over de oplagedaling. De meesten hebben hun hele leven hier gewerkt.

Dat geeft ze een voorsprong qua gedrevenheid; medewerkers geven hun rechterarm voor VI. Het ­nadeel is dat die passie soms in de weg zit."

Hoe was de reactie toen u voorstelde om vóór aanvang van het EK vrouwenvoetbal vier speelsters op de cover te zetten?

"Ik heb bij mijn aantreden gezegd dat ik meer aandacht wil voor voetbal in de breedte: amateurvoetbal en vrouwen. Toen ik op maandag in de redactievergadering zei dat we vrouwen op de cover zouden zetten, was daar onenigheid over. 'Onze lezer zit niet op vrouwen­voetbal te wachten,' was de tendens. Het mooie: die cover deed ik ook niet voor de lezers. Mijn overtuiging is dat je je lezers af en toe moet opvoeden."

U bepaalde dat alleen?
"Ja, dat bepaal ik. Al waren er best een paar mede­werkers het met me eens. Op sociale ­media kwam een enorme discussie op gang: van hoon tot lof. Dat is wat je wil, iets losmaken. Toen we in het nummer ná het EK weer vrouwen op de cover wilden, begreep iedereen wel dat dat de enige juiste keuze was. Het kan jaren duren voordat ze er weer staan."

Wat is het voor signaal dat uw adjunct, Yoeri van den Busken, in oktober opstapt?
"Dat is iets wat je liever niet wil. Yoeri heeft hier heel lang rondgelopen. Vergis je niet: het is een heel zware periode geweest hier, daar mag iedereen zijn conclusies uit trekken. Yoeri wil iets anders, maar ik heb een behoorlijke plaat voor mijn kop en wil stug doorwerken. Een vakantie helpt dan ook. Ik ging compleet leeg op vakantie."

In het begin van het gesprek zei u: prille verliefdheid wordt houden van. Heeft u er ooit over nagedacht de verkering uit te maken?
"Je denkt er wel eens over. Wat dat betreft is het net als een echte relatie. In een echte relatie stop je ook niet bij de eerste de beste tegenslag. Het was belangrijk om op vakantie te gaan. Als je terugkomt zoals ik nu terugkom - ik barst van de energie - moet je de schouders er weer onder zetten. Als ik nog de vermoeidheid had die ik voelde toen ik óp vakantie ging, had ik me zorgen gemaakt."

Dat is eerlijk.
"We gaan weer een spannend jaar tegemoet. We zijn er nog lang niet, dat realiseer ik me heel goed."

CV Christiaan Ruesink

Geboren 15 september 1969, Dinxperlo
Opleiding School voor Journalistiek, Utrecht
Loopbaan Na een stage in 1991 blijven hangen bij het AD. In 1994 over­gestapt naar het ANP. In 1997 keerde Christiaan Ruesink terug bij het AD waar hij als sportverslaggever, later als chef sport en tussen 2010 en 2016 als hoofd­redacteur werkte. Sinds mei 2016 is hij hoofdredacteur van VI.

Opgebiecht

Leermeester "Jaak Smeets. Hij gaf me het vertrouwen dat ik het zou kunnen als hoofdredacteur van het AD. Ik was daar zelf niet zo zeker van."

Beste in het vak "Ik heb grote bewondering voor Joop Niezen, die heel veel heeft betekend voor de Nederlandse sportjournalistiek. Hij was van 1969 tot en met 1984 hoofdredacteur van VI."

Slechtste in het vak "De 'journalist' die vorige week voor Powned een stuk schreef over een verdronken ­Syriër met allerlei persoonlijke toevoegingen. Walgelijk. Ik hoop dat hij
of zij is ontslagen."

Beste advies ooit gekregen "Blijf jezelf. Dat kreeg ik te horen toen ik hoofdredacteur werd. Toen begreep ik de betekenis niet, later wel. Als hoofdredacteur gaan mensen je anders benaderen en kijken ze anders naar je. Toen ik het AD verliet, kreeg ik dan ook het grootste compliment dat ik kon krijgen toen iemand zei dat ik ­altijd mezelf ben gebleven."

Slechtste advies ooit gekregen ­"Iemand zei: leuk joh, neem een permanentje. Ik was 21 jaar, liep stage bij het AD en zag eruit als een poedel."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden