PlusAchtergrond

Homoseksualiteit in het mannenvoetbal: ‘Je denkt: voetbal is niet voor homo’s’

Zo normaal als homoseksualiteit in het vrouwenvoetbal is, zo gevoelig ligt het nog altijd in het mannenvoetbal. Journalist Annemarie Postma vraagt zich af waar dat verschil vandaan komt.

Beeld Rosa Snijders

Begin deze maand werd de voetbalwereld wakker geschud toen een speler uit de Engelse ­Premier League in een anonieme brief aangaf dat hij homoseksueel is. Uit angst voor negatieve reacties zal hij zichzelf pas na zijn loopbaan bekendmaken, schrijft hij. Daags na de brief riep Oranje-international Merel van Dongen haar Twittervolgers op om met de hashtag ­YouCanCountOnMe de anonieme schrijver te steunen. De actie kreeg veel gehoor.

Dat het initiatief komt van een vrouw is veelzeggend. Het vrouwenvoetbal kent, in tegenstelling tot het mannenvoetbal, talrijke voorbeelden van speelsters die openlijk uitkomen voor hun geaardheid. Denk aan de Amerikaanse Megan Rapinoe, vorig jaar verkozen tot beste speelster van de wereld en een belangrijke voorvechter van homoacceptatie. Meer speelsters, ook in het Nederlands elftal, geven in interviews en op social media openlijk blijk van hun homoseksualiteit.

Duwtje in de rug

Het grote contrast komt niet alleen voor op het hoogste niveau. Als speler van Buitenveldert en DVVA heb ik teamgenoten uit de kast zien komen en relaties aan zien gaan met vrouwen binnen en buiten de club. Ik weet niet beter dan dat seksualiteit en geaardheid een normaal gespreksonderwerp is in de kleedkamer, langs het veld of in de kantine.

Bibi Berghout (31), een oud-teamgenoot, kreeg bij Buitenveldert het duwtje in de rug dat ze nodig had, zegt ze als we elkaar na jaren weer spreken. “Zonder voetbal had ik nooit zo veel vriendinnen gehad die ook op vrouwen vielen, die tegelijk met mij hetzelfde meemaakten.”

Niet dat het allemaal vanzelf ging, integendeel. Als 15-jarige puber worstelde ze met haar eigen vooroordelen over ‘de’ vrouwelijke voetballer. “Ik dacht dat er één type lesbische vrouw was, stevig gebouwd en met een opgeschoren kapsel. Ik was bang dat ik ook zo gestereotypeerd zou worden als ik zou toegeven dat ik ­lesbisch was. Nu baal ik van mezelf dat ik er zo bekrompen over dacht. Maar als je verder geen voorbeelden hebt, dan denk je dat het beeld dat je meekrijgt vanuit de samenleving klopt.”

In een vriendenteam greep Berghout, op het eerste gezicht introvert en verlegen, de kans om in haar eigen tempo te ontdekken wie ze is. Op haar achttiende vertelde ze drie teamgenoten met wie ze op vakantie was dat ze op vrouwen valt. Met een van hen, die na de zomer naar Engeland ging, ontstond een briefwisseling, waarin ze beiden open zijn over hun geaardheid. Ze delen hun angsten maar kijken ook verwachtingsvol naar de wereld die ze op het punt staan te ontdekken. Andere teamgenoten nemen haar mee in de Amsterdamse gayscene. “Het helpt gewoon als je mensen om je heen hebt die hetzelfde meemaken,” zegt Berghout. “Daardoor voelde ik me gesterkt. In het mannenvoetbal is het lastiger om lotgenoten te ­vinden.”

‘Hoe blind kun je zijn?’

Blijft het aantal homoseksuele mannen gewoon flink achter bij het aantal lesbische vrouwen op de voetbalvelden? Of is voor mannen de drempel om uit de kast te komen zo hoog dat ze liever zwijgen − of een andere sport zoeken?

Bij oud-voetballer van DVVA Kristiaan Kiwitz (37) was het mechanisme om zijn gevoelens weg te stoppen zo sterk dat hij er bijna zelf in ging geloven. Praten over meisjes, op school of bij zijn voetbalclub in Tilburg, had hij altijd ongemakkelijk gevonden. “Zei iemand: ‘Kijk, een lekker wijf’, dan dacht ik: ik heb geen flauw idee.”

Het verwachtingspatroon uit zijn gezin voelde zo sterk dat hij de signalen probeerde te negeren. Bovendien zat hij op voetbal. Dan kon hij sowieso geen homo zijn, maakte hij zichzelf wijs. “Natuurlijk denk ik achteraf: hoe blind kun je zijn. Maar ik hield mezelf voor dat dat niet was wie ik wilde zijn.” Opmerkingen in de kleedkamer over ‘mietjes’ hielpen niet mee.

Kiwitz, een stille jongen die zich buiten het veld het liefst op de achtergrond hield, ging binnen de lijnen voorop in de strijd. Een echte buffelaar op het middenveld die orders uit­deelde en stevige tackles niet schroomde.

Overcompensatie, zegt hij achteraf.

Toen hij op zijn 24ste naar Amsterdam verhuisde, begon het gevoel van onvrede steeds meer aan hem te knagen. Kiwitz werd lid van DVVA en begon met een master politicologie, waar hij tot zijn verbazing meer homo­seksuele jongens ontmoette dan in al die jaren ervoor. Jongens met wie hij zich kon identificeren, niet de Geer en Goor-achtige types die hij van tv kende. Hij leerde zichzelf accepteren en kwam uit de kast. Stap voor stap, eerst bij familie, daarna bij vrienden.

Twee vrienden, die ook bij hem in het voetbalteam zaten, drukte hij op het hart het nieuws voor zich te houden. Anders dan bij zijn studie zou hij op de voetbalclub als homoseksuele man een eenling zijn. “Als ik deze mensen individueel in een andere omgeving zou zien, zou het geen probleem opleveren. Maar één team, met zoveel mannen, dat vond ik lastig. Ik was bang dat ze me niet zouden accepteren of flauwe grappen zouden maken.” Het zou uiteindelijk nog twee jaar duren voordat hij ook tegenover zijn voetbalvrienden uit de kast kwam.

De reacties waren alleen maar positief.

Hij heeft lang gewacht, maar daar heeft hij vrede mee. “Zo is het voor mij nou eenmaal gelopen. Ik hoop wel dat het in de toekomst voor andere jongens vanzelfsprekender wordt. Ik heb weleens gedacht dat het makkelijker was geweest als ik bijvoorbeeld in de musical- of theaterwereld had gezeten. Dat heeft toch te maken met een bepaald verwachtingspatroon. Van voetballers bestaat het beeld dat ze macho moeten zijn. Als je kijkt naar tv-programma’s als Voetbal Inside, ga je denken: de voetbal­wereld is niet voor homo’s.”

Van enkele homoseksuele jongens weet hij dat ze vroeger hebben gevoetbald maar om die stereotyperingen op jonge leeftijd zijn gestopt. De vraag of je daarom weinig homo’s in het mannenvoetbal ziet is wat Kiwitz betreft dan ook lastig te beantwoorden. “Het lijkt me een combinatie. Ik geloof ook best dat homo’s gemiddeld genomen minder interesse hebben in voetbal. Maar dat is mijn eigen inschatting.”

Spreekkoren

Als een profvoetballer uit de kast zou komen, zou dat veel losmaken, verwacht hij. “Zeker als het een topper is.” Hij heeft de brief van de anonieme speler in de Premier League gelezen. “Ik dacht: arme jongen. Het zou zo mooi zijn als hij de stap zou durven zetten. Je zou hopen dat de steun zo groot is van de club en van de fans, dat het alleen maar positief kan uitpakken. Maar ik weet hoe spannend het is op amateur­niveau, laat staan als je het risico loopt op negatieve spreekkoren of verhalen in de media.”

Bibi Berghout, die inmiddels in Rotterdam woont met haar vriendin, is blij dat in het vrouwenvoetbal het goede voorbeeld wordt gegeven. “Jonge meiden zien dat leuke, succesvolle mensen hetzelfde meemaken als zij. Bij de speelsters van het Nederlands elftal heb ik het gevoel dat ze met een bepaalde vanzelfsprekendheid hun geaardheid tonen. Dat ze geen statements proberen te maken, maar wel zichtbaar zijn. Dat is eigenlijk al een statement op zich.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden