Plus

Hoe een voetballer tot een mythe uitgroeide

Johan Cruijff is meer dan een voetbalgrootheid, hij is een mythe die wereldwijd mensen inspireert en energie geeft, beschrijft sportkenner en Paroolredacteur Maarten Moll.

WK-finale 7 juli 1974 tegen West-Duitsland. Cruijff in de eerste minuut gevloerd: penalty. Nederland verliest uiteindelijk met 1-2. Beeld anp

Waar was u toen u hoorde dat Cruijff, Johan Cruijff, was overleden? In een onwerkelijke tijd, want helden als Cruijff gaan toch niet dood? Kijk, dat is mythevorming. Nu worden we nooit meer wereldkampioen. Dat zullen veel mensen hebben gedacht. Want dat kon nog altijd, zo lang hij leefde kon hij het nog doen, dat wisten we heel zeker. Ons wereldkampioen maken. Want een god doet nooit iets voor zichzelf.

Iedereen kent Cruijff. Dat zinnetje werd steeds maar uitgesproken na zijn dood. Iedereen kent Cruijff. Hoe flikte hij dat? Door anderen te laten zeggen hoe god hij was, pardon; hoe goed hij was. Door te herhalen wat velen zeggen: Voor Cruijff ging je naar het stadion. En dat hij het voetbal heeft veranderd. Wij waren IJsland, wij waren Luxemburg. En Cruijff loodste ons uit de krochten van het voetbal en zette ons op de wereldkaart. En daarna veroverde hij het buitenland en werd zijn naam synoniem voor Nederland: Cruijff is Nederland. Logisch, toch?

Bijzonder dier
Iets anders is de vraag die je stelt aan anderen: "Heb jij hem zien spelen?" En de verbondenheid die je dan voelt ook al weet je de uitslag niet meer of de ploeg waartegen hij speelde. Je hebt hem zien voetballen, achter een hek, een bijzonder dier dat verbluffende kunstjes deed met een bal. Tegen je vriendjes zei je: heb je gezien wat hij vlak na rust met de bal deed? En als niemand het had gezien - groen van jaloezie waren ze - had je iets van hem dat niemand anders had. Je dacht dat Cruijff dat ook wist. Die verbondenheid, dat is mythevorming.

En hoe men over hem praat! "Je hebt geleefd in dezelfde tijd als Cruijff," zei iemand met een glimlach op zijn gezicht. Alsof hij door een god was aangeraakt. Zijn hele leven was Cruijff er ook geweest. Hij was er dankbaar voor, dat zag je, die minister - het was Asscher - was weer als een kind zo blij en door zijn lichaam voetbalde Cruijff. Kijk, dat is mythevorming.

Wonderlijkste metaforen
En Mister Ajax, Sjaak Swart, zei onthutst: "Ik had niet gedacht dat dit kon gebeuren." Niet het ongeloof dat iemand sterven kon, maar dat Johan Cruijff kon sterven kon hij maar niet begrijpen, zal hij nooit ­begrijpen. En de blonde presentator Tom Egbers zei over hem: "Hij zei dingen die wij maar moeilijk begrepen, maar dat lag aan mij." Hij zei sorry tegen Cruijff en dat was meer dan aandoenlijk, dat was aanbidding, het begin van mythevorming.

Op televisie de beelden van de voetballer; onwaarschijnlijke versnellingen, het ontwijken van moordaanslagen, de meest fantastische doelpunten. De bal die zijn meester had gevonden. En dichters, schrijvers en kunstenaars vereeuwigden hem met subtiele streken en de wonderlijkste metaforen, hij voetbalde niet maar schilderde op gras. Dan ben je al meer dan een man die van zijn hobby zijn beroep heeft gemaakt. Dan ben je voetballer naast god.

Messias
Gezegend zijn zij die hem vaak zagen spelen en je hoort nu mannen zeggen dat hun vader ontroerd terugkwam van het stadion waar Cruijff had gespeeld. Een eredienst had ­verzorgd want Cruijff was niet voor niets de messias. Het kind zag groen van jaloezie. Op pleintjes wilde je altijd Cruijff zijn anders ging je boos naar huis.

Beeld anp

"Kijk eens wat hij nou weer doet!" zei commentator Kraay bij oude beelden, en hij bedoelde dat het helemaal niet kon wat Johan Cruijff ons liet zien. Oude beelden van een oude meester. Kijk, dat is allemaal mythevorming. En nu is de mythe dood.

'Kroif!'
Al kan dat natuurlijk helemaal niet. Stap in een taxi waar ook ter wereld. Buenos Aires, Yaoundé, Kathmandu. En zeg dat je uit Holland komt. 'Kruuf!' 'Kroif!' 'Kroeif!' Lachende gezichten, een klets op je ­bovenbeen, vrienden voor het leven.

'Elvis, Jezus and Coca Cola.' De bekendste namen in de wereld volgens de Amerikaanse zanger-schrijver Kinky Friedman. Cruijffie weet het altijd beter: 'In een onderzoek stond dat 2,3 miljard mensen de naam Cruijff kennen. "Ja, wat moet ik me dan nog druk maken?" (Een verbluffend heldere uitspraak trouwens.)

Verhalen over goden blijven altijd bestaan. We vertellen ze verder. Steeds maar weer verder. Het verhaal van het doelpunt tegen Haarlem. Die goal tegen Brazilië. Hoe hij hoog in de lucht en bijna naast het doel scoorde tegen Atletico. Die effectbal tegen België.

Elvis of Jezus
Iedereen kan college geven over Cruijff. Dat kan niet iedereen over Elvis, of Jezus of Pelé. Of Beckenbauer, die wereldkampioen werd. 'Maar Beckenbauer werd wel ­wereldkampioen' zeggen is het bedrijven van scorebordjournalistiek. Niemand kan langer dan een minuutje over Franz Beckenbauer spreken. Als we spreken over Cruijff kunnen we ook de doeltjes weghalen en eindeloos over bewegingen praten, alleen maar over bewegingen praten tot de tranen in ons bier vallen tot we zeggen dat zelfs Messi niet zo compleet is als de mythe Hendrik Johannes Cruijff.

Beeld anp

What we talk about when we talk about Cruijff. "Die beweging aan de zijlijn!" "Balletje achter het standbeen langs." "Die versnelling tegen West-Duitsland." Cruijff speelde zich los van het voetbal. In welk shirt ook, welke kleur. Altijd met dat legendarische nummer 14 de twee cijfers die altijd uitverkocht waren in de fourniturenwinkel.

Verbijsterde Beenhakker
Het is zelfs zo dat we het hem nog altijd niet kwalijk nemen dat hij verzuimde ons in 1974 wereldkampioen te maken. Want had hij de wereld al niet veroverd met zijn spel, bewegingen, doelpunten voor de beker werd uitgereikt? Wat moet een god met een beker?

En dat hij thuisbleef in 1978 hebben we hem ook vergeven, als we praten over Cruijff praten we nooit over prijzen we praten nooit over prijzen maar over de voetballer als kunstenaar en dat stijgt boven alles uit.

O, wat hoopten we dat hij nog eens van zijn berg zou afdalen om ons zijn kunsten te vertonen. Zo lang hij leefde, leefde de mythe. Cruijff die afdaalde om in de Ajaxdug-out naast een verbijsterde Beenhakker plaats te nemen en de regie over te nemen. Beenhakker, stupéfait, wist niet wat te doen. Maar wat doe je tegen iemand die het altijd beter weet? Je kunt een mythische figuur nooit raken.

Dirigeren
En dat hij in 1990 geen bondscoach werd omdat sommige mensen dat niet wilden - hij had ons wereldkampioen gemaakt! Daar leven we mee, we zijn wereldkampioenen die nooit wereldkampioen werden, maar als...

"Hij zal nooit vergeten worden," zeggen we. Ook al zo'n mythische zin, maar dit keer menen we het. Ook als we zeggen: "Zo is er geen tweede." Cruijff was er altijd ook al was hij er niet. Hij zweefde boven ons, leidde ons. En als we het niet wisten dan wist Cruijff het. Zo lang hij leefde konden er nog magische dingen gebeuren. Wie heet er al bij zijn leven 'de Verlosser'? Dat is mythevorming.

In de Arena hangt altijd een spandoek waarop hij dirigeert, zal blijven dirigeren. Hij is dood, maar Cruijff zal altijd aanwezig zijn, want mensen sterven, maar mythes nooit. Hoe neem je afscheid van een man waar geen afscheid van is te nemen?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden