PlusAchtergrond

Hoe de Super League zo snel kon mislukken? Voetbal is niet de snuggerste bedrijfstak

De Super League is binnen enkele dagen om zeep geholpen. Waar het misging? De zelfoverschatting van de leiders van de rijkste clubs van Europa, stelt schrijver en journalist Simon Kuper.

Juventus­voorzitter Andrea Agnelli op een graffitiwerk van kunstenaar Laika vlak bij het kantoor van de Italiaanse voetbalbond in Rome. Beeld FILIPPO MONTEFORTE/AFP
Juventus­voorzitter Andrea Agnelli op een graffitiwerk van kunstenaar Laika vlak bij het kantoor van de Italiaanse voetbalbond in Rome.Beeld FILIPPO MONTEFORTE/AFP

De plannen voor de Europese Super League kwamen op zondag naar buiten. Dinsdag was het idee al dood. Je kijkt naar de implosie en je denkt: waarom zoveel amateurisme? De grootste voetbalclubs worden toch niet geleid door idioten? De waarheid is dat het voetbal niet de snuggerste bedrijfssector is. Ik schrijf er al 25 jaar over voor mijn krant, de Financial Times. Veel van de clubeigenaren achter dit project ken ik uit interviews, voetbalconferenties, mailwisselingen en in één geval als onbetaalde, informele adviseur.

De meesten van hen zijn beleefde, hoog­opgeleide mannen in smaakvolle, dure pakken. Anders dan de dictatoriale clubpresidenten uit de jaren tachtig, zijn het geen tetterende narcisten. Voetbalbonzen komen niet meer met koffers bankbiljetten aanzetten, maar met bank­garanties. Ze beschouwen zichzelf als serieuze zakenlui, die toevallig in de volkssport zitten en niet bijvoorbeeld in de farmaceutica. Hoe kan het dan dat zij zó hebben geblunderd? Om dat te begrijpen moet je de mannen achter de Super League in drie groepen verdelen: de Amerikanen, de oligarchen en sjeiks, en de Europeanen die dachten dat ze geniale zakenlui waren.

Handlangers

Vier van de twaalf clubeigenaren achter de Super League zijn Amerikanen: John Henry van Liverpool, Stan Kroenke van Arsenal, de familie Glazer van Manchester United, en Paul Singer, de financier van AC Milan. Het zijn geen voetbalfans. Drie van hen bezitten Amerikaanse sportclubs (Henry is eigenaar van honkbalclub Boston Red Sox), en ze beschouwen sport als een ordinaire business waar het doel is geld te verdienen. Samen met de Amerikaanse bank JPMorgan Chase besloten ze: we maken van voetbal een soort NFL (National Football League), een gesloten competitie met alleen grote clubs. Ze wisten dat Europese voetbalfans sentimenteler denken, maar dat kon deze mannen weinig schelen. Ze wonen in goedbewaakte landhuizen in de VS, komen zelden of nooit bij hun clubs en kijken vooral naar de cijfers.

Hun belangrijkste Europese handlangers waren Florentino Pérez van Real Madrid en Andrea Agnelli van Juventus, beiden echte fans. Agnelli liet me een keer een tekening zien die hij als 9-jarige in 1985 had gemaakt, nadat Juve met een penalty de Europa Cupfinale had gewonnen: een bal die het doel invliegt, onder de tekst, ‘Juventus je bent een koningin’. Het was het jongetje ontgaan dat die middag in het Brusselse Heizelstadion 39 Juvefans dood waren gedrukt op de vlucht voor Liverpoolhooligans.

Gewoon maar een erfgenaam

Pérez ging als kind in de jaren vijftig aan de hand van zijn geliefde vader mee naar het Real Madridstadion. Toen hij vijftig jaar later voorzitter werd, hing hij een groepsfoto van zijn spelers boven zijn bed. Freud zou ervan gesmuld hebben.

Pérez dacht: ik ben de baas, de fans volgen mij gewoon naar de Super League. Het is het oude verhaal van de leider in zijn paleis die met de jaren van het volk vervreemdt. Het kwam in Pérez en de anderen niet op even bij supporters, journalisten of politici te informeren. Clubeigenaren kijken namelijk op die mensen neer. Als je een van de geliefdste instituten van Europa leidt, ga je al gauw op anderen neerkijken.

Agnelli dankt zijn macht aan zijn achternaam: zijn grootvader Edoardo werd in 1923 president van Juve. De kleinzoon is een vriendelijke gast die dolgraag een slimme zakenman wil zijn, maar hij is gewoon een erfgenaam. Omdat iedereen bij Agnelli’s slijmt, is hij zichzelf gaan overschatten. Tijdens het bekokstoven van de Super League had hij tevens een hoge functie bij de oppositie, de Europese voetbalbond Uefa, en hij dacht: ik leid ze daar wel even om de tuin.

Dat viel tegen. Toen het nieuws van de Super League bekend werd, tweette zijn Nederlandse Uefa-collega Michael van Praag: ‘Mijn mede­bestuurslid Agnelli … is ontmaskerd als een ordinaire leugenaar, bedrieger en verrader.’ De meeste fans waren nóg negatiever.

Boze Madrilenen

Als je mensen wilt manipuleren, moet je slim zijn. Maar net zoals olie onderdeel is van de olie-industrie, is stupiditeit onderdeel van de voetbalindustrie. De kamers van de macht zitten vol erfgenamen, ex-voetballers, en maatjes van; allemaal types die niet op intelligentie zijn geselecteerd. Omdat enkel witte mannen in aanmerking komen voor topfuncties in de voetballerij, is de talentenvijver sowieso niet groot.

De Britse Spursvoorzitter Daniel Levy en de Inter Milaanpresident Steven Zhang (29-jarige zoon van een Chinese miljardair) zitten ook vooral voor het geld in het voetbal en sloten zich dus aan bij de Super Leaguealliantie.

Dat was de harde kern. Maar de Super League had tevens een zachte onderbuik: de andere eigenaars. Net als Agnelli is Miguel Ángel Gil Marín van Atlético Madrid een erfgenaam die een slimme zakenman wil zijn. Hij kreeg de club van zijn vader, zo’n typische jarentachtignarcist. Miguel is stil, bescheiden. In Vicente Calderón, het oude stadion, werkte hij in een klein kamertje, enkele deuren van het reus­achtige kantoor waar zijn vader vroeger zat.

Miguel dacht: de Super League is goede business. Maar het verschil met John Henry is dat Miguel niet op 5000 kilometer van zijn club woont: hij heeft een boerderij even buiten Madrid waar zijn gezin paarden en stieren fokt. Daar wil hij zijn hele leven blijven. Als Madri­lenen boos zijn, krijgt hij dat op een dag op zijn bord. De ultra’s van Atlético weten waar hij woont. Het geld van de Super League is hem het gedoe niet waard. Dinsdag stapte ‘Atléti’ eruit.

Verveling en ijdelheid

De groep ‘sjeiks en oligarchen’ had een heel andere insteek. Zij vonden de Super League nooit zo interessant, want zij zitten niet voor het geld in het voetbal. De koninklijke familie van Abu Dhabi (Manchester City), de Russische oligarch Roman Abramovitsj (Chelsea) en de heersers van Qatar (Paris Saint-Germain) zijn miljardairs uit de olie en het gas. Die hoeven geen miljoenen in het voetbal te verdienen. Integendeel, ze willen geld ín de sport steken: uit ijdelheid, verveling en om vrienden te maken in Europa. Deze week merkten ze: met de Super League maak je alleen maar vijanden. City en Chelsea waren dinsdagavond de eersten die eruit stapten. De Qatari van PSG waren slimmer: die waren niet eens ingestapt.

Barcelona was verdeeld. Mijn boek over de club verschijnt in augustus, ik heb er voor en ­tijdens de pandemie veel rondgelopen en zag de financiële paniek in de gezichten van de bestuurders. Barça heeft meer dan een miljard euro schuld. De club kan het salaris van Messi (zo’n 125 miljoen euro per jaar) niet meer betalen. Dus de Super League klonk aanlokkelijk.

Maar Barcelona is geen bedrijf. Het is vooral de grootste democratie in het voetbal. Elke ­Barçapresident wil eerst de socios (leden) blij maken; geld is minder belangrijk. Toen deze week duidelijk werd dat de socios niet blij werden van de Super League, krabbelde president Joan Laporta meteen terug. Laporta is een ­charismatische politicus, geen zakenman.

Dit zijn de mannen achter het Super League-debacle. Van afstand denk je misschien: het zijn demonische zakenlui die denken als rekenmachines. Van dichtbij ziet het er een stuk ­minder imponerend uit.

De Brits-Nederlandse schrijver en columnist van de Financial Times Simon Kuper publiceert met name over sport. Beeld
De Brits-Nederlandse schrijver en columnist van de Financial Times Simon Kuper publiceert met name over sport.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden