Het wordt nog dringen in Peking

AMSTERDAM - Hoog opspringend vierden de Nederlandse honkballers in Barcelona hun Europese titel. In de finale was Engeland verslagen (6-1). Met de borstkassen kletterden ze uitbundig tegen elkaar en bondscoach Robert Eenhoorn werd getrakteerd op een douche van champagneschuim.Maar de vreugde-explosie gold niet zozeer de winst van het EK. De triomf paste geruisloos in een titelstrijd die door Nederland volledig werd gedomineerd, al sputterden de Spanjaarden zaterdag in de halve finales nog even tegen. Het was al de twintigste keer dat Nederland de Europese titel won.

Nee, de enorme ontlading van de honkballers volgde op het besef dat zij zojuist Peking hadden bereikt: de Europese titel opende de poorten naar de Olympische Spelen. De Antilliaanse versterking van Rogearvin Bernadina, Shairon Martis, Yurendell DeCaster, Sharnol Adriana en Hainley Statia had daarmee het gewenste effect gesorteerd.

De kwalificatie past ook feilloos in de lijn die het overkoepelende sportorgaan van Nederland, het NOC*NSF, had uitgestippeld. De teamsporten moesten meer accent krijgen na de Olympische Spelen van 2004, waar alleen de beide hockeyploegen succesvol waren en zilver pakten.

Natuurlijk, voor het individu is ook plaats bij NOC*NSF. Voor turner Yuri van Gelder wordt zelfs de nek uitgestoken. De ringenspecialist, alom geroemd als de beste van de wereld, mag nog steeds niet naar Peking en daarom is er een heuse lobby gestart. Maar van teamsporten straalt duidelijker de kracht van een land af. Ze geven een beter signaal naar de achterban, zodat bij de politiek hard op de subsidiedeur kan worden geklopt.

Inmiddels hebben zes ploegen zich geplaatst voor Peking. Het Oranje-vliegtuig naar China raakt daarmee knap vol. Nog even en het komt in de zomer van 2008 niet eens meer van de grond.

De honkballers komen met pakweg vijfentwintig grote sportjongens, plus een staf van tien man. Ook de softbalsters hebben zich al geplaatst. De voetballers van Jong Oranje, het vlaggenschip van Foppe de Haan, mogen als Europees kampioen ook naar Peking. Dat zijn wederom minimaal twintig tickets.

Twee hockeyselecties die tot de beste van de wereld horen willen dat ook in Peking laten zien. De waterpolovrouwen mogen al Chinees leren. En de volleybalsters van Avital Selinger staan te trappelen.

Er is wel één probleem: de teamsporten zijn naar verhouding nogal kostbaar. Aan één keer goud van één Van Gelder hangt een ander kosten-batenprijskaartje dan aan één keer goud van een honkbalploeg. En geld blijft in de Nederlandse sport een schaars goed.

Bij het NOC*NSF geeft niemand een krimp. Begrijpelijk, nadat voortdurend is uitgedragen dat teamsporten meer accent moeten krijgen. In Atlanta (1996) gold de gouden volleybalploeg als het lichtend voorbeeld. Hockeyers, honkballers, softballers en waterpoloërs jubelden er mee. Maar na de magere oogst in Athene werd gewaarschuwd dat Nederland achterop raakte in de wereld van de teamtopsporten. Koploper in de Griekse hoofdstad was Australië, dat in elf van de veertien teamsporten was vertegenwoordigd, en daarmee bijna vijfhonderd atleten afvaardigde.

Om ook weer meer teams te kunnen sturen, moesten de Nederlandse selecties hun kennis bundelen, uitwisselen en effectiever opereren. In Atlanta, eind vorig eeuw, was Nederland met 239 sportmensen vertegenwoordigd, een record. In Peking, in het land van de ongrensde mogelijkheden, zou die grens wel eens doorbroken kunnen worden.

© Het Parool, 17-09-2007

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden