PlusAnalyse

Het virus hangt ook nu dreigend boven de Oranje-interland tegen Italië

Duizend zorgmedewerkers zijn woensdagavond uitgenodigd voor Italië-Nederland in Bergamo, afgelopen voorjaar de coronahoofdstad van Europa. Het virus hangt ook nu dreigend boven de interland.

De Italiaanse nationale selectie tijdens de noodgedwongen uitgestelde avondtraining in het stadion van Atalanta in Bergamo. Beeld ANP

Aan de Via Pietri hangen de vlaggen nog altijd over de balkonnetjes van de portiekflats. ‘Io amo Bergamo’ staat erop, boven een groot rond hart: ‘Ik hou van Bergamo’. Het zijn tastbare herinneringen aan een luguber voorjaar met alleen al in deze Noord-Italiaanse provinciestad naar schatting 4500 coronadoden.

De littekens daarvan liggen natuurlijk vooral onder de oppervlakte, niet direct zichtbaar bij een stadswandeling vanuit het prachtige oude stadscentrum, richting Stadio Atleti Azzurri d’Italia in het lager gelegen deel van Bergamo. “Vrijwel iedereen in Bergamo is wel een familielid, kennis of collega verloren,” vertelde Marten de Roon onlangs. Als speler van Atalanta Bergamo woont hij in deze stad.

De dood was in maart en april overal. Lijkwagens reden af en aan. Vanuit zijn appartement hoorde De Roon onophoudelijk het geloei van sirenes. “Het was echt surrealistisch,” aldus de Oranje-international die voor de wedstrijd van woensdagavond is geschorst.

Een half jaar later is dat anders, maar het virus is ook in Bergamo nog overal. Op deze dinsdag komt eerst het nieuws door dat Juventusster Cristiano Ronaldo is besmet, gevolgd door berichten over een besmetting bij de Italiaan Stephan El Shaarawy, die na een tweede test toch negatief blijkt te zijn. Het duel met Nederland gaat door, maar de lol wordt er niet groter op.

Geste van de Italiaanse bond

Een doordeweekse dag in Bergamo voelt niettemin als een serene zondag: er zijn mensen op straat, de meeste winkels zijn open, maar druk is het nergens. Mondkapjes bepalen nog altijd het straatbeeld: niemand uitgezonderd. Bij restaurants, cafés en hotels krijgen bezoekers standaard een temperatuurcheck.

Waar in Nederland strenge nieuwe coronamaatregelen werden genomen, is de situatie in dit deel van Noord-Italië relatief goed onder controle. Als geste aan de getroffen stad besloot de Italiaanse voetbalbond daarom de interland tegen Nederland in Bergamo te laten spelen, in het fraai verbouwde stadion van Atalanta. Oorspronkelijk zou Oranje ‘gewoon’ in San Siro spelen, de KNVB had ook al een hotel geboekt in Milaan, een dik half uur verderop. Maar Bergamo kon wel wat warmte en symboliek gebruiken. Duizend zorgmedewerkers zijn te gast bij de wedstrijd, als waardering voor hun harde, vaak hartverscheurende werk in de gitzwarte lente.

“Heel mooi,” zei de Nederlandse bondscoach Frank de Boer dinsdag. “Als wij als voetballers iets terug kunnen doen voor deze stad, is dat al prachtig.”

Voetbal is al maanden een vorm van afleiding in dit deel van Lombardije. De voortreffelijke prestaties van Atalanta, in zowel de Serie A als de Champions League, boden enige troost en verlichting toen de stad in juni weer langzaam opkrabbelde.

Alsof het zo heeft moeten zijn: het elftal van trainer Gian Piero Gasperini schrijft uitgerekend in 2020 historie met zijn meeslepende power­voetbal, leidend tot de beste prestaties uit de clubgeschiedenis.

Bergamo is bij uitstek een voetbalstad. Bij de barretjes en kioskjes wappert overal het blauwzwart van Atalanta, een club die van oudsher wordt ondergesneeuwd door zijn veel rijkere buren uit Milaan en Turijn, maar die lokaal heel diepgeworteld is. Je hoeft maar binnen te lopen bij hotel Le Funi in Bergamo, of de receptionist begint meteen ongeremd te praten over de ottimi Olandesi De Roon en Hans Hateboer. Sam Lammers, de nieuwste aankoop, wordt na één goal prompt tot ‘de nieuwe Van Basten’ verheven.

Gerespecteerde club

Het is het soort voetbalgekte dat je overal in Italië tegenkomt, maar de trots van Bergamo zit erg diep. Waar naburige clubs als Juventus, AC Milan en Internazionale fans trekken uit heel Italië, is Atalanta heel specifiek de trots van de kleine provincie Bergamo en de stad in het bijzonder. Stadio Atleti Azzurri d’Italia is buiten coronatijd vrijwel altijd uitverkocht: een zeldzaamheid in het Italiaanse voetbal.

De club is alom gerespecteerd bovendien, om zijn uitstekende beleid van de laatste jaren, maar ook om zijn jeugdopleiding en zijn historie. Voor een club uit een kleine stad, Bergamo telt zo’n 120.000 inwoners, presteert Atalanta al decennia uitstekend in de Serie A. Het is trots op zijn grote spelers uit het verleden, onder wie de Argentijn Claudio Caniggia, of zelfopgeleide topspelers als Roberto Donadoni en Gaetano Scirea.

Wanneer de spelersbus van Italië dinsdagavond tegen zevenen eindelijk arriveert bij het stadion van Bergamo, voor de noodgedwongen uitgestelde avondtraining, verdringen jongens zich om een glimp van de sterren op te vangen. Het leidt tot wat klassiek Italiaanse opwinding, maar in beperkte mate: afstand houden is hier volledig ingeburgerd. Suppoosten met mondkapjes begeleiden bondscoach Roberto Mancini en zijn spelers naar het veld.

Vriendschappelijke wedstrijden werden wel vaker gespeeld in Bergamo, maar hoogst zelden. In 2006 werkte Italië voor het laatst een interland af in de stad, destijds vriendschappelijk tegen Turkije. De Nations Leaguewedstrijd tegen Nederland is met afstand de grootste internationale wedstrijd die het stadion ooit huisvestte.

Benvenuti Azzurri’ prijkt er op het grote scorebord achter het zuidelijke doel. Aan de overkant wordt een grote Italiaanse vlag over de stoeltjes gedrapeerd. Italië-Nederland is niet de belangrijkste voetbalwedstrijd aller tijden, zeker niet met die grotendeels verlaten tribunes, maar voor Bergamo is het een dankbaar lichtpuntje.

De Boer heeft een fitte selectie

Bondscoach Frank de Boer heeft de spelers van het Nederlands elftal nadrukkelijk betrokken bij het strijdplan voor de uitwedstrijd van woensdagavond tegen Italië. Het is met name gegaan over hoe ze het best kunnen reageren als linksback Leonardo Spinazzola opkomt. De verdediger van AS Roma bezorgde Oranje begin september veel problemen tijdens het verloren thuisduel in de Johan Cruijff Arena. Dankzij hem hadden de Italianen steeds een speler vrijstaan op de linkerflank.

De Boer kan woensdagavond in Bergamo weer een beroep doen op Memphis Depay, maar moet wel een vervanger aanwijzen voor Marten de Roon, die een schorsing moet uitzitten. Verder kan hij woensdagavond over een fitte spelersgroep van 23 spelers beschikken.

De bondscoach weet dat het Nederlands elftal een stuk beter voor de dag zal moeten komen dan tijdens het verloren thuisduel met Italië van begin september (0-1). “Toen kwamen we overal te laat en hadden we veel moeite met al hun positiewisselingen.”

Italië is halverwege de groepsfase met vijf punten koploper van groep A in de Nations League. Nederland en Polen volgen met vier punten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden